HONGARIJE Vieze slakken zoeken tussen de mijnen langs de Drava

Zelf eten ze geen slakken. “Hier is het geen oorlog, we eten toch ook geen ratten”, roept een zigeunervrouw in het zuid-Hongaarse Alsó Szentmarton. Ze trekt een vies gezicht en schaterlacht. In een ommezien heeft zich op de onverharde hoofdstraat van het dorpje een luidruchtige groep vrouwen en kinderen gevormd die allemaal door elkaar roepen en lachen hoe vies de slakken wel niet zijn. Toch trekt de bonte stoet iedere ochtend om vijf uur het drassige stroomgebied van de rivier de Drava in om slakken te zoeken. Vaders, moeders, kinderen, hele gezinnen speuren in de vroege ochtenduren het natte gras af naar slakken, want het slakkenseizoen is in volle gang.

Het Drava-stroomgebied is een prachtig natuurgebied en slakkenland bij uitstek. Over een lengte van minstens 50 kilometer heerst de slakkenkoorts. Het is het grensgebied van Hongarije met Kroatië en Servië, of te wel het gebied van Oost-Slavonië, waar vijf jaar terug een bloedige oorlog uitbrak tussen Serviërs en Kroaten. Nu voltrekt zich ook in Oost-Slavonië een vredesporces - onder VN-toezicht - dat moet resulteren in het herstel van Kroatisch gezag in het gebied dat de Serviërs nog altijd bezet houden.

De Drava die vanuit Oostenrijk het gebied in komt stromen, vormt lange tijd de grens met Hongarije enerzijds en Kroatië en Servië anderzijds, tot de rivier het Servisch gebied induikt. Aan mijnenruimen is nog niemand toegekomen.

Pál kent het gebied als zijn broekzak. De vijftigjarige zigeuner is er geboren en getogen. Hij scharrelt wat rond op een weiland vlak buiten het dorpje Old, dat vooral opvalt door zijn enorme hoeveelheden ooievaarsnesten. Alle elektriciteitspalen of zijn bezet met keurig gevlochten nesten, de een is wat verder dan de ander en de vaders vliegen vlijtig af en aan naar de rivier. “Dat witte kerkje daarachter, dat is al Servië”, zegt hij terwijl hij op een wit torentje in de verte wijst. Zijn zonen en hij gaan dagelijks het grensgebied in dat sinds het begin van de oorlog bezaaid is met mijnen.” We weten precies waar ze liggen, we zien de draadjes toch in de winter en dat onthouden we gewoon als het gras weer gaat groeien en de draden in het groen verdwijnen.” Bovendien letten zigeneurs goed op waar de Servische soldaten zelf lopen. “We wachten gewoon in de bosjes tot hun patrouilles voorbij zijn en dan lopen we in hun voetstappen verder. Die Serviërs zijn heus geen zelfmoordenaars.”

De dag tevoren heeft een van Pál's zonen nog een fantastische slag geslagen in het Servisch gebied. In een paar uur tijd heeft hij, net over de grens, honderdvijftig kilo slakken bijeen weten te zoeken en daar iets meer dan honderd gulden voor gekregen. Wat voor de werkloze zigeneurs in deze streek een enorm bedrag is. Sinds de val van het communisme en de moeizame overgang naar een vrije markteconomie zijn veel Hongaarse zigeuners hun banen kwijtgeraakt, als ze die al hadden. Pál zelf was dagloner op een collectieve boerderij en krijgt nu bijstand van nog geen honderd gulden per maand. Van zijn drie zoons heeft er één werk, maar die is dan ook naar het iets noordelijker gelegen Mohács getrokken. De rest waagt zijn leven in het grensgebied op zoek naar de slakken in het korte seizoen tussen begin april en eind mei.

Alle zigeuners in Alsó Szentmarton en Old kennen het verhaal van Erzsi, de jonge vrouw die precies drie jaar geleden 's morgens vroeg op een mijn liep. “Ik was slakken aan het zoeken met mijn vriend. We wisten helemaal niet dat we op Servisch grondgebied waren want er waren helemaal geen bordjes of zo”, vertelt Erzsi die toen 23 jaar oud was en drie maanden zwanger. Moeder en kind hebben de ramp overleefd dankzij de tegenwoordigheid van geest van Erzsi's vriend Sándor. Hij wist te voorkomen dat ze doodbloedde nadat haar been was afgerukt door de wond met zijn hemd af te binden.

Erzsi's kind is inmiddels ruim twee en kijkt met verwonderde ogen toe als haar moeder het verhaal vertelt. Erzsi zelf schuifelt wat rond op een prothese, haar gezicht is nog steeds grotendeels zwartgeblakerd. De moeder van Erzsi vindt dat er iemand verantwoordelijk moet worden gesteld voor wat er gebeurd is en dat er een schadevergoeding betaald moet worden. Advocaten zijn jaren bezig geweest om een zaak aan te spannen, maar dat heeft tot niets geleid. Wie moet je verantwoordelijk stellen voor het ontploffen van een mijn in oorlogsgebied? Toch weerhoudt het verhaal van Erzsi de zigeuners in de grensstreek niet van gevaarlijke avonturen aan “de andere kant”, want daar liggen immers de beste slakken. Ook Erszi's eigen familie trekt weer dagelijks het drassige gebied in en zij zelf sluit niet uit dat ze op een dag, als ze beter ter been is, ook weer meegaat. 'Pista' wil liever niet dat zijn echte naam bekend wordt. In een van de dorpjes staat hij op straat met wat zigeuners te onderhandelen over de slakkenprijs. Hij is een van de grote opkopers in het gebied. De verzorgde Hongaar met het juiste merk schoenen en overhemd steekt nogal schril af bij de breedlachende, tandenloze zigeuners die naast hem staan. Pista legt de zigeuners uit dat hij op dit moment moeilijk kan afnemen omdat het aanbod te groot is. De zigeuners hebben de afgelopen dagen zoveel bijeen gezocht dat de opslag vol is. Bovendien is de prijs gekelderd naar 60 forint per kilo (ongeveer 70 cent). De zigeuners moeten dus maar even wachten.

Pista vertelt dat hij de slakken in de regel 72 uur bij zich houdt. In die tijd krijgen ze niets te eten zodat ze zich in hun huisjes terugtrekken. Daarna worden ze, hongerig maar levend, naar Frankrijk en Griekenland gebracht, waar ze verder voor consumptie geschikt worden gemaakt. “Nee, veel verdien ik er niet aan”, beweert Pista. “Hooguit een paar procent.”

Het is duidelijk dat het grootste deel van de slakkenhandel zich in het zwarte circuit afspeelt en niemand er graag getallen noemt. Na veel heen en weer gepraat, wil Pista wel kwijt dat de meeste dorpen toch wel zo'n 3000 kilogram opbrengen, wat betekent dat de streek minstens vele tienduizenden kilo's slakken exporteert. Waarom die hier niet worden verwerkt ondanks de grote werkloosheid, interesseert hem niet. Zijn belang is om de slakken zo snel mogelijk over de grens te slijten en zo veel mogelijk geld te verdienen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden