Honden koesteren we wel, mieren niet

Tonnus Oosterhoff schrijft met 'Op de rok van het universum' een droomwerk

Tonnus Oosterhoff is een uitzonderlijk en onverwisselbaar auteur in alles wat hij schrijft. De P.C. Hooftprijs die hij in 2012 voor zijn poëzie kreeg geldt wat mij betreft onverkort ook voor zijn proza. Alleen schrijft hij er daar niet zoveel van. Maar zijn zojuist verschenen roman 'Op de rok van het universum', naar een dichtregel van Lucebert, mag er wezen, vierhonderd pagina's fantastisch droomproza.

Toen Oosterhoff in 1990 debuteerde met de dichtbundel 'Boerentijger' maakten critici de vergelijking met de droompoëzie van Hendrik de Vries. In zijn latere werk leek hij veel meer een experimenteel die met taal en gedachten stoeide en probeerde de statische literatuur van zijn generatie op te schudden; de nadruk kwam te liggen op het eigenaardige en aparte karakter van zijn werk, de droom verdween als het ware allengs uit de analyses. Maar 'Op de rok van het universum', vijfentwintig jaar na zijn debuut, is toch weer een echt droomwerk dat laat zien dat 'Boerentijger' geen valse start was.

Hoofdpersoon Roelof de Koning is dierenarts, een gewone, kleine man, 'niet opvallend, geen uitsteeksels'. Uit al zijn levensfasen krijgen we flarden te horen, Roelof als kind, op school, als student, als dierenarts, met longkanker, overleden. Maar dat leven van Roelof gaat volledig op in een stortvloed aan anekdotes, dromen, broodjes aap, krantenberichten. In feite bestaat 'Op de rok van het universum' uit een enorme lijst verhaaltjes, met dat van dierenarts Roelof als rode draad. Als om te laten zien dat hij deel uitmaakt van de kosmos, zelf nauwelijks iets voorstelt, opgaat in alles.

In zijn jongste roman is Oosterhoff op en top de kosmische denker die in de baaierd van menselijk en dierlijk besef de relativering van alles probeert te ontdekken. Je kunt hem een omgekeerde spinozist noemen die in plaats van orde en logica almaar wanorde en willekeur bespeurt en opsomt. Al die honderden, misschien wel duizenden anekdotes rond Roelof de Koning bij elkaar vormen het droomweefsel van het bestaan en tillen de lezer tegelijkertijd boven de traditionele morele scheidslijnen uit. Je krijgt na het lezen van dit boek het gevoel in andere dan aardse dimensies te verkeren.

Hier, wat verhaaltjes en hersenspinsels, nu eens ontleend aan gekke associaties dan weer aan volkssprookjes, documentaires of krantenberichten: "Een grote python verdedigt een kantjilkalfje tegen een tijger. De kantjilmoeder ziet vanuit het struikgewas hoe de aanvaller zich stomverbaasd terugtrekt. Het kalfje huppelt naar zijn moeder en drinkt melk bij haar." "Het leven is hard. Als het mogelijk was om zelfmoord te plegen door een halve minuut de adem in te houden, dan waren de nazigaskamers zinloze bouwsels geweest, hadden veel katholieke internaten leeggestaan." "Door een radioactieve flits uit het heelal komt heel de mensheid in het bestek van enkele seconden om. Om het een ramp te vinden is er niemand meer." Het zijn vooral verhalen van wreedaardig toeval, moordlust en agressie die je ten slotte doen instemmen met de misschien wel ordinaire maar niettemin indringende gedachte van een van de personages: "Zo duidelijk is de scheidslijn tussen goed en kwaad vaak niet."

Uiterlijk doet 'Op de rok van het universum' met haar lavastroom aan droombeelden, urban legends en raar-maar-waarverhalen denken aan Dantes 'Inferno' of 'De gezangen van Maldoror' van de surrealist Lautréamont, maar Oosterhoffs waslijst van anekdotes heeft steeds een morele ondergrond. Door mensen- en dierengeschiedenissen naast en door elkaar op te dissen heft hij het verschil tussen de soorten op en resteert de ultieme vraag: wat stelt alles eigenlijk welbeschouwd voor? Waar is de natuur met ons en anderen op uit? Waarom koesteren we blindegeleidehonden en niet bosmieren?

Het is die ultieme, existentiële vraag die in 'Op de rok van het universum' als het ware met lichtbeelden en dia's aan de denkende mens wordt gesteld. Met steeds op de achtergrond de gedachte dat ieder inzicht ook maar tijdelijk en lokaal is. Daarnaast is dit tomeloze boek ook absurd en intens geestig, je zou het goed als naslagwerk en Fundgrube voor allerlei boeiende uitwassen van het bestaan in een immens rijke wereld kunnen gebruiken. Een wereld waarin niets maar dan ook niets vastligt.

Tonnus Oosterhoff: Op de rok van het universum De Bezige Bij; 400 blz. euro 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden