Hongaarse economie in spagaat

,,De precisie waarmee die vrouwen werken blijft me verbazen'', zegt John Vetten. Aan een tafel zit een zestal vrouwen cosmeticapotjes te labelen.

Vetten is directeur en enige Nederlander bij Anaconda in Veszprim, een dochteronderneming van Norit. Hij kwam een jaar geleden bij de Hongaarse onderneming en praat met enige trots over 'zijn Hongaren'.

Nederlanders doen vaak neerbuigend als ze over Oost-Europa praten, beweert hij. ,,Veel Nederlanders denken dat je mensen hier alles moet leren. Maar dat is zeker niet waar. Natuurlijk zijn er problemen. Hongaren hebben bijvoorbeeld nooit geleerd eigen initiatief te ontwikkelen. Maar we doen hier in de fabriek dingen die ze in Nederland niet voor elkaar krijgen. Wij kunnen heel snel van product wisselen en zijn heel goed in het maken van kleine partijen. Onze productie is veel kleinschaliger, maar heel professioneel.''

Dat komt voor een deel, omdat de Hongaarse werknemers veel goedkoper zijn dan Nederlanders. Handwerk, zoals handmatig labelen, is hier in Hongarije nog betaalbaar. Tegelijkertijd is het technische niveau van de Hongaren heel hoog. ,,Het oogt allemaal wat ouderwets. Ons laboratorium heeft iets van een heksenkeukentje. Maar dat neemt niet weg dat er het ene nieuwe recept na het andere wordt bedacht.''

Vetten is niet de enige ondernemer die Hongarije heeft ontdekt. De afgelopen jaren is er door buitenlandse investeerders voor 39 miljard gulden in het land gestoken. Geen enkel ander voormalige Oostblokland kan daaraan tippen.

De automobilist kan langs de M1, de autosnelweg van Boedapest naar Wenen, geen moment wegkijken of er verrijst ergens in het blikveld een nieuw winkelcentrum, een kantoor of een fabriekshal.

Maar van die post-communistische opbloei is bitter weinig te merken aan de andere kant van het land, in een plaats als Nyiregyhaza, in het oosten van Hongarije. Het fraaie industriepark dat daar ruim twee jaar geleden werd aangelegd, staat nog steeds leeg. Zelfs de belastingvoordelen die hen in het vooruitzicht worden gesteld, vermogen investeerders niet te lokken, verzucht Balasz Korvin, manager van de faciliteit.

Er was altijd al een tegenstelling tussen het armere Hongaarse oosten en het rijkere westen. Maar nu dreigt het land letterlijk sociaal-economisch in tweeën te splitsen. In Boedapest en andere steden in het westen van het land is het nagenoeg onmogelijk nog geschoold personeel te vinden. In Esztergom is de werkloosheid één procent. De autofabriek van Audi in Györ haalt zijn productiepersoneel per bus uit veraf gelegen steden en dorpen. Maar in de Oost-Hongaarse staalstad Ozd heeft meer dan dertig procent van de bevolking geen werk. Niet alleen is de werkloosheid er veel hoger dan in het westen, wie wel een baan heeft, verdient ook aanzienlijk minder dan hij of zij in West-Hongarije zou krijgen.

De Hongaarse regering probeert investeerders met belastingvrijstellingen naar de achtergebleven regio's te lokken. Tot nu toe met matig succes. De oostelijke provincies samen trokken de afgelopen jaren nog geen tiende van alle buitenlandse investeringen. Het grote probleem is, dat Oost-Hongarije ver weg van alles ligt. De verbindingen zijn er slecht en plannen voor verbetering van de infrastructuur zijn er wel, maar kosten geld dat er eigenlijk niet is.

Buitenlandse en Hongaarse managers vinden de regio weinig aantrekkelijk. ,,Rustig'', zo omschrijft een Nederlandse ondernemer in Debrecen de stad. Het mag de tweede stad van het land zijn, het bruist als in een Nederlandse provinciestad met 20 000 inwoners. ,,Er is geen uitgaansleven, geen enkel echt goed restaurant. Er is een universiteit, maar de studenten zijn te arm om te stappen.''

Het oosten heeft echter één ding te bieden: een ruim aanbod aan goedkoop en behoorlijk geschoold productiepersoneel. De lonen liggen 25 tot 30 procent lager dan in West-Hongarije. Om die reden bouwt het Amerikaanse General Electric inmiddels in het troosteloze Ozd toch een nieuwe fabriek. Dankzij de sluiting van de grote staalfabrieken en de aanwezigheid van een technische school is er technisch geschoold personeel te over. Ondernemingen als Siemens, TDK en IBM hebben productie-eenheden opgezet in de provincie Nograd, een van de armste regio's van het land.

De Japanse onderneming Shinwa gaat autoradio's bouwen in Miskolc. ,,De problemen komen pas, als je leidinggevende mensen zoekt'', aldus de Nederlander in Debrecen. ,,Managers trekken naar Boedapest zodra ze de kans krijgen. En wie daar een keer zit, is er nauwelijks weg te krijgen.''

Dat klopt, zegt Vetten. ,,Boedapesters kijken neer op de rest van het land. Onze verkoop zit in Boedapest. Er is een behoorlijke tegenstelling tussen de fabriek en de verkoop.'' Ondernemingen die in het oosten leidinggevend personeel zoeken, moeten echt mensen lokken: met een auto van de zaak, een forse kilometervergoeding en volledige vergoeding van de huur.

General Electric heeft in Ozd managerswoningen laten bouwen. En dan nog, zegt de Nederlander in Debrecen: ,,Je moet er mee rekenen dat leidinggevend personeel binnen een jaar of twee weer weg is. Hongaren zijn niet mobiel. Daarom is de werkloosheid hier zo hoog. Maar wie carrière wil maken, gaat uiteindelijk toch naar Boedapest''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden