Honger dreigt voor Midden-Amerika

Miljoenen kleine boeren bedreigd door ergste droogte sinds 1973. Klimaatverandering treft toch al kwetsbare regio.

Vanuit de helikopter zijn ze goed te zien: tientallen grijsbruine stukjes land, weggestopt tussen subtropisch bos en grasvelden. Het zijn de milpas, traditionele maïsvelden van Chiquimula, een provincie in het oosten van Guatemala. Maar van maïs is nauwelijks sprake. De kleur van de perceeltjes is een onheilspellende combinatie van kurkdroge aarde en verdorde maïs.

Het platteland van de Midden-Amerikaanse landen Guatemala, Nicaragua, El Salvador en Honduras is het toneel van de grootste droogte sinds 1973. Al bijna twee maanden is er geen druppel regen gevallen, met catastrofale gevolgen. In grote delen van Guatemala - het ergst getroffen land - weten boeren hoogstens 20 procent van de oogst te redden. De noodtoestand is afgekondigd; er dreigt honger voor 1,1 miljoen mensen in Guatemala, vooral voor etnische Maya's die voor eigen consumptie verbouwen.

"Een nationale ramp", noemt Waldemar Monroy het. Hij is regionaal coördinator van het Guatemalteekse ministerie van landbouw in Chiquimula. "Dat boeren een deel van hun oogst kwijtraken door droogte of overvloedige regenval is gebruikelijk, maar de hele oogst? In zo'n korte tijd? Dat is ongekend."

Chiquimula ligt in 'De Droge Corridor', een uitgerekte strook subtropisch hoogland tussen Guatemala en Costa Rica. Periodieke droogtes of canículas zijn er heel gewoon, maar normaal gesproken hoort het regenseizoen in juni te beginnen.

Er dreigt nog meer onheil, want de 'supercanícula' van dit jaar is geen incident. Cyclische droogteperiodes duurden in het verleden van januari tot hooguit april, maar door de klimaatverandering lijkt die periode permanent verlengd.

De Droge Corridor wordt steeds droger. "Midden-Amerika is een van de kwetsbaarste regio's ter wereld waar het klimaatverandering betreft", zegt Gustavo García, directeur van de Guatemalteekse afdeling van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. "Dat wordt nog eens versterkt door erosie en uitputting van de landbouwgrond."

De autoriteiten proberen de nood te lenigen met voedselhulp, maar die is afhankelijk van buitenlandse hulporganisaties. Zo heeft de Guatemalteekse regering dit jaar al voor vier keer zoveel hulpbehoevende families voedsel nodig dan gepland. De eerste noodhulp kost minstens 25 miljoen euro, een fors bedrag in een van de armste regio's van Latijns-Amerika.

Daarbij zijn voedselpakketten alleen symptoombestrijding. De kleine boeren in de Droge Corridor verbouwen hun land nog altijd zoals hun Maya-voorouders dat tweeduizend jaar geleden deden: irrigatiekanalen of spaarbekkens zijn zeldzaam. Evenmin wordt er aan terrasbouw gedaan, wat essentieel is om erosie te voorkomen nu het weer door de klimaatverandering extremer wordt. Bij extreme regenval spoelt de droge grond op de berghellingen in enkele dagen weg.

"Er valt op zich voldoende regen in andere regio's om het hele land te kunnen irrigeren", zegt minister van landbouw Élmer López. "Maar de waterhuishouding in Guatemala is verwaarloosd. Daar moet snel iets aan gebeuren, omdat de weersomstandigheden de komende jaren steeds extremer zullen worden."

Of dat tijdig zal lukken is de vraag. López was afgelopen week in Chiquimula om lokale boeren te instrueren in terrasbouw. Tot zijn verbazing zeiden veel oudere boeren dat ze diezelfde training twintig jaar geleden al hebben gehad, maar nooit hebben toegepast. Armoede, tradities en wantrouwen jegens een regering die decennialang nauwelijks interesse in de indiaanse bevolking toonde, lijken de broodnodige veranderingen in de weg te staan. Nu de nood steeds hoger wordt, probeert de regering het met de stok en de wortel: alleen getroffen boeren die een begin maken met terrasbouw en irrigatie komen in aanmerking voor voedselhulp.

"Het is een moeilijke situatie, en we zijn een land met weinig geld", geeft de minister toe. "Zonder buitenlandse hulp kunnen we dit niet oplossen."

Dagloners aan de kust

De kleine boeren in Guatemala incasseren de grootste klappen van de recordroogte in Midden-Amerika. Hun maïsveldjes leveren steeds minder op, maar ook vervangende inkomsten zijn moeilijker te vinden. Veel boerenfamilies uit Chiquimula trekken in het droge seizoen naar de kust om daar als dagloners te werken op koffieplantages. Daar zijn echter geen banen meer. De koffiesector is ingestort na misoogsten door een hardnekkige schimmel. Ondertussen stijgen de voedselprijzen door de droogte zienderogen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden