Hongaarse orgelmuziek nogal zwaar op de hand

Klassiek

Gyula Szilágyi, orgel, in Het Orgelpark, Amsterdam op 11/3.

Eén van de series in het Amsterdamse Orgelpark heeft als titel ’Landenportretten’. Dinsdag speelde de Hongaar Gyula Szilágyi een programma met orgelwerken uit zijn geboorteland. Een vrolijk avondje werd dat niet, want de Hongaarse orgelcomponisten bleken nogal zwaar op de hand te zijn, inclusief Franz Liszt. Diens duistere en meditatieve ’üvocation à la Chapelle Sixtine’ staat mijlenver af van zijn speelse Hongaarse rapsodieën.

Wie op invloeden van de Hongaarse volksmuziek hoopte, kwam er in dit concert bekaaid vanaf. Alleen in zes korte stukken van Béla Bartók waren die te horen, maar hier ging het om orgelbewerkingen van pianowerkjes. Die deden het op het heldere Van Leeuwen-orgel onverwacht goed, hoewel de orgelklank deze ranke stukjes soms te veel opblies.

Zeer somber en zwaar was het indrukwekkende ’Dodeneiland’ van Dezsö Antalffy-Zsíros. Hierin benutte Szilágyi op voortreffelijke wijze de talloze toonkleuren van het Sauer-orgel. Wat een prachtig instrument is dit toch. Het heeft veel meer klankmogelijkheden en klinkt veel imposanter dan je op grond van de beperkte dispositie zou verwachten.

’Spelende Faunen’ van Antalffy-Zsíross was een technisch veeleisend stuk in een bijna filmisch-impressionistische stijl te zijn. Tekenend is dat het ondanks de vele loopjes nooit écht speels klonk. Maar opnieuw schitterend uitgeregistreerd.

De Fantasie over Psalm 107 van Zoltán Gárdonyi kent fraaie contrapuntische variaties, maar het werk is niet organisch genoeg om te blijven boeien. Het karakteristiek Hongaarse kort-lang-ritme, met een accent op de korte noot, vormde een interessant contrapunt tegen de Geneefse Psalmmelodie. Eigenlijk klonk dit werk behoorlijk gereformeerd, bijna Nederlands, vooral nadat de Hongaarse ritmes ophielden. Twee werelden waren vervolgens te horen in István Koloss’ ’Res severa gaudium’: die van de Fransman Duruflé en van de Hongaar Kodály.

Ook dit werk klonk ernstig, maar dat lag tevens aan de speelwijze van Szilágyi. Deze organist durft zich moeilijk met de muzikale stroom te laten meevoeren. Over het algemeen was zijn spel te bedachtzaam en soms aarzelend. Zelfs de enige vrolijke noot deze avond, ’Mozart Changes’ van Zsolt Gárdonyi, een mengelmoes van een Mozart-citaat en pure jazz, wilde niet echt swingen. Na alle ernst was het luisteren naar dit werk een opluchting. Door met dit speelse werk uit 1995 te eindigen, sloot Szilágyi de programmatische cirkel, want ook in het openingsstuk, Liszts ’üvocation’, staat een uitvoerig Mozart-citaat centraal, zij het in een totaal andere sfeer en context.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden