Reportage

Hongarije heeft een beetje liefde nodig van Europa

Het echtpaar Petro in het dorp Vasad, ten zuid-oosten van Boedapest krijgt wekelijks armenhulp van de katholieke kerk.Beeld EPA

Voor veel Hongaren zijn rust en stabiliteit belangrijker dan vrijheid. Geen wonder dat een politicus als Victor Orbán er goed gedijt. Deel 10 van de reisserie van Jonathan Holslag voor Trouw langs de rafelranden van Europa.

De voorbije maanden trok ik van Groenland via de Baltische Staten naar Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië. De spanningen met Moskou lopen op deze geopolitieke breuklijn op. Nadat het Westen met de uitbreiding van de Europese Unie en de Navo aan invloed won rondom het Balticum, probeert het Kremlin het Westen met alle mogelijke middelen de pas af te snijden in Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië. 

Wat evenwel opviel, was hoe deze rivaliteit en de angst van de bevolking voor de ambities van Rusland door lokale politici gebruikt wordt om hun positie in het binnenland te verstevigen. Ze grijpen zelfs de externe dreiging aan om de aandacht af te wenden van de corruptie en de armoede in eigen land.

Van dat Oost-Europese front verschuift mijn focus naar de Balkan, maar eerst houd ik nog halt in Hongarije. Hier wil ik begrijpen of de EU het land van Viktor Orbán aan het verliezen is, of dat Orbán de voorhoede is van een nieuw conservatief en nationalistisch reveil in Europa.

Het is vijftien jaar geleden dat de Hongaren ervoor kozen toe te treden tot de Europese Unie. Sindsdien hebben Europese instellingen jaarlijks vier miljard euro in het land geïnvesteerd en toch vindt amper een derde van de bevolking de EU een goede zaak. Premier Orbán heeft er zijn handelsmerk van gemaakt om Brussel te provoceren met maatregelen die de rechtsstaat verzwakken. Hoe komt het dat de Hongaren zo bitter zijn over Europa ondanks de steun? Kan Orbán echt de voortrekker worden van een nieuwe conservatieve beweging in Europa en maakt zijn nationalisme het land ook daadwerkelijk sterker?

Betuttelend

"Europa moet meer begrip tonen voor de situatie van dit land. Met het opgestoken vingertje alleen zal het de bevolking er heus niet van overtuigen dat Orbáns beleid de democratie en de welvaart van het land in het gedrang brengt. De betuttelende houding van Brussel werkt averechts." Het is de mening van Patrick Nopens, een voormalige defensieattaché die nu in Boedapest woont. Zijn oude Landrover doorkruiste bijna de hele voormalige Sovjet-Unie en bromt nu over de nachtelijke ringweg. "Probeer naar dit land te kijken met een open geest", adviseert hij. "Dit land is strategisch belangrijk en we mogen de Hongaren niet van ons vervreemden."

De Hongaarse premier Viktor Orbán schudt aanhangers de hand.Beeld Getty Images

Ik meld me in het Corinthia Hotel, een prachtig negentiende-eeuws etablissement, waar Béla Bartók nog componeerde en de burleske Joséphine Baker ooit in de statige spa dobberde. Een buslading Chinezen is druk doende de marmeren hal te fotograferen. Op een televisiescherm is Orbán in beeld, naast de Israëlische eerste minister Bibi Netanyahu. Ze leggen bloemen bij een monument. Vreemd, was het niet juist Orbán die van leer trok tegen de Joodse invloed en vooral dan de miljardair Georges Soros, die in Hongarije steun gaf aan tal van projecten voor het behoud van de democratie? Daarna volgen beelden van Orbán bij een sportmanifestatie en bij de opening van een groot scholencomplex. Hij heeft zijn publieke relaties alvast op orde.

De dag erna is het broeierig in Boedapest. Bezwete toeristen sjokken door de straten. Ik zoek de koelte op van het nationale museum. Hier is het moderne Hongaarse nationalisme zowat ontstaan. In de trappenhal hief dichter Sandor Petofi in 1848 zijn vrijheidslied aan, tégen de onderdrukking van de Oostenrijkse keizer die hier heerste. Persvrijheid, zelfbeschikking, religieuze vrijheid, gelijkheid, gerechtigheid en vaderlandsliefde: dat moesten de bouwstenen worden van het moderne Hongarije. De twee grote pijlers van het patriottisme waren burgerschap en de grootste Hongaarse geschiedenis. Hongarije controleerde immers ooit een immens rijk en leverde strijd tegen oprukkende Mongolen, Byzantijnen en Turken. Hongarije was het schild van Europa. Burgerschap betekende dat de Hongaren zich moesten inspannen om hun eigen cultuur, industrie en gedachtegoed te ontwikkelen.

Patriottisme

"Dat patriottisme zag vrijheid als voorwaarde, maar was toch vooral een oproep aan de Hongaren zelf om ambitieus, ondernemend en innovatief te zijn. Emancipatie was de sleutel. Dat leek goed te lukken. Na de revolutie van 1848 kregen wij geleidelijk aan meer vrijheid en vormde zich een kapitaalkrachtige burgerij die op zijn beurt het pad effende voor beter onderwijs en een snelle industriële groei. Aan het begin van de twintigste eeuw was Boedapest de rijkste stad van de hele regio. Dit was de tijd van Bela Bartok en Franz Liszt."

Aan het woord is Andras Gero, een van 's lands prominentste historici. Gero spreekt met pretoogjes en steekt de ene sigaret na de andere op. Een venster van zijn oude villa op de chique Gellértberg biedt zicht op de glinsterende Donau beneden.

"Maar toen kwamen de twee wereldoorlogen", vervolgt Gero. "Na de Eerste Wereldoorlog raakten we een derde van ons grondgebied kwijt omdat we samen met de Oostenrijkers vochten. Door de economische vernieling daalde het inkomen per hoofd met eenderde en was het gedaan met de burgerij. De Sovjets hebben de burgerij de genadeslag gegeven. De opstand van 1956 werd hard neergeslagen en de decennia die daarop volgden, ontstond er een soort pact waarbij burgers economische zekerheid kregen in ruil voor het opgeven van hun politieke vrijheid. Mensen werden apolitiek en cynisch. Na de val van de Sovjetunie waren de meeste mensen niet geïnteresseerd in de vrijheden van de EU, maar in haar rijkdom. Even leek die welvaart er te komen. Maar na 2000 vertraagde de groei en volgde het ene corruptieschandaal na het andere. Desillusie ten aanzien van Europa, corruptie, wantrouwen en armoede: dat leidde tot de opkomst van Orbán."

Stabiliteit

Socioloog Janes Simon beaamt dat. "We hebben nauwelijks een middenklasse of burgerij die het belang van de vrijheid inziet, maar een grote massa werkende armen die het hoofd boven water probeert te houden, weinig geschoold is en weinig tijd heeft zich in te laten met politiek. Stabiliteit is voor hen het belangrijkst. Zeventig procent van de ouderen is nostalgisch naar de Sovjettijd en de nieuwe generaties willen vooral duidelijkheid. Jongeren zijn cynisch." Simon benadrukt dat het erg moeilijk is voor liberalen om succesvol te zijn. Het opbouwen van een middenklasse kost tijd, de economische kansen liggen door de concurrentie met andere arme landen niet voor het oprapen.

Het volstaat om het historische centrum even te verlaten om die realiteit door te laten dringen. De periferie van Boedapest is een typisch suburbia van lage vrijstaande woningen met een haag, een schraal grasperk en een hek. Ik ga op de koffie bij een gezin dat bestaat uit twee veertigers, een magazijnbediende en een politieman, een kind en een nerveus keffertje dat me gedurende het hele gesprek maanzaadkoekjes aftroggelt. 

Het gesprek komt moeizaam op gang, maar de eerste vraag die ik krijg is waarom Brussel zo boos is op Orbán. Ik verwijs naar zijn aanval op de vrije pers, maar dat argument wordt niet enthousiast onthaald. "Wij hebben niet op Orbán gestemd, maar het is niet goed dat ons land de les wordt gelezen", zegt de man. Zijn echtgenote benadrukt dat het land rust nodig heeft: "We moeten ons concentreren op banen". Maar de corruptie dan? "Corruptie hoort bij de politiek. Is het in uw land beter? Zolang we van Hongarije maar geen bandietenstaat maken zoals Rusland." Stabiliteit is het belangrijkste, vinden Hongaren.

Maar zorgt Orbán daar voor? Wordt stabiliteit gegarandeerd door de vrije media kapot te maken, door de bevolking op te zetten tegen minderheidsgroepen als de Roma? Is er sprake van opbouw als er minder wordt geïnvesteerd in onderwijs en meer geld wordt gepompt in voetbalstadions? Brood en spelen. Is er sprake van opbouw wanneer de schoonzoon van de premier met een bedrijfje van niets voor tientallen miljoenen overheidscontracten binnensleept, als diezelfde premier een trein laat rijden naar zijn geboortestad waar bijna niemand woont en een flink stuk van zijn jeugdvrienden inmiddels oligarchen zijn? Wat voor zin heeft het om met de vuist naar Brussel te zwaaien als het land tezelfdertijd afhankelijk wordt gemaakt van leningen uit Rusland en China? Komt het heulen met autoritaire vrienden het land ten goede, of vooral de entourage van Orbán?

Nationalisme

Ik ben te gast in het ministerie voor nationale economie, gehuisvest in een imposant voormalig bankgebouw, gesticht begin twintigste eeuw door een steenrijke Joodse magnaat wiens zoon, Georg Lukács, de grondlegger van het westerse marxisme werd. Ik wil een aantal beleidsmakers mijn veronderstelling voorleggen: Orbán beoefent nationalisme voor de bühne, maar achter de schermen houdt hij uitverkoop. "Dat is niet correct", wordt mij meteen vermaand. "Sinds Orbán aan de macht is, werd onze buitenlandse schuld juist teruggedrongen. We betaalden versneld een lening aan het Internationaal Monetair Fonds terug en moedigden de gezinnen aan om meer te sparen. We bogen een structureel tekort op de handelsbalans om in een surplus." De hoge ambtenaar met wie ik in gesprek ben voegt nog belerend toe: "Kijk, ik ben geen fan van onze premier, maar jullie West-Europese landen kunnen op economisch vlak iets van ons leren."

Een man wacht op de Chinese premier Li Keqiang, die op dit moment in Boedapest is voor een top tussen Oost-Europese landen en China.Beeld EPA

"Ons grootste probleem is dat de investeringen uit de Europese Unie stilvallen", vult een collega aan. "Wij voelen in dat opzicht nog steeds de gevolgen van de crisis. We kijken nu naar mogelijkheden elders. Ja, we lenen acht miljard van Rusland om een kerncentrale te bouwen, en ja, we willen Chinees krediet om onze infrastructuur te verbeteren, maar als dat Brussel niet zint, waarom komt het dan zelf niet met investeringen voor de dag? Dit is geen geopolitiek spelletje dat we spelen, dit is economische noodzaak en we boeken vooruitgang. Het vertrouwen in de economie groeit."

Het optimisme hier staat in contrast met wat ik in de buitenwijken van de stad voelde. In mijn hotelkamer verdiep ik me in de cijfers en die lijken dat optimisme deels te bevestigen. Enerzijds is er sinds het aantreden van Orbán een verbetering op het gebied van de financiën, de koopkracht en de productie in de maakindustrie. Anderzijds doet Hongarije het voor wat de meeste groei-indicatoren betreft minder goed dan buurlanden als Roemenië en Bulgarije. Het onderwijs en de gezondheidszorg zijn een puinhoop.

"Je moet voorbij de waan van de dag kijken. Orbán is niet meer dan een verpersoonlijking van een gevecht dat in heel Europa aan de gang is", had historicus Andras Gero me op het hart gedrukt. "Dit is het gevecht tussen hoop en angst. De economische heropleving brengt een beetje hoop op meer, maar niet voldoende, waardoor angst en onzekerheid regeren. De mensen zien hoe de wereld verandert, wat er gebeurt in Oekraïne, op de Balkan en in Turkije. De onzekerheid is gigantisch. Op het platteland is het nog erger. De mensen daar vinden Orbán niet meer stoer genoeg en kiezen voor het nog extremere Jobbik (een radicaal-rechtse partij, red.). Je kunt boos zijn op de Hongaren, maar zie Hongarije als een achterbuurt. Er is politieke radicalisering aan de gang. Af en toe moet je de mensen tot de orde roepen, maar het land heeft vooral toewijding en liefde nodig."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden