Honderd procent allochtoon / Het geduld van de school is op

De tijd dat de onvrede op zwarte scholen met de mantel der liefde werd bedekt, lijkt voorbij. Renald Gunsch is directeur van de Van Ostadeschool in Den Haag. Zijn school heeft inmiddels honderd procent allochtone leerlingen en is daar helemaal op ingesteld. ,,Bij ons heeft alles nu een verplicht karakter.''

Je moet allochtone ouders actief bij de school betrekken, zegt Gunsch: ,,Op ouderavonden behoor je als ouder bij ons gewoon aanwezig te zijn. Dat maken we heel duidelijk, en 85 procent van de ouders komt inderdaad. De andere 15 procent wordt direct aangesproken door de leerkracht. Als je het zo niet aanpakt, dan komen die ouders gewoon niet. Wij hebben hier regels en verwachten dat iedereen zich daaraan houdt. Dat is geen verrechtsing maar verduidelijking.''

Aan duidelijkheid heeft het lang ontbroken, vindt ook Irene Sandel. Ze werkte de afgelopen vijfentwintig jaar bij de onderwijsbegeleidingsdienst en verschillende zwarte scholen in Den Haag. Geklaagd wordt er al sinds de jaren tachtig, zegt Sandel: ,,Toen hoorde je Nederlandse ouders al klagen dat de sfeer op 'hun' school' veranderde als er veel allochtone leerlingen kwamen. Het is mijn school niet meer, hoorde je dan, en: Mijn kind moet Turkse liedjes zingen.''

,,In het begin was er vooral veel begrip voor allochtonen. Op een gegeven moment is de weegschaal doorgeslagen naar de andere kant. Uitjes, het schoolreisje, het schoolzwemmen, op een gegeven moment is overal gedoe over. Dat kost zo ontzettend veel energie. Ik heb ouders meegemaakt die wilden dat hun dochter een panty en een hoofddoek droeg tijdens het schoolzwemmen. De school ging daarin mee. Die wilde natuurlijk dat het meisje zou leren zwemmen, maar zo'n eis gaat te ver.''

,,Of scholen te soepel zijn geweest? Dat zou ik niet zeggen. Maar er is wel te weinig gebeurd om het probleem bespreekbaar te maken. Scholen wilden scoren, ook bij de mensen die met allochtonen te maken hadden, gemeentelijke instanties en dergelijke. Ik ben Surinaamse en daarom is het misschien wat makkelijker om open te zijn. De school verdient respect, maar moet ook de dingen bij de naam noemen. Er werd veel toegegeven. Dingen die van Nederlandse ouders niet gepikt zouden worden. Neem de vakanties. Als je vroeger tien allochtone kinderen in een klas had, dan kwamen er vijf keurig de eerste dag na de vakantie naar school. De rest kwam in de weken daarna binnendruppelen. Het werd lang geslikt, maar dat is voorbij. Van Nederlandse ouders pik je het ook niet als zij hun kinderen van school houden om op vakantie te gaan.''

Gunsch: ,,Ik heb nu weer tien aanvragen liggen van ouders die van de zomer een week eerder weg willen. Daar heb ik geen zin in. Dus heb ik de leerplichtambtenaar maar uitgenodigd. Dan kan die het uitleggen. Gelukkig werkt die hier goed mee. Er zijn in Den Haag inmiddels flinke boetes uitgedeeld en dat weet nu iedereen.''

Het meerdaagse schoolreisje is op de Van Ostadeschool weer ingevoerd. Gunsch: ,,Tien jaar geleden hoefde je er niet over te beginnen. Je kreeg ze gewoon niet mee. Nu gaan we weer met groep acht. Misschien is het nu ook wat makkelijker omdat wij een volledig zwarte school zijn. Maar nog altijd gaan er, van de veertig kinderen, acht niet mee. Je kunt praten als Brugman maar een aantal meiden krijg je niet mee.''

Op de Van Ostadeschool is veel aandacht voor ouders. Het speerpunt heet 'ouderparticipatie'. Gunsch: ,,Wij voeden ouders op. Je moet hen verantwoordelijkheidsgevoel bijbrengen en dus duidelijk maken dat het belangrijk is, dat ze weten wat hun kind doet. Anders laten veel ouders, grof gezegd, de kinderen aan hun lot over. Allochtone ouders zijn vaak erg op prestatie gericht. Ze stellen hoge eisen aan het kind, maar daar hoort ook belangstelling voor de school bij en hulp bieden bij huiswerk. Als de kinderen hier binnenkomen, hebben ze anderhalf tot twee jaar taalachterstand. In het voorschoolse traject leren we de moeders de liedjes, laten ze de prentenboeken lezen etcetera. Dingen die wij met de kinderen op school doen. Er is genoeg belangstelling voor, maar het opleidingsniveau werkt vaak niet mee. Ik heb veel ouders uit de lagere sociale klassen.''

Irene Sandel is gefrustreerd geraakt door de houding van de overheid. ,,Er moet veel meer rugdekking komen. Je moet kunnen ingrijpen bij ongewenst gedrag. Ik vind dat directeuren het recht moeten krijgen kinderen te schorsen. Dat helpt.''

Ook Gunsch vindt dat de overheid ronduit vreemd bezig is: ,,Ik heb een openbare school maar moet godsdienstonderwijs toelaten. Iedere groep ouders kan dat afdwingen bij de overheid. Ik heb nu islamitisch onderwijs onder lestijd voor groep zeven en acht. Zo is de wetgeving. Elke willekeurige organisatie kan bepalen dat dat moet op een openbare school. Ik heb het gelukkig tot drie kwartier kunnen beperken, maar het gaat wel van lestijd af die de kinderen hard nodig hebben. Er wordt wel goede sier mee gemaakt. Er valt winst te behalen, was het praatje van de gemeente. Maar lang niet iedereen is ervan gediend. Ik heb dan wel geen Nederlandse kinderen meer, maar veel hindoestaanse ouders vinden het ook niet prettig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden