Honderd jaar naïviteit

Geert Mak schreef een geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw aan de hand van de wederwaardigheden van zijn familie. Hij verbaast zich over naïviteit van de voorgaande generaties. Maar komt tot de conclusie dat we aan het eind van de eeuw weer terug zijn bij af.

,,Met dit boek, De eeuw van mijn vader, wil ik een brug slaan tussen de mensen die nu leven en de generaties die voorbij zijn. Naar wat wij nu weten lijken de Nederlanders uit de jaren dertig onnozel in hun reacties op wat achteraf de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog bleek te zijn. Maar probeer eens in hun schoenen te gaan staan. Helemaal idioot was het niet.''

Geert Mak, geboren in december 1946 en auteur van ondermeer Hoe God verdween uit Jorwerd, schreef een geschiedenis van Nederland van de twintigste eeuw, aan de hand van de wederwaardigheden van zijn familie. Het boek begint in Schiedam, bij de ambachelijke zeilmakerij van grootvader Mak, en volgt het jonge gezin Mak naar Indonesië, waar de vader van de auteur in 1928 als predikant in dienst komt van de gereformeerde kerk te Medan.

De oorlog drijft het gezin uit elkaar. De twee oudste kinderen, Anna en Cas, zijn dan in Nederland, vader komt bij de Birmaspoorlijn terecht en moeder brengt met drie kinderen, Tineke, Gjalt en Hans, drie jaar door in Jappenkampen. Na de terugkeer in Nederland wordt vader Mak predikant in Leeuwarden. In 1952 valt de eerste Donald Duck op de deurmat, die huis aan huis gratis bezorgd werd. Twaalf jaar later komt er televisie in huis. De moeder van Geert beleeft in haar zoon wat ze zelf had gemist: studeren, vrij zijn. Zelf had ze begin jaren twintig haar studie natuurkunde in Delft moeten afbreken zodra ze verloofd was.

Een riskant project, die verstrengeling van algemene geschiedenis met familiegeschiedenis?

,,Voor ik eraan begon was ik bang dat mijn techniek onvoldoende zou zijn. Schrijven is als het timmeren van een tafel of een kast, een ambachtelijke bezigheid. Het in elkaar vlechten van die twee elementen gaf hier en daar gecompliceerde situaties. Maar al werkend word je vaardiger. En verder heb ik geluk gehad. Mijn ouders hebben in hun Indische periode veel brieven geschreven naar de familie in Nederland en die brieven zijn bewaard gebleven. Mijn grootvader Van der Molen had ze netjes geordend op datum. En toen ik al met het boek bezig was vond ik op zolder de zwarte koffer terug waarin ik na de dood van mijn moeder allerlei papieren gestopt had. Samen met de artikelen die mijn vader ooit schreef in het blad Woord en Geest, dat ik op de VU kon terugvinden, had ik een schat aan bronnen. Door de familiegeschiedenis als uitgangspunt te nemen heb ik natuurlijk wel accenten gelegd. Het gaat veel over gereformeerden en over Indië.''

Het doet af en toe wat vreemd aan om tussen de verhalen over het gezin een analyse te lezen van de positie van Chamberlain, of een verklaring van de macht van Hitler. Waarom moesten die passages erin?

,,Ik ben geen historicus, maar wat ik doe is wel een vorm van geschiedschrijving. Ik beschrijf een mentaliteit. Ik kan niet alleen feiten geven, al heb ik wel veel gebruik gemaakt van statistiek. Ik moet ook interpreteren. En, hoe beroerd ook, Hitler is vermoedelijk de belangrijkste man van de eeuw voor Europa. Hitler was oneindig veel belangrijker dan, zeg, Colijn. Zonder Hitler zou het leven er heel anders uit hebben gezien.''

,,Nederland is een deel van Europa, al dachten we heel lang dat we een geïsoleerd bestaan leidden. Maar dat komt doordat we de Eerste Wereldoorlog niet hebben meegemaakt. We hebben die wissel gemist en daardoor zijn we tot 1940 onnozelaars gebleven. Ik heb de kranten opgezocht die mijn ouders in die tijd lazen: de Sumatra Post en De Standaard, om me te realiseren wat ze in die tijd wel en niet wisten.''

,,Uit de brieven blijkt hoe mijn ouders de toekomst zagen. In Medan hingen op nationale feestdagen de hakenkruisvlag naast Chinese, Engelse en Nederlandse vlaggen. Niemand had daar problemen mee. Mijn moeder schreef: de Hitlervlag is toch immers de Duitse nationale vlag?''

,,Ik heb het hele boek door geprobeerd te schrijven vanuit het standpunt dat mijn ouders toen hadden, met wat ze toen wisten en, vooral, nog niet wisten. Vergeet niet, in de jaren dertig beseften de meeste mensen niet dat ze tussen twee wereldoorlogen in leefden, iets wat voor ons een vanzelfspekendheid is.''

,,Natuurlijk, achteraf is het niet te begrijpen dat mijn ouders in 1939 op verlof naar Nederland kwamen en er bij hun terugkeer naar Indonesië in februari 1940 de oudste twee kinderen achterlieten. Nu vind ik dat zelfs met wat toen bekend was wel heel erg naïef.''

De verhalen van Hans, de op een na jongste, staan apart. Waarom is dat?

,,Wat hij me vertelde, toen ik hem sprak naar aanleiding van het boek, over zijn tijd als vijfjarig jongetje in het kamp, was zo puur, zo'n samenhangend geheel, dat ik dat niet wilde versnijden. Hij vertelt alles vanuit het perspectief van het kind dat hij toen was. Bijvoorbeeld dat hij niet echt honger had, omdat hij niet wist wat dat was. Hij had alleen een raar gevoel in zijn buik. En ze hadden enorme belangstelling voor plaatjes in de kinderbijbel waar eten op stond. De bruiloft te Kana, daar konden ze niet genoeg van krijgen.''

De neiging, pijnlijke of dreigende situaties te negeren, wordt in het boek als typisch Nederlands beschreven. Het gaat daarbij niet alleen om het negeren van tekenen die duiden op de naderende Tweede Wereldoorlog, maar ook om de positie van de Nederlanders in het toenmalige Indië. De stelling dat Nederlanders afwijkend waren en dat bijvoorbeeld Fransen, Engelsen, Russen de vervelende realiteit wel onder ogen zagen, lijkt me niet houdbaar.

,,Nou, ik ben ervan overtuigd dat het feit dat de Eerste Wereldoorlog langs de Nederlanders heen is gegaan, hen lang naïef heeft gemaakt, onschuldig, zo je wilt. En wat Indië betreft, mij gaat het erom dat Nederlanders geen idee hadden hoe de verhoudingen lagen en dat ze geen moeite deden een reëel beeld te krijgen, omdat ze vonden dat wat zij deden, het beste was. Ik denk dat die houding mij vooral irriteert in combinatie met de geheven vinger. De Engelsen hebben het wat de dekolonisatie betreft veel beter gedaan dan de Nederlanders. Zij hadden meer oog voor hun eigen zwakte, waren daar, zo imperiaal als ze waren, veel grootser in dan wij. Doordat ze onder ogen zagen dat ze in de kolonieën te maken hadden met een andere cultuur dan de hunne, hebben ze de afwikkeling van het kolonialisme veel beter geregeld.''

,,Nederlanders denken toch dat iedereen denkt en werkt als, laten we zeggen, de gemeente Leeuwarden. Dat is onze houding tegenover Indonesië geweest: je maakt een praatje, je geeft wat toe over en weer, je komt tot een compromis en zo is de zaak beklonken. Dat het in Indonesië draait om eer en vernedering, en helemaal niet om rustige compromissen, hadden wij niet in de gaten. Als je ziet hoe zwak de positie van de Nederlanders was geworden in Indonesië, hoe we in de ogen van de Indonesiërs vernederd waren door de Japanners, begrijp je dat het onmogelijk was om ooit nog gezag uit te oefenen. Maar dat zagen de Nederlanders niet. Eigenlijk is onze houding hetzelfde geweest in de kruisrakettenkwestie. We dachten dat we een beetje met die Russen konden praten en dat het dan goed kon komen. We hadden geen idee hoe hard het gespeeld werd.''

Als het gezin alles al heeft meegemaakt, wordt in 1946 de kleine Geert geboren, het nakomertje. Uw ouders zijn dan 45 en 46 jaar. Bent u door het werken aan dit boek naar uw eigen gevoel meer deel gaan uitmaken van het gezin?

,,Ja, en ik heb vooral mijn ouders veel beter leren kennen, uit de brieven. Mijn ouders waren voor mij altijd wat oude mensen, bezadigd en wijs. Ik keek enorm tegen hen op. In de brieven zie ik een heel andere kant van hen. Zoals mijn moeder over de Indonesiërs schrijft, ik wist niet wat ik las. Tegelijk besefte ik opeens hoe jong mijn moeder toen was, twintig jaar jonger dan ik nu ben.''

,,Een ander voorbeeld. Mijn vader nam in de kwestie Geelkerken, die speelde in 1926, over de vraag of de slang in het paradijs echt gesproken had of niet, een onhandig standpunt in. Dat betekende het einde van zijn vriendschap met Jan Buskes en Evert Smelik, iets dat hij later diep betreurde. Maar opnieuw; toen ik me erin verdiepte realiseerde ik me dat mijn vader toen pas 28 was.''

,,Nu is het nauwelijks voor te stellen dat die zaak-Geelkerken, zo hoog opspeelde. Je moet het zien tegen de achtergrond van het geloof in die tijd. Mijn grootmoeder vertelde dat toen een van haar kleuters stierf, het kind aan mijn oom vroeg: Koos, hou je de ladder goed vast als ik naar de hemel ga? In die realistische manier van denken, waarbij de hemel heel concreet boven ons is, was de kwestie van de sprekende slang belangrijk.''

,,Mijn ouders hebben net als heel gereformeerd Nederland een enorme ontwikkeling doorgemaakt.''

Terugkijkend op deze eeuw, de enorme materiële welvaart, hoe vindt u dat Nederland er nu voorstaat?

,,Als ik hoor dat het kabinet geld heeft te vergeven en ik lees tegelijkertijd dat bijstandsmoeders met kinderen jonger dan vijf jaar moeten solliciteren, dan denk ik dat Nederland uit balans is, meer uit balans dan dertig jaar geleden. Het is nu 'ieder voor zich en het geld voor ons allen'. De welvaart dekt de barsten af, waardoor het er allemaal nog aardig uitziet, maar in wezen leven we in een zelfde vrolijke ongewisheid als aan het begin van de eeuw. Uiterlijk gezien is er reden tot optimisme, maar het houdt een keer op. Mijn grootvader had in 1900 geen idee van wat er allemaal nog zou komen. Wij hebben dat nu net zo min. Het is goed om ons dat te realiseren.''

,,De tijd van het jubelende vooruitgangsdenken is voorbij. We worden weer gedwongen tot bescheidenheid. Dat brengt ons gek genoeg ook weer dicht bij de generaties van toen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden