'Hongaarse priesters hebben liever de vleespotten dan het avontuur'

Het communisme heeft in Oost-Europa afgedaan. Zijn de kerken in staat het gevoel van geestelijke ontheemding en gebrek aan zin weg te nemen? De Hongaarse kerkleiding lijkt de aansluiting bij het volk te missen. -9-

TON CRIJNEN

"Het katholicisme is sinds de omwenteling van '89 bij veel Hongaren in de mode" , zegt pater Laszlo Lukacs. Hij staat aan het hoofd van het theologisch-culturele maandblad Vigilia en treedt op als spreekbuis van het episcopaat. "Vroeger nodigde men bij de opening van een gerenoveerd ziekenhuis of een nieuwe brandweerkazerne de regionale partijchef uit, nu de lokale bisschop. De mensen geloven, overigens ten onrechte, dat de r.-k. kerk weer een machtsfactor gaat worden."

Klara Maszaros (45), die op het punt staat tot ambassadeur in een groot Aziatisch land te worden benoemd en zichzelf "de eminence grise van het Hongaarse rooms-katholicisme" noemt, maakt zich zorgen. Ze stelt: "De r.-k. kerk speelt in het post-communistische Hongarije wel degelijk een politieke rol. Indirekt weliswaar, maar onmiskenbaar. Of de oude tijden terugkeren waarin kerk en staat elkaar de bal toespeelden? Dat denk ik niet, maar sommige Hongaren zijn er wel bang voor. Ze zien dat de christendemocraten, die in de regering zitten, de r.-k. kerk voor hun karretje proberen te spannen. Die loopt zo het risico zich te compromitteren. Dat is gevaarlijk."

Vacante bisschopszetels

Die invloed heeft lange tijd rond het nulpunt geschommeld. Nadat het regime in 1949 de toenmalige aartsbisschop van Boedapest, de latere kardinaal Mindszenty, gevangen had gezet, heeft de katholieke kerk tot 1990 geen sociale rol van betekenis meer gespeeld. Confessionele scholen werden gesloten, alle kloosters opgeheven, religieuze orden voor het grootste deel verboden, priesters gearresteerd.

Jarenlang bleven de meeste bisschopszetels vaccant. En toen er in 1975 een akkoord tot stand kwam tussen Rome en het Kadar-regime werd een aantal compromisfiguren tot bisschop benoemd. De kerk voerde onder kardinaal Lekai (1964-'86) en diens opvolger, kardinaal Paskai, een aanpassingsbeleid dat zelfs de Poolse paus niet heeft weten te doorbreken.

Priesters die in de loop der jaren in botsing kwamen met de overheid - zelfs na 1970 waren er nog arrestaties - hoefden niet op steun van de kerkleiding te rekenen. De bisschoppen hadden allang elke hoop opgegeven, dat het communisme nog ooit zou verdwijnen. Er heerste daardoor een sfeer van resignatie. Gevolg was dat de Hongaarse r.-k. kerk, in tegenstelling tot de Poolse en de Tsjechoslowaakse, geen rol speelde bij het verdwijnen van het communisme.

"Ach" , zegt Klara Meszaros, "dat de kerkleiding zich onder het communisme heeft aangepast, neem ik haar niet kwalijk. Deden we dat niet vrijwel allemaal? Neem mij. Al was ik geen lid van de partij, dissidente ben ik evenmin geweest. Je hoort mij daarom niet de staf breken over het weinig principiele gedrag van de bisschoppen. Wat ik hen wel kwalijk neem, is het feit dat ze zich thans voorstanders tonen van een zuivering binnen de Hongaarse samenleving als geheel, maar niet geneigd zijn binnen hun eigen kerk een evaluatie van de afgelopen 25 jaar te starten."

Klassieke non

Ursula Kalman (71), vice-voorzitter van de conferentie van Hongaarse vrouwelijke religieuzen (3 000 leden), lijkt op het eerste gezicht het prototype van de klassieke non; gedienstig en bescheiden. Tot de kleine, grijze vrouw haar mond opendoet, dan spat het vuur uit de plavuizen. "De meeste bisschoppen hier zijn clericaal en conservatief, staan veraf van hun priesters en de rest van het kerkvolk. Ze missen elk besef van nationale verantwoordelijkheid, houden zich uitsluitend bezig met de zaken in hun eigen diocees. De religieuze opleving die in de jaren '70 en '80 nogal wat mensen naar de kerk trok, is mede onder invloed van het eerdergenoemde thans aan het afzwakken."

Aan de houding van de kerkleiding tegenover de vrouwelijke religieuzen verspilt zuster Kalman weinig woorden: "Die is ronduit middeleeuws. De bisschoppen betrekken ons niet bij hun werk. Ze zien ons slechts als goedkope werkpaarden ten behoeve van de heren clerici. Enkele jongere bisschoppen nemen ons serieus, maar zij zijn niet maatgevend voor het episcopaat als geheel. De manier waarop men de vrouwelijke religieuzen behandelt, is typerend voor de patriarchale manier waarop men in de Hongaarse katholieke kerk tegen vrouwen aankijkt. Wellicht dat op den duur, als er nieuwe bisschoppen worden benoemd, de situatie verbetert."

Ze schetst een beeld van het kloosterleven in haar land dat katholieken bij ons bekend voorkomt: sterke vergrijzing - mede gevolg van het feit dat er veertig jaar lang slechts een zusterorde officieel was toegestaan; de andere orden moesten een clandestien schaduwbestaan leiden -, weinig interesse onder jongeren, interne discussies over de eigen rol in kerk en samenleving, misvattingen bij het publiek.

"De man en de vrouw in de straat tonen zich teleurgesteld. Die hadden aanvankelijk overtrokken verwachtingen van het feit dat na 1989 alle beperkingen met betrekking tot de kloosterorden werden opgeheven. De publieke opinie dacht dat wij hip hop alle sociale problemen zouden oplossen. Nu dat niet zo blijkt te lopen, zijn wij in veler ogen de gebeten hond."

Ook Klara Meszaros, tot voor kort als econoom verbonden aan het Instituut voor Wereldeconomie van de Hongaarse academie van wetenschappen, staat kritisch tegenover de kerkleiding. "De bisschoppen zijn individueel misschien best toegewijde priesters, maar als collectief zijn ze vreselijk. Ze missen elk toekomstconcept, hebben geen enkel inspirerend antwoord op de hedendaagse problemen."

"Helaas willen de meeste progressieve priesters (die zijn er ook!) geen bisschop worden, gesteld dat ze in Rome door de ballotage zouden komen. Ze voelen er niets voor om hun krachten te verspillen in dat dogmatische gezelschap."

Klara Meszaros kent de kerkelijke top als geen ander, heeft voor de bisschoppenconferentie zelfs twee keer de begroting opgesteld. Ze maakt ook deel uit van een lekenbraintrust die de kerkleiding met ideeen voedt ( "slechts enkele bisschoppen waarderen onze hulp; de rest beschouwt ons als gevaarlijk liberaal, ondanks het feit dat er algemeen gerespecteerde leken in onze groep zitten" ).

Klara Meszaros: "We proberen met name het synodeproces te begeleiden dat op twee plaatsen - het aartsbisdom Estergom en het bisdom Szeged-Csanad - wordt gestart. Dat moet de ideeen van het Tweede Vaticaans concilie algemeen ingang doen vinden bij priesters en leken. Want de kerk leefde ook theologisch in een getto."

Niet alleen blijkt er een kloof te bestaan tussen de top en de gelovige achterban, de lokale priesters hebben vaak evenmin direct contact met het kerkvolk. Meszaros legt uit: "Zeventig procent van de priesters is ouder dan vijftig jaar. Slechts een klein deel van hen staat open voor vernieuwing; jonge aanwas is er maar mondjesmaat."

Reden waarom er in de loop der jaren basisgemeenschappen zijn ontstaan van progressieve leken en priesters die in het westen sterk de aandacht hebben getrokken. Met name geldt dat voor de beweging rond pater Bulanyi die door de kerkleiding even hard werd aangepakt als door het regime.

Meszaros waarschuwt er voor de zaak niet te overdrijven. "Het aantal leden dat in het westen aan de basisbeweging wordt toegeschreven, is sterk overtrokken. In werkelijkheid bedraagt het ledental niet meer dan vijftienduizend. Invloed hebben ze wel, maar minder dan ze zichzelf toedichten en dan bij jullie wordt aangenomen."

Mede ontstaan als reactie op de lethargie van de offiele kerk jegens het communisme en uit een behoefte het geloof met gelijkgezinden te beleven, zijn ze er na de omwenteling niet goed in geslaagd zich aan het getto te ontworstelen. Ook is er weinig samenwerking tussen de diverse groepen.

Volgens mevrouw Meszaros bestaat de beweging uit vier stromingen: "de sterk rechtse reveilbeweging Focolare, de eveneens behoudend charismatische beweging, Bulanyi's linkse Bokorgroepen, met daar tussenin de priesterbeweging Regnum Mariae die reeds uit de jaren dertig dateert."

De beweging rond Bulanyi is ondanks haar geringe aantal, zo'n vijftienhonderd leden, het best georganiseerd en bezit volgens Klara Meszaros een fijne neus voor publiciteit. "Hierdoor heeft ze binnen de officiele kerk meer invloed dan het geringe aantal zou doen vermoeden. Nu de beweging echter niet alleen door de Hongaarse bisschoppen wordt verworpen, maar ook bij de paus geen voet aan de grond krijgt, lijkt de kans groot dat ze uit de kerk stapt."

De situatie van de katholieke kerk in Hongarije overziende, waar slechts vijf procent van de gelovigen naar de mis gaat, concludeert Meszaros: "Twee jaar terug was ik nog vol goede hoop. Sindsdien heb ik veel illusies verloren."

Defensief

Dr. A. Bruckner is duidelijk minder pessimistisch. Hij constateert: "Veel van de bisschoppen kunnen het verleden psychologisch maar moeilijk achter zich laten, stellen zich te defensief op. Aan de andere kant doen ze harder hun best om de kerk aan de nieuwe omstandigheden aan te passen dan velen denken." Pater Bruckner, cistercienzer, is directeur van het OLI; drie letters die staan voor Hongaars pastoraal instituut. Opgave van het OLI is de kerk bij de tijd te brengen door middel van scholing en voorlichting aan priesters en leken. Bruckner legt uit: "Veel priesters willen liever bij de vleespotten van Egypte blijven dan het avontuur in de woestijn aan te gaan. En wat de leken betreft, die zijn theologisch onderontwikkeld en niet gewend om in de kerk verantwoording op zich te nemen. Ons instituut ziet het als zijn taak om al deze mensen in beweging te brengen."

"De situatie is overigens beter dan de media haar voorstelt. Veel zaken staan op de rol, ook al loopt het langzaam. Neem de diocesane synodes die thans van start gaan, daar heb ik goede verwachtingen van. Ook neemt langzaam het aantal geschoolde lekenleiders toe en zie je de laatste tijd hoe binnen de seminaries, vroeger sterk conservatief, het een en ander ten goede verandert." Zijn conclusie: "Ik ben hoopvol gestemd."

Dr. Lukacs, die het conservatisme binnen zijn kerk niet ontkent - "ik ben er zeker van dat de meeste bisschoppen de conciliedocumenten niet hebben gelezen" -, waarschuwt voor westers dedain: "Jullie moeten oppassen om te zeer de staf over ons te breken. Men onderschat in het westen de grote trouw die de kerken hier in Oost-Europa, tegen alle verdrukking en isolement in, aan de dag hebben gelegd waar het het vasthouden van het geloof en van de band met de wereldkerk betreft. Als gevolg daarvan heeft men bij ons een diep gevoel voor spiritualiteit, transcendentie en innerlijkheid ontwikkeld waar jullie van kunnen leren. Al vind ik het te ver gaan om te stellen dat 'het licht' uit het oosten zal komen. Zo eenvoudig ligt het niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden