Honderdduizend banen gevraagd

Werk, werk, werk. Nu de economische crisis op haar einde loopt, is arbeid voor het kabinet hét thema geworden. Vorige maand telde Nederland nog ruim 630.000 werklozen. De premier presenteerde met Prinsjesdag een 'zeer ambitieus plan' waardoor er de komende jaren honderdduizend extra banen moeten komen. Aan welke knoppen gaat de regering draaien om de werkgelegenheid te stimuleren?

De PvdA ziet graag meer investeringen in de Nederlandse economie waardoor het aantal vacatures toeneemt. Maak de huizen in sneller tempo energiezuinig, zorg ervoor dat het midden- en kleinbedrijf makkelijker geld kan lenen. De VVD benadrukt vooral dat banen uit de markt moeten komen, dat de overheid ze niet kan scheppen.

De coalitiepartijen zijn het dus niet helemaal met elkaar eens over welke maatregelen moeten worden genomen. Zo vindt PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom dat alle stimuleringsplannen om meer mensen aan het werk te krijgen tot nu toe veel te weinig hebben opgeleverd. Met deze constatering kan eigenlijk niemand het oneens zijn.

Toch geeft het ministerie van sociale zaken nog steeds miljarden euro's uit aan reïntegratietrajecten om werklozen naar een baan te begeleiden of te ondersteunen zodra zij werk hebben. Naast het tiental bestaande maatregelen zoals mobiliteitsbonussen en sollicitatietrainingen zijn er tijdens Prinsjesdag zelfs nog een aantal nieuwe gepresenteerd.

Zo komt er een brug-WW. Als een bedrijf een werkloze laat werken en omscholen, wil de overheid de opleiding betalen en krijgt de WW'er zijn uitkering doorbetaald terwijl hij les krijgt. Het bedrijf hoeft dan alleen loon voor de gewerkte uren te betalen, niet voor de scholingsuren. Het moet wel echt gaan om beroepen waar een tekort aan vakmensen is, zoals in de techniek.

Of de brug-WW zal aanslaan, moet de tijd leren, maar omscholen wordt wel gezien als een goede investering. Zeker omdat steeds meer bestaande banen verdwijnen. Dat komt voornamelijk door allerlei technologische ontwikkelingen. De computer neemt steeds meer eenvoudig werk over, waar laagopgeleide mensen, met name op mbo-niveau, de dupe van zijn.

Mocht je thuis komen te zitten, dan mag je -werd ook op Prinsjesdag bekendgemaakt - voortaan drie maanden langer dan nu de kinderen naar de crèche sturen met behoud van kinderopvangtoeslag, zodat je in alle rust een pakkende sollicitatiebrief kan schrijven. Al is het de vraag of een ontslagen thuishulp meer kans op werk heeft als hij of zij acht uur per dag solliciteert. Veel werklozen solliciteren zich een slag in de rondte maar als de banen er niet zijn, houdt het op.

Een van de meest effectieve overheidsmaatregelen om werkgelegenheid te creëren is het verlagen van de belasting op arbeid. Dat maakt het aantrekkelijker voor ondernemers om mensen aan te nemen. Het kabinet gaat dat ook doen. Maar wel stapsgewijs, want er is eigenlijk geen geld voor. Volgend jaar wordt een begin gemaakt met 1 miljard euro. Het kabinet wil dat bedrag ophalen uit meevallers.

De overheid hoopt op termijn heel veel extra banen te scheppen door de lasten op arbeid met 15 miljard euro te verlagen. VVD en PvdA zijn het nu nog niet eens geworden waar de miljarden weg te halen. Daarom hier een overzicht van de mogelijke maatregelen. Wat werkt tegen werkloosheid, en wat niet?

Een steen op de maag van werkgevers is de nieuwe ziektewet die vorig jaar is ingegaan. Deze wet legt de kosten voor zieke flexkrachten bij de individuele werkgever. Tot 2013 moest een werkgever bij ziekte alleen doorbetalen tot het einde van het contract. Nu is hij ook na beëindiging van het dienstverband verantwoordelijk, net zo lang tot de flexkracht weer beter is. Dat kan volgens juristen de absurde situatie opleveren dat de kosten van een zieke werknemer die een dag heeft gewerkt, twaalf jaar lang aan de werkgever kan worden doorberekend.

De gedachte achter de wet is dat werkgevers zo zuiniger omgaan met hun flexibele krachten. Maar werkgevers klagen juist dat flexkrachten hierdoor veel minder aantrekkelijk zijn. Mooi, denken de vakbonden en minister Lodewijk Asscher van sociale zaken. Maar is dat wel zo mooi? Een werkgever kan ook extra scherp gaan letten op het medisch verleden van een potentiële kracht. "Heeft u twaalf jaar geleden een burn-out gehad? U hoort nog van ons." De nieuwe wet hoort in een trend waarbij werkgevers steeds meer de risico's van ziekte en arbeidsongeschiktheid dragen. Werkgevers proberen dit soort risico's tot een minimum te beperken. Zij zullen er dan ook alles aan doen het aantal (flexibele) personeelsleden zo klein mogelijk te houden. Een andere optie is zoeken naar alternatieve vormen van dienstverbanden met Oost-Europese werknemers.

Netwerkbijeenkomsten, inspiratiedagen, sollicitatiecursussen, plaatsingsbonussen, banenbeurzen. Dit is slechts een kleine greep uit de enorme hoeveelheid instrumenten die de overheid inzet om werklozen klaar voor de arbeidsmarkt te maken en werkgevers te lokken om ouderen of juist jongeren een kans te geven. Ze worden al decennia ingezet. Af en toe raakt een methode in opspraak of de bureaus die het uitvoeren, en verandert er iets, maar in grote lijn zijn dit de instrumenten waarmee de overheid uitkeringsgerechtigden wil helpen. Al dan niet verplicht. Of ze effect hebben, is twijfelachtig. Goede wetenschappelijke onderzoeken naar welke methodes wel en niet werken, zijn er nauwelijks. Er wordt immers geen geld gestoken in onderzoek. Hoogleraren arbeidsmarkt vermoeden dat het allemaal weinig bijdraagt. Uit de eerste evaluaties van het huidige kabinetsbeleid blijkt ook dat er weinig gebruik gemaakt wordt van de plaatsingsbonussen of premiekortingen. Ondernemers weten vaak niet van het bestaan af, of vinden het teveel gedoe om deze financiële vergoeding aan te vragen. Desondanks heeft minister Asscher onlangs nog de subsidieregeling voor 55-plussers uitgebreid naar 50-plussers. De overheid laat immers niemand vallen.

Van werk naar werk: dat is het grote ideaal, waarbij werkgevers samenwerken door een overtallige werknemer bij een ander bedrijf te plaatsen. Indien diegene scholing nodig heeft, springt de overheid graag bij. In de sectorplannen, waar het kabinet 600 miljoen euro voor heeft uitgetrokken, speelt scholing een grote rol. De minister hoopt 185.000 mensen te bereiken. Er is ook nog eens 80 miljoen euro voor extra leerbanen of stages voor scholieren. Tenminste 100 miljoen is er voor de nieuwe brug-WW waarmee mensen omgeschoold moeten worden voor banen waar nu een tekort aan personeel is. En dan zit er nog eens zo'n 2 miljard euro in de scholingsfondsen van werkgevers, die echter maar mondjesmaat worden aangesproken. Al dit geld levert natuurlijk niet direct werkgelegenheid op, maar zorgt er wel voor dat er een betere aansluiting is tussen wat werkgevers vragen en wat werknemers kunnen bieden. Het is meer een soort smeerolie voor de arbeidsmarkt. Zo is er in de techniek een tekort aan personeel, terwijl bouwvakkers het de afgelopen jaren zwaar hadden. Met scholingsgelden hadden deze werklui zo van de ene baan naar de andere kunnen hoppen. Dat is echter nauwelijks gebeurd. De branches willen vooral hun scholingsgeld inzetten voor hun eigen werknemers en niet voor personeel dat de sector gaat verlaten na de opleiding. Of de brug-WW deze ambitie wel kan realiseren, weten we over een paar jaar.

Als er een elixer is tegen werkloosheid, dan zijn het de kosten voor arbeid. Die zijn in Nederland veel te hoog, vinden werkgevers en vakbonden. Dan gaat het niet over de salarissen die werknemers op hun bankrekening krijgen gestort, maar het geld dat werkgevers kwijt zijn aan belastingen en premies. De loonkosten stegen tussen 2008 en 2013 met bijna 12 procent terwijl de koopkracht in diezelfde periode met 0,3 procent daalde. Het verschil tussen bruto en netto is vooral een probleem aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Door de hoge werkgeverslasten is het relatief duur om een laaggeschoolde medewerker in dienst te nemen. Werkgevers omzeilen de hoge kosten door hun toevlucht te nemen tot zzp'ers, payrollers en andere flexkrachten. Zij betalen geen of minder sociale premies, wat tegelijkertijd het sociale zekerheidsstelsel ondermijnt. Dat verklaart deels waarom het kabinet zo'n urgentie voelt om het belastingstelsel ingrijpend te hervormen. De minister van financiën kondigde vorige week een plan aan voor een rigoureuze hervorming van het belastingstelsel. Volgend jaar al zouden de lasten op arbeid met 1 miljard euro naar beneden gaan, op termijn moet dat zelfs 15 miljard worden; volgens het kabinet goed voor 100.000 banen.

Het is een klassieke politieke reflex, banen scheppen door nieuwe wegen, dijken en bossen aan te leggen. Het kabinet grijpt deels terug op deze vertrouwde tactiek met het nieuwe Deltaplan, goed voor 20 miljard euro in 30 jaar. Het vorige Deltaplan leverde banen en kennis op van waterbeheer, waarmee bedrijven later mooie opdrachten binnen sleepten in het buitenland. Al was niet werkgelegenheid maar veiligheid het motief achter het nieuwe Deltaplan, het omvangrijke project zal zeker voor banen zorgen, mits Nederlandse bedrijven de aanbesteding winnen. Voor een structurele groei van banen moeten investeringen vooral naar kennis en innovatie gaan. De kansen voor Nederland liggen in een hoogopgeleide bevolking die hoogwaardige goederen en diensten levert.

Het topsectorenbeleid moet daar een rol in spelen, al is deze samenwerking tussen universiteiten en bedrijven vooral goed voor de grotere bedrijven, zo luidt een breed gedeelde kritiek. Jammer, want veel innovatie komt voort uit het MKB, bedrijven met minder dan 250 werknemers. Het probleem is dat zij geen kredieten meer krijgen van banken. Het Toekomstfonds moet uitkomst bieden. Ondernemers die geld nodig hebben voor innovatie, kunnen een beroep doen op het fonds dat een startkapitaal heeft van 200 miljoen euro, afkomstig uit de aardgasbaten. Maar dat compenseert het verlies van het Fonds Economische Structuurverkenningen (FES) onder Rutte I niet, zeggen critici. Het FES werd ook gefinancierd uit de aardgasgelden en keerde een deel uit aan investeringen in de kenniseconomie. Omdat het bedrag uit het FES veel hoger was dan de verwachte uitkeringen uit het Toekomstfonds, zijn de reacties overwegend lauw.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden