HONGER IN SLOWMOTION

Op 8 juli 1994 overlijdt op 82-jarige leeftijd de Grote Leider, De Zon van de Natie, de Zoon van de Regenboog, de onfeilbare Gids, Ziener en Beschermer, Kim Il-Sung. Op de Noord-Koreaanse tv en radio barsten nieuwslezers in tranen uit en volgens het Koreaanse persagentschap raakt ook de natuur volledig van slag. Nachtuilen en vleermuizen vertonen zich in het volle daglicht, vogels trekken massaal de grens over van Zuid- naar Noord-Korea en een witte lelie groeit op één dag zes centimeter.

Dinsdag is het drie jaar geleden dat Kim Il-sung stierf. Naar alle waarschijnlijkheid neemt zijn zoon Kim Jong-il die dag officieel het leiderschap van de communistische partij en het land over. Hij staat voor de taak een land te besturen waar een economische chaos heerst, het leger zijn greep op de samenleving heeft versterkt en waar hongersnood nu al drie jaar de stabiliteit ondermijnt. Het Rode Kruis heeft de hulp aan het land opgevoerd en de katholieke hulporganistie Caritas spreekt van “een uiterst wanhopige situatie”.

Berichten uit het grensgebied tussen Noord-Korea en China bevestigen dit. Herhaaldelijk komen er verhalen naar buiten dat de bevolking niet alleen gras en ratten eet, maar ook overleden familieleden. Chinese chauffeurs, verantwoordelijk voor voedseltransporten, vertellen over ouders die hun kinderen verkopen omdat ze hen niet meer kunnen voeden. Wanhopige Koreanen die probeerden te vluchten over de grens met China zouden massaal zijn geëxecuteerd. De Chinese ooggetuigen verhalen over uitgestorven dorpen en lijken langs de weg. Ze spreken van duizenden doden in de afgelegen gebieden, waar de internationale hulpverlening niet mag komen. Volgens de laatste schattingen van de Verenigde Naties leven naar schatting vijf miljoen Noord-Koreanen - op een bevolking van 23 miljoen - op de grens van de hongerdood.

Vanaf nu tot oktober is volgens het Rode Kruis de moeilijkste periode. Er is vijf miljoen ton graan te weinig om de bevolking tot de volgende oogst te voeden. Het Internationale Rode Kruis is daarom deze maand begonnen met opvoeren van de voedselhulp. De organisatie heeft de internationale gemeenschap begin juni al opgeroepen op korte termijn dertig miljoen gulden ter beschikking te stellen om nieuwe voedseltransporten te kunnen financieren.

Van dat bedrag is nog niet de helft binnen. Woordvoerster Debbie de Wagenaar van het Nederlandse Rode Kruis: “De situatie is buitengewoon ernstig, maar het is moeilijk om fondsen te vinden. Er is weinig over het land bekend omdat het gesloten Noord-Korea de media geen toegang geeft. In Zaïre en Rwanda, en begin jaren tachtig in Ethiopië, zijn het de beelden van broodmagere, stervende kinderen geweest die de publieke opinie en de hulp hebben gemobiliseerd.” Een Amerikaanse hulpverlener sprak in dit verband cynisch van 'de CNN-factor'. “Als er geen tv bij is, bestaat het kennelijk ook niet. Terwijl er bewijzen van een enorme ramp te over zijn.”

Door de onvolledige informatie is het moeilijk een beeld te vormen over de omvang van de problemen. Maarten Groot van Artsen zonder Grenzen in Nederland erkent dat. Hij is net terug van een inspectiereis van een maand door Noord-Korea. In zijn inschatting van de situatie is hij voorzichtiger dan De Wagenaar: “Ik vind het erg moeilijk om alles wat ik heb gezien te interpreteren. We reisden onder begeleiding van Noord-Koreaanse regeringsfunctionarissen. In kindertehuizen hebben we schokkende taferelen gezien van zwaar ondervoede kinderen die een half kommetje rijst en een beker melk per dag krijgen. Maar in andere gebieden is het een stuk beter. Het probleem is dat geen van de hulporganisaties kan zeggen hoe ernstig de situtie in het hele land nu eigenlijk is. Iedereen wordt langs dezelfde plekken geleid. Niemand mag naar het noorden voor inspecties, naar het grensgebied met China waar al die gruwelverhalen vandaan komen”.

In 1995 geeft de Noord-Koreaanse regering voor het eerst toe dat het land kampt met grote tekorten aan graan en rijst. Dit als gevolg van overstromingen en hevige stormen, die niet alleen de oogsten verwoesten, maar ook de landerijen aantasten. China en de Sovjet-Unie stoppen in 1995 bovendien onverwacht met de graanexport, zodat de 600 000 ton die Noord-Korea jaarlijks voor een sterk verlaagde prijs kocht van zijn bevriende buren, nu elders vandaan moet komen.

Hierbij kwam nog dat de Sovjet-Unie, mede door gebrek aan olie in eigen land, de verkoop van brandstof aan Noord-Korea stopzette. Door het brandstofprobleem en de gebrekkige infrastructuur kan de voedselhulp vaak de bevolking niet bereiken. Tijdens een recente inspectiereis zagen leden van de 'Korea-American Sharing', een particuliere hulporganisatie, dat treinwagons vol graan staan weg te rotten aan de Chinees-Koreaanse grens. Noord-Korea heeft onvoldoende brandstof om de hulp met vrachtwagens landinwaarts te vervoeren.

Momenteel zitten de Noord-Koreanen, volgens schattingen van de VN, op een rantsoen van 150 gram rijst per dag. Gemiddeld heeft een mens 450 gram voedsel nodig om redelijk gezond te leven. “In de meeste landen waren er met een dergelijk voedseltekort al tienduizenden doden gevallen”, zegt Tun Myat van het Wereldvoedselprogramma in Rome. “Maar de Noord-Koreanen hebben de afgelopen jaren wel geleerd hoe ze kunnen overleven.” De Koreanen mengen graan met boomwortels, schors en zeewier om de lege maag te vullen. Myat: “Daar kun je een tijd op leven, maar je lichaamsfuncties en je afweersysteem gaan achteruit.” Hij noemt de voedselschaarste dan ook “een hongersnood in slowmotion”.

Sinds het begin van de hongersnood heeft Noord-Korea voor tientallen miljoenen guldens aan particuliere en regeringshulp ontvangen. De Verenigde Staten en Zuid-Korea hebben hier wel voorwaarden aan verbonden. Noord-Korea moet bereid zijn tot nieuwe onderhandelingen die, 44 jaar na de Korea-oorlog, voor een definitief vredesakkoord moeten zorgen. Formeel heerst er nu nog een bestand. Noord-Korea heeft gezegd dat het eerst voedselhulp verlangt en een onmiddellijke opheffing van het handelsembargo als beloning voor de toezegging van besprekingen. Seoul en Washington weigerden dit. 'Eerst praten, dan hulp' is hun devies, waar Pyongyang uiteindelijk mee akkoord is gegaan. De gesprekken verlopen echter uiterst moeizaam - een reden waarom de verwachtingen voor de nieuwe onderhandelingen in augustus, niet erg hooggespannen zijn.

De roep om hulp en tegelijk de afweer tegen invloeden vanuit het buitenland wordt door de geschiedenis begrijpelijker. Als grondslag van de communistische partij in zijn land introduceerde Kim Il-sung in de jaren zeventig het ideaal van de zelfvoorziening, verwoord in de juche-filosofie. In essentie is juche een afweersysteem tegen invloeden van buitenaf. In de woorden van Kim Il-sung uit 1984: “Als juche ontwikkeld wordt (...), zullen onderdanigheid tegenover grootmachten en invloeden van buitenaf worden weggevaagd.” Voor een land dat zijn zelfverkozen isolatie koestert, is de internationale hulp moeilijk te verteren. De openlijke bede om voedsel aan de kapitalistische, vijandige buitenwereld is voor de Noord-Koreaanse regering dan ook een gevoelig gezichtsverlies, meent B. Walraven, professor in de Koreaanse talen en cultuur aan de Rijksuniversiteit Leiden. “In de propaganda benadrukt de regering voortdurend dat de hulp nodig is om de schaarste na de overstromingen op te vangen. Dat de problemen veel structureler zijn, beginnen ze nu schoorvoetend toe te geven. Op het platteland is het door de collectivisaties en gebrek aan mechanisatie een chaos. Dat was al zo voor de overstromingen.”

“Voor de landbouw hebben ze kunstmest nodig, maar de fabrieken werken niet door het tekort aan olie. Voor olie heb je buitenlandse deviezen nodig en om daaraan te komen moet je winsten maken uit de export, en dat hebben ze nauwelijks. Het land zit in een vicieuze cirkel.”

Walraven vindt dat Noord-Korea momenteel naar buiten toe een 'dubbel gezicht' heeft. “Aan de ene kant hebben ze, op beperkte schaal, enkele buitenlandse investeerders toegestaan. Maar ze willen ten koste van alles controle houden over de samenleving. Die dubbele houding zie je terug tijdens die onderhandelingen met Amerika en Zuid-Korea en de behandeling van de hulpverleners. Eerst doen ze minimale concessies om voedselhulp binnen te halen en dan trekken ze zich weer terug. In die pingpongtactiek zijn ze meesters.”

Nu de hongersnood binnenkort zijn climax dreigt te bereiken, speculeren waarnemers driftig over een mogelijke volksopstand in Noord-Korea. Het gezag was al verzwakt door de dood van Kim Il-sung, die mede onder invloed van de media, door de bevolking als een god werd aanbeden. Zijn verwende, weinig charismatische zoon Kim Jong-il is niet bepaald de ideale opvolger. Kim junior wordt in de propaganda opgevoerd als een krijgsheer, groter dan Napoleon, maar hij schijnt de psyche en de liefhebberijen van een kind te hebben. Dat is één van de redenen waarom de beoogde nieuwe machthebber zich de afgelopen drie jaar nauwelijks in het openbaar heeft vertoond. Het voedseltekort kon voor het communistische regime wel eens de duw over de rand zijn, denken waarnemers.

Voor een revolutie is volgens professor Walraven echter de situatie nog niet ernstig genoeg. “Kim Jong-il is een rare kwast, maar de herinnering aan zijn vader leeft nog sterk onder de Koreanen. Dat schept een zeker solidariteitsgevoel. Voor een volksopstand is bovendien méér nodig dan alleen de woede van de mensen. Er is in Noord-Korea geen organisatie die het verzet kan dragen, zoals er in Oost-Europa de kerk was en in Polen het vakverbond Solidariteit. Dergelijke organisaties zijn verboden in Noord-Korea en de greep van de machthebbers op de samenleving is zo sterk, dat eventueel illegaal verzet ook nauwelijks kansen heeft uit te groeien tot een nationale beweging.”

De greep van het leger op de Noord-Koreaanse samenleving is ook veel te sterk, denkt Walraven, om een opstand mogelijk te maken. De belangrijke plaats van het leger in Noord-Korea heeft bij diplomaten de vrees gewekt dat het grootste deel van de voedselhulp terecht zal komen bij de strijdkrachten. Met 1,1 miljoen soldaten is het Noord-Koreaanse leger het vierde ter wereld en het slokt jaarlijks één miljard dollar van de begroting op.

De voorspelling dat het leger voorrang krijgt bij de voedselhulp, is volgens Walraven terecht. “Het leger dat gestationeerd is in landbouwgebieden is gedeeltelijk zelfvoorzienend; de militairen verbouwen hun eigen graan en ze houden varkens. Maar dat wil niet zeggen dat de soldaten meer dan genoeg te eten krijgen. Chinezen aan de grens luisteren regelmatig via de radio gesprekken af van de Noord-Koreaanse soldaten aan de overkant. Die jongens zeggen steeds tegen elkaar dat één maaltijd per dag veel te weinig is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden