Honderd dagen voor het landschap

Een zomer lang draait het op de Triënnale van Apeldoorn om het landschap. Hoe zien wij het boerenerf of het gemeenteplantsoen?

Onno Havermans

Kom bij Bert van Meggelen niet aan met de Floriade. Want daar heeft de Triënnale van Apeldoorn nou net helemaal niks mee te maken. „De Floriade is eigenlijk een grote tuinbouwshow. Bloemen, groenten, champignons, ieder product heeft zijn eigen club en die komen daar allemaal bij elkaar, met daar een hoop publiek omheen. Daar is niks mis mee, al is het een beetje een achterhaald concept, net als de Wereldtentoonstelling.”

De Triënnale, waarvan Van Meggelen curator is, zeg maar de creatieve geest achter de schermen, wil veel meer dan alleen laten zien waar we mee bezig zijn. In honderd dagen moet de manifestatie ons aan het denken zetten, nieuwe inzichten verschaffen, aan verfrissende ideeën helpen, over het landschap waarin we leven. In het groot: ons land, onze streek, maar ook in het klein: onze eigen stad, de straat, de tuin.

Hoe kijken we tegen onze omgeving aan, en wie of wat heeft ons beeld bepaald? Die vragen staan centraal in tentoonstellingen, debatten, lezingen en wandelingen, die de hele zomer in en rond Apeldoorn worden gehouden. Koningin Beatrix opent de manifestatie woensdag in het markante gebouw van Radio Kootwijk, midden op de Veluwe.

„De Triënnale gaat over vier zaken: maatschappelijke vraagstukken, het landschap als cultuuruiting, de omgeving waarmee we ons bezighouden en tenslotte het vak van landschapsarchitect”, zegt Van Meggelen, die zich met zijn Rotterdamse bureau Maatwerk gewoonlijk toelegt op stedelijke projecten en culturele planologie. Met landschapsarchitect Jan-Dirk Hoekstra nam hij het initiatief voor de Triënnale. Apeldoorn hapte toe.

„Het landschap is een houvast voor onze identiteit. Hoe gaan we daarmee om? Die vraag willen we elke drie jaar aan de orde stellen”, aldus Van Meggelen.

„De verandering van boerenerven doordat steeds meer boeren stoppen of er iets bij gaan doen, de discussie over megastallen, de invloed van water: te nat, te droog, te veel verzilt. Maar ook hoe steden omgaan met hun groen: slecht gemaakt, goedkoop onderhouden, zelfs gras maaien is al te duur. Terwijl groen een van de kwaliteiten van een stad moet zijn.”

Deze vraagstukken zijn ook leidraad voor de slotmanifestatie op 26 en 27 september, waarop aan minister Verburg van LNV het Landschapsmanifest 2008 krijgt overhandigd. „Dat zal de strekking hebben ’regering let op uw zaak, laat het landschap niet verloederen!’”

Elk onderwerp op de Triënnale wordt door een eigen coördinator zijn uitgewerkt. „We laten zien dat in Nederland alles cultuur is”, aldus Van Meggelen. „Wij hebben geen natuur. Noorwegen en Zweden hebben het nog een beetje, en Finland, dat daarom zo saai is met z’n eindeloze naaldbossen. In Nederland is alles gemaakt. Zo kijken we ook naar onze omgeving. We kennen Domburg door de ogen van Mondriaan.”

Dat blijkt uit de opmerkelijke exposities die Henk van Os en Maartje van de Heuvel hebben samengesteld voor het CODA Museum in Apeldoorn en Kröller Müller in Otterloo. Van Os selecteerde veertig landschappen voor ’De ontdekking van Nederland (1614-1944)’, waarmee de oud-directeur van het Rijksmuseum laat zien hoe schilders vanaf de zeventiende eeuw ons beeld van het landschap hebben gestuurd. Gouden duinen, strand met schepen, grazige weiden, molens, wolkenluchten, zicht op de stad. „Wij vinden de natuur mooi omdat kunstenaars die eerst voor ons hebben ingelijst. Daarom spreken we van schilderachtig”, vat Van Os zijn boodschap samen.

Van den Heuvel zet daar in ’Nature as Artifice’ werk van achttien hedendaagse fotografen en videokunstenaars tegenover. Geen idylische landschappen, maar betonnen buitenwijken, snelwegen en elektriciteitsmasten. „De nieuwe schoonheid van het landschap moet je leren zien. Heel vroeger vond men molens ook lelijke bouwwerken, die stonden voor armoede. Pas in de Renaissance lieten schilders de schoonheid ervan zien en leerde men ze waarderen.”

Leren kijken of niet, er is geen onderwerp waarin Nederlanders zich meer organiseren dan hun betrokkenheid bij het landschap. „Van Natuurmonumenten via duizenden kleine clubjes tot de ANWB, ze bepleiten allemaal de schoonheid van de omgeving. In Midden-Delfland zijn wel achttien verschillende clubjes, die zich allemaal met de inrichting van dit poldergebied bemoeien. Dat is ook van belang. De Waddenvereniging heeft de Wadden als cultuurgoed op de kaart gezet. Daarover gaat ’A Wider View’, een tentoonstelling en een reeks gesprekken in Radio Kootwijk, waarin Eric Luyten het ontstaan en de verandering van 35 Europese landschappen aan de orde stelt. Het Ruhrgebied, Toscane, de Spaanse Costa's, wat waren ze, wat zijn ze, waar gaan ze naar toe?”

Dat thema, het landschap als erfgoed, staat ook centraal tijdens de Zomeruniversiteit, waar honderd buitenlandse jongeren zich bezighouden met de Beemster, Schokland en Kinderdijk. Van Meggelen: „Drie clichés van het Nederlandse landschap: de een onder, de ander op en de derde boven de zeespiegel, alledrie op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Mooi, maar je mag er niks mee en als je niks doet gaat het naar z’n mallemoer. Zoals Florence, een verschrikkelijke stad omdat het een museum is, het leven is eruit. Een gevaar dat ook de grachtengordel van Amsterdam bedreigt.”

’Onzichtbaar Werk’ is de titel van de expositie in de voormalige Nettenfabriek, die aan de hand van Micael van Gessel inzicht geeft in het vak van landschapsarchitect.

„Vijfentwintig jaar geleden mochten landschapsarchitecten aan het einde van een project een boom planten”, schertst Van Meggelen. „Nu praat de projectontwikkelaar met een landschapsarchitect, voordat hij plannen maakt. Het is een vak dat er toe doet, maar dat weet haast niemand. Van Gessel laat zijn werk zien op het landgoed Twickel in Twente, de IJ-oevers, de binnentuin van het ING gebouw – ’De Schoen’ – langs de ringweg rond Amsterdam. En hij toont zijn inspiratiebronnen.”

Ontwerpers en tuinliefhebbers zullen likkebaarden bij de tientallen originele tekeningen van beroemde Europese tuinen en parken als dat van Versailles, die onder de noemer ’Landschappen van Verbeelding’ in Paleis Het Loo zijn te zien.

Een publiektrekker wordt zonder twijfel ’The Royal Mile’, een border van 1609,34 meter lang in het Park Berg en Bos, die de afgelopen maanden is aangeplant door tien internationale tuinontwerpers. Ieder kreeg een eigen kleur toegewezen.

Coördinator Jacqueline van der Kloet wil er de vele mogelijkheden van kleur en vaste planten mee laten zien. Tuinliefhebbers komen vooral op woensdagen aan hun trekken, met rondleidingen, lezingen en demonstraties bloemschikken. Van der Kloet hoopt ook de groendiensten van gemeente te overtuigen van de meerwaarde die vaste planten bieden boven eenjarig spul.

Henk van Blerck verzorgt de inmiddels onvermijdelijk geworden canon. De twaalf provincies hebben elk vijf tot tien landschappen geselecteerd, waarbij ze rekening moesten houden met het ontstaan in verschillende tijdsperioden.

Rijksadviseur voor het landschap Dirk Sijmons stelt daaruit de Canon van het Nederlandse landschap samen, die op 3 juli op zestig billboards rondom de voormalige Nettenfabriek, vlakbij het treinstation van Apeldoorn, wordt gepresenteerd. Van Blerck reist momenteel met fotograaf Michiel Pothoff door het land om ze in beeld vast te leggen. Van de canon verschijnt ook een boek.

De Triënnale mikt op zo'n 300.000 bezoekers. „We proberen hen een dag lang bezig te houden en hopen dat ze tenminste twee onderdelen gaan zien.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden