Hongarije toont zijn Joodse gemeenschap twee gezichten

Wereldcongres in Boedapest bezorgd over antisemitisme

RUNA HELLINGA

BOEDAPEST - Internationaal groeit de bezorgdheid over het toenemend antisemitisme in Hongarije. Het Joods Wereldcongres grijpt de gelegenheid aan om aandacht te vragen voor de positie van Joden in Hongarije. Daarom verplaatste de organisatie het jaarlijkse congres dat deze week plaatsvond, van Jeruzalem naar Boedapest.

"Vandaag vragen Joden in dit land zich opnieuw af of ze weg moeten gaan", zei voorzitter Ronald S. Lauder in zijn openingsrede. Buiten de congreszaal protesteerden ondertussen honderden extremisten tegen het feit dat de Joodse gemeenschap was uitgeweken naar de Hongaarse hoofdstad.

Wie met het beeld van tierende skinheads op zijn netvlies de Joodse wijk van Boedapest inloopt, ziet ook een andere werkelijkheid. Met 100.000 zielen heeft de Hongaarse hoofdstad de derde Joodse gemeenschap van Europa. Er is een bloeiend cultureel leven, een toenemend aantal koosjere restaurants en winkels, en niemand ziet reden om de veertien synagogen of de drie Joodse scholen in Boedapest speciaal te bewaken.

Zoals premier Viktor Orbán tijdens het congres constateerde: "Ik weet dat hier Joodse leiders komen uit landen waar antisemitisme het leven van schoolgaande kinderen heeft geëist en van landen waar mensen zijn omgekomen bij bomaanslagen op synagogen. Niets van dat alles is tot nu toe in Hongarije gebeurd."

Antisemitisme wordt in Hongarije vooral verbaal geuit, bevestigt Peter Feldmajer, leider van de Hongaarse Joodse gemeenschap. Maar dat verbale geweld neemt toe en resulteert steeds vaker in fysiek geweld, zoals de voorzitter van het Hongaarse Raoul Wallenbergcomité (en medeoprichter van regeringspartij Fidesz) afgelopen week ondervond toen hij door voetbalsupporters werd neergeslagen omdat hij hen aansprak op hun Sieg Heil-gebrul.

Premier Orbán benadrukt graag alle maatregelen tegen antisemitisme die zijn regering heeft genomen, zoals de wet tegen haat zaaien. Onder zijn bewind kwam ook het Holocaust-herdenkingscentrum tot stand. Kinderen moeten dat minstens één keer in hun schoolcarrière bezoeken. Hongarije is een van de weinige landen met een officiële Holocaust-herdenkingsdag en het onderwerp is sinds kort verplichte eindexamenstof. Volgens een nieuw plan kunnen scholen subsidie krijgen als ze naar Auschwitz willen. Dat was voorheen anders, zegt regeringswoordvoerder Ferenc Kumin: "Vroeger sloegen geschiedenisleraren de Holocaust over of ontkenden hem zelfs."

Toch wordt het Orbán vaak verweten, ook tijdens het Wereldcongres, dat hij geen afstand neemt van Jobbik - de antisemitische partij die sinds 2010 zitting heeft in het Hongaarse parlement. In een Israëlische krant deed de premier dat afgelopen week wel: "Als we de democratie willen beschermen, moeten we een duidelijk standpunt innemen tegen Jobbik. Jobbik is gebaseerd op een ideologie die de mensenrechten van Joden duidelijk schendt."

Tegenover die heldere taal staat de dubbele houding waarmee zijn partij het antisemitisme in de geschiedenis van Hongarije benadert en de rol die het land in de oorlog speelde. Zo werd onlangs een onderwijsinstituut gelieerd aan de staat vernoemd naar onderwijshervormer Kuno Klebelsberg. Deze oud-politicus steunde in de jaren twintig het beleid om minder Joodse studenten toe te laten aan de universiteit. De huidige staatssecretaris van onderwijs, Rozsa Hoffmann, noemde dat een vlekje op de carrière van een verder verdienstelijk man.

Tussen de aanbevolen schoolliteratuur staan sinds kort twee antisemitische schrijvers uit de Tweede Wereldoorlog. Ook veroorzaakte het uitreiken van een ministeriële persprijs aan een antisemitische journalist, een hoop opschudding. Die prijs werd wel weer ingetrokken.

Bovendien schuwen Fidesz-politici op lokaal niveau samenwerking met Jobbik niet. Zo liet de Fidesz-burgemeester van Ujpest zich bij een herdenkingsplechtigheid voor de opstand van 1848 flankeren door twee in uniform gestoken leden van de extremistische Hongaarse Nationale Garde.

Al deze gebeurtenissen bezorgen Hongarije geen goed imago in het buitenland. Bovendien draagt het bij aan een klimaat waar racisme en Jodenhaat makkelijker tot hun recht komen. Volgens een onderzoek van András Kovacs van de Centraal-Europese Universiteit (CEU) steeg het aantal rabiate antisemieten van 9 procent in 2009 naar 20 procent in 2011, en het totaal aantal mensen met antisemitische opvattingen van 18 naar 35 procent.

Dat cijfer is sinds 1994 niet meer zo hoog geweest. Waarschijnlijk niet geheel toevallig zat Hongarije toen, net als nu, economisch in zwaar weer. Het verschil met toen is dat Hongarije niet het enige land binnen Europa is, waar het antisemitisme groeit.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden