Hoogovens

Honderd jaar ijzer en staal op een briljant gekozen plek

Staal komt in plakken uit de snijfabriek van Hoogovens/Tata Steel in IJmuiden. Beeld Olaf Kraak

Het was een avontuur: een staalfabriek ver weg van de ertsmijnen. Maar Nederland had zo'n fabriek nodig, dachten politici en industriëlen destijds. Nu viert Hoogovens zijn honderdste verjaardag. Roerige jaren vaak, met hoge pieken en diepe dalen.

Er staat een enorme tent die ooit werd gebruikt voor het Lowlands-festival. Er is een reuzenrad. Er zijn feesten voor personeelsleden, oud-personeelsleden, klanten en omwonenden. Er is een boek, 'Door staal gedreven'.

Hoogovens bestaat honderd jaar. Feest op het Hoogovens-terrein, het grootste industriecomplex van Nederland: duizend voetbalvelden groot, maar net iets kleiner dan de binnenstad van Amsterdam. Met 100 kilometer spoorlijn, 80 kilometer wegen en 55 kilometer transportbanden. Wordt er niet gefeest, dan werken er 9000 mensen, waarvan 800 bij de technische dienst die huist in de grootste werkplaats van Nederland.

Ertsmijnen

In de jaren voor de oprichting van de NV Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken zijn er zorgen bij politici, reders, bankiers en industriëlen: Nederland heeft geen staalindustrie. De metaalnijverheid en de scheepsbouw zijn afhankelijk van buitenlands staal, de marine ook. Nijpend wordt dat in de oorlogsjaren, vooral als Duitsland in 1916 de export van ijzer en staal verbiedt.

Onder leiding van een voormalig genieofficier, H.J.E. Wenckebach, worden plannen voor een Nederlands staalbedrijf gesmeed. Het Rijk en de gemeente Amsterdam horen bij de financiers van het 30 miljoen gulden kostende megaproject. Op 22 januari 1924 wordt de eerste Hoogoven ontstoken door Margarita Wenckebach-Snellen. Wenckebach zelf, vermoeid en ziek, kan dat op dat moment niet meer. Hij zal een paar weken later overlijden. Wie nu naar het bedrijfsterrein rijdt, naar Hoogoven 6 en Hoogoven 7, komt binnen via de Wenckebachstraat.

Het is een avontuur. Kolen en ijzererts zijn de grondstoffen voor ijzer en staal. De meeste staalfabrieken liggen daarom bij ertsmijnen. Hoogovens niet. Na lange onderhandelingen leveren de Staatsmijnen een deel van de benodigde kolen. Maar de ertsen moeten uit het buitenland komen.

Schepen vol erts en kolen

Maar Hoogovens vestigt zich in een duingebied bij Velsen: bij het spoor, bij het Noordzeekanaal, aan zee. Er wordt een diepzeehaven aangelegd buiten de sluizen van IJmuiden. Nog altijd meren schepen vol ertsen en kolen daar aan – Hoogovens kan nooit zonder en zit dat ook nooit. Je zou de ligging van het complex perfect kunnen noemen.

Van Zweedse en Spaanse ertsen een goede kwaliteit ruwijzer maken dat vooral in Nederland wordt afgezet, dat is het doel. In 1924 rolt het eerste ijzer het terrein af. 'Holland 1' heet het product.

Omdat Duitse fabrikanten ijzer dumpen en Hollandse afnemers dat prettig vinden, moet Hoogovens zich al snel op de export richten. Staal wordt er dan nog niet gemaakt. Daar begint het bedrijf pas in 1939 mee.

Er gebeurt meer in het voormalige duingebied. Het energierijke gas dat vrijkomt in het productieproces levert Hoogovens aan gemeenten. Overtollige stroom ook. Van hoogovenslak, een restproduct, wordt vanaf 1930 cement gemaakt in de Cementfabriek IJmuiden. Koolteer gaat naar Teer Bedrijf Uithoorn, het latere Cindu, dat pek maakt. Zonder die verkoop van restproducten kan Hoogovens niet bestaan.

Achtbaan De Python

Nog altijd levert het bedrijf hoogovenslak (aan cementfabrikant Enci) en stroom en gas (aan Nuon) en verwerkt het veel schroot. Zoals dit jaar, toen Hoogovens de 370.000 kilo staal van achtbaan De Python uit de Efteling omsmolt tot nieuw staal.

Hoogovens is een bedrijf van pieken en dalen. Technische problemen in het begin. Dieprode cijfers na de beurskrach van 1929. De grootste ijzerexporteur ter wereld in 1939. Succes met zijn eerste staal, ook in 1939, als Hoogovens voor het eerst dividend uitkeert aan aandeelhouders. Vijf jaar later is er geen steenkool te verkrijgen en gaat de laatste hoogoven dicht. "Es gibt kein Hoogovens mehr", krijgen de laatste arbeiders te horen.

Dankzij de overheid, die een groot deel van de 130 miljoen gulden betaalt voor een nieuw walserijcomplex (bij de opening in 1953 is er een feest met 3000 genodigden) komt Hoogovens er weer bovenop. Werk is er zat: eerst de wederopbouw, later de grote welvaartsstijging met nieuwe producten waarin staal wordt verwerkt. Hoogovens dijt uit en boert goed, vooral in de jaren zestig.

Dan slaan de twee oliecrises hard toe. In 1982 moet de overheid bijspringen met 1 miljard gulden. In 1992 komt er goedkoop Oost-Europees staal op de markt en leidt Hoogovens een recordverlies van 595 miljoen gulden.

Er volgt een koude sanering. Een unicum, want gedwongen ontslagen passen niet bij het bedrijf: dat geldt als 'sociaal', een erfenis uit de beginjaren. "Wij moeten de wetgever op sociaal terrein steeds een stapje voor zijn," zegt directeur Dolph Kessler, die in 1924 de leiding heeft overgenomen van Wenckebach. Zoiets hoor je een topman anno 2018 niet snel zeggen.

Hoge vakbondsdichtheid

In de jaren zeventig beleeft Hoogovens zijn personeelspiek: er werken bijna 25.000 mensen, grotendeels woonachtig in Beverwijk, Velsen en IJmuiden. In 1988 zijn het er 20.000, zeven jaar later 12.000, in 1999 10.000. 

Nu zijn het er 9000, met de aantekening dat Hoogovens nu producten en diensten inkoopt die het vroeger zelf maakte en verrichtte. Vakbonden mogen tegenwoordig niet populair zijn, bij Hoogovens zijn ze dat wel. De vakbondsdichtheid onder personeelsleden was en is hoog.

Er worden zo'n zestig soorten staal gemaakt die hun weg vinden naar consumentenproducten: auto's, bouwmaterialen, blikjes en batterijen. 'Lange' producten als rails worden niet meer gemaakt. De nadruk ligt sinds de jaren tachtig op eindproducten, een keuze die goed heeft uitgepakt.

Intussen werkt Hoogovens aan staal dat lichter én sterker is. En aan een revolutionair productieproces dat moet leiden tot forse kostenbesparingen (20 procent) en een grote reductie van de CO2-uitstoot (50 procent). Er wordt nu proefgedraaid, over zeven jaar moet het op industriele schaal gaan draaien.

En nu? Tata Steel, sinds 2007 eigenaar van Hoogovens, gaat samen met het Duitse ThyssenKrupp. Dat leidde tot onrust in IJmuiden - angst voor banenverlies - en kan leiden tot zwartkijken. Eerdere fusies (in 1972 met Hoesch, in 1999 met British Steel) bleken slecht getimed: ze waren nog niet beklonken of de staalmarkt raakte in een crisis. Of dat weer gebeurt? Wie zal het zeggen. Eerst zijn er de jubileumfeesten.

Bram Bouwens e.a.
Door staal gedreven. Van Hoogovens tot Tata Steel 1918-2018.
Thoth, €34,95, 256 blz.

Lees ook: 

Tata Steel: Europa moet zich beschermen tegen gedumpt staal

Tata Steel is niet zo bang Amerikaanse klanten kwijt te raken door de invoerheffingen. Wel vrezen ze de toevloed van goedkoop staal in Europa. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden