Review

'Honden lijken wel van elastiek'

De hond is het enige dier dat zich aan de mens heeft uitgeleverd en dankbaar de laagste plaats in de hiërarchie heeft aanvaard. Gefascineerd door de relatie tussen mens en hond vergaarde museumconservator Jori Zijlmans in drie jaar genoeg materiaal voor een boek en een dubbeltentoonstelling. Over honden die (niet) door de beugel konden, de hond als sieraad en als erotische verwijzing.

Vanaf haar geboorte speelden honden een rol in het leven van Jori Zijlmans. Opgegroeid in de jaren zestig op een boerderij in het Rotterdamse Schiebroek, waar haar ouders paarden, geiten, kippen en ganzen hielden, had ze boxer Hennes van jongs af aan als maatje.

Al vroeg raakte Zijlmans gefascineerd door de relatie tussen mens en hond -het enige dier dat zichzelf aan de mens heeft uitgeleverd, dankbaar de laagste plek in hiërarchie heeft aanvaard en volledig in zijn baas opgaat.

Daarnaast kreeg zij op de lagere school belangstelling voor geschiedenis: ,,Mijn onderwijzer en mijn vader vertelden veel en boeiend over geschiedenis en ik las graag geschiedenisboeken. Als ik tijdens mijn studie en later beroepshalve een archief, museum of bibliotheek bezocht, keek ik ook altijd naar informatie over honden. Die vind je in zeer uiteenlopende bronnen, zoals keurboeken, jachthandleidingen, pamfletten, toneelstukken -onder meer van Brederode- volksverhalen of notariële akten over hondengevechten. In de loop der jaren heb ik zoveel informatie verzameld, dat het voor de hand lag daar iets mee te gaan doen.'

Dat is na drie jaar voorbereiding en materiaal verzamelen de dubbeltentoonstelling en het boek 'Hond & Baas;' geworden. Teylers Museum in Haarlem toont in 'Wolven aan de lijn' hoe uit de wilde wolf meer dan 350, zeer uiteenlopende hondenrassen zijn ontstaan; het Haags Historisch Museum gaat onder de titel 'Een haat-liefde verhouding' in op de veranderende kijk van de mens op de hond: van hellehond tot symbool van trouw. Een onvoorziene attractie in Den Haag is het skelet van de herdershond uit de Romeinse tijd dat onlangs is opgegraven in het Wateringse Veld.

Een van de dingen die Jori Zijlmans, sinds 1995 conservator van het Museum Gevangenpoort in Den Haag, in honden aanspreken, is hun flexibiliteit: ,,Honden kunnen zich ontzettend goed aanpassen aan de mens, ze lijken wel van elastiek. Zo'n twaalfduizend jaar terug zijn de homo sapiens en tamme wolven gaan samenwerken bij de jacht en het beschermen van de kampen tegen roofdieren en vijandige stammen. De mens kon daardoor zijn hersens inzetten voor andere doeleinden, zoals landbouw en handel. Dat de hond in die tijd werd bewonderd en vereerd, blijkt onder meer uit rituele grafgiften.'

De Romeinen daarentegen zagen de hond als een ondergeschikt dier en de verwijdering tussen mens en hond zette zich door in de middeleeuwse, christelijke samenleving. Zijlmans: ,,In de Bijbel is de hond meestal een onreine paria, een woeste aas eter, een duivels dier. Van de dertiende tot de zeventiende eeuw vond de overheid honden gevaarlijk: ze konden bijten en ziektes als hondsdolheid overbrengen. In de volle steden zwierven ondervoede honden rond die voedsel roofden en nog wel eens wilden bijten. En buiten de steden liep men het risico te worden aangevallen door een roedel verwilderde honden.'

,,Het houden van grote honden was verboden; je mocht alleen werkhonden houden. Die werden gebruikt als waakhond, voor het drijven van vee of voor het trekken van karren. De baas hechtte zich nauwelijks aan zijn werkhonden; zij sliepen buiten in een hok. Ook kleine hondjes die door de beugel konden, waren toegestaan. Aan de deur van het raadhuis hing aan een ketting een beugel met een bepaalde doorsnede en de hondenmepper keek of de hond er doorheen kon. Ging dat niet, dan was hij te gevaarlijk en werd hij ter plekke doodgeslagen. Voor de hond die er wel doorheen kon, moest belasting worden betaald.'

De adel, die het exclusieve jachtrecht bezat, vormde eeuwenlang een uitzondering en mocht wel grote honden houden. Zijlmans: ,,Gefokte jachthonden waren statussymbolen en edellieden liepen graag met hun favoriete brak of windhond over straat. Ook lieten zij zich graag met hun hond portretteren. In de achttiende eeuw namen hoofse dames piepkleine schoothondjes die ze als sieraad op hun boezem of arm droegen.'

Honden van adel werden ook nobele eigenschappen toegeschreven. ,,In een pamflet verhaalt Roger Williams, een officier in het leger van Willem van Oranje, van een onverwachte aanval van de Spanjaarden op het kamp van de prins in 1572. De prins werd gered door zijn mopshond, die blafte en hem in het gezicht likte. De prins ontwaakte en kon te paard ontkomen. Overigens was die mopshond een gedrongen bulldog; pas in de negentiende eeuw werd het dier een dameshondje. Verhalen over hondentrouw tot in de dood spreken zeer tot de verbeelding. Op een aquarel van Rochussen uit 1871 lopen de windhonden van graaf Floris V mee in de begrafenisstoet; net als de hondjes van Pim Fortuyn.'

Honden waren in vroeger eeuwen ook het zinnebeeld van lage driften. Zijlmans: ,,Honden werden een onverschrokken brutaalheid en schaamteloosheid toegedicht, zij belichaamden wellust en geilheid. Dat kwam door de bereidheid overal te paren en doordat honden na de paring enige tijd aan elkaar vast blijven zitten. Promiscuïteit werd honds gedrag genoemd; het geld dat hoeren voor hun diensten kregen, heette hondenloon. Iemand hond of teef noemen was zeer beledigend en zedenmeesters predikten geen seks 'op z'n hondjes' met elkaar te hebben. Een hondje op een 17de-eeuws schilderij bij een flirtend paartje is een erotische verwijzing. En Jan Steen zinspeelt met twee parende hondjes op het verlies van maagdelijkheid.'

,,Na de Franse revolutie ontstond een nieuwe kijk op de hond en nadat in 1881 een vaccin tegen hondsdolheid was uitgevonden, kwam de hond dichter bij de mens te staan. De angst verdween en de hond kwam in huis, werd een volwaardig lid van het gezin. De hond werd onze beste vriend en held van het witte doek, zoals Rin Tin Tin en Lassie. De anderhalf miljoen honden die in Nederland rondlopen, zijn doorgaans voor hun huisgenoten een trouwe kameraad, gezelschap in goede en slechte tijden.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden