Homoseksualiteit en topsport: onnodig taboe?

Ondanks de roep van homo-organisaties houdt de mannelijke homoseksuele teamsporter zich stil. Hoe lang nog? Betrokkenen leggen de verantwoordelijkheid bij bonden en verenigingen, maar bestuurders staan niet te springen. 'Het is voor ons geen issue.'

Toen Huub ter Haar in 2008 het boek 'Gelijkspel. Portretten van homo topsporters' schreef, lukte het hem niet een homoseksuele mannelijke teamsporter op profniveau te vinden. Ruim drie jaar later is hij niet veel verder. Op de profvoetballende homo rust nog altijd een taboe.

In omringende landen verbetert het klimaat wel, zij het langzaam. Zo kwam in Wales rugbyreus Gareth Thomas uit de kast, en deed de Amerikaanse voetbalprof David Testo onlangs zijn ontboezeming. Intussen hebben verschillende clubs uit de Duitse Bundesliga een eigen gay- fanclub, maar in Nederland blijft de kast angstvallig gesloten.

Agnes Elling deed onlangs namens het Mulier Instituut en in opdracht van Stichting Homosport Nederland en de Alliantie Gelijkspelen onderzoek naar de seksuele diversiteit in de sport. Ze stuitte op dezelfde barrière. Homoseksuele en biseksuele teamsporters bleken, ondanks een intensieve speurtocht, niet of nauwelijks te vinden. Deels beïnvloed door angst voor teamgenoten of de buitenwereld, of omdat mogelijke kandidaten zich niet aangetrokken voelen tot machosporten.

Het onderzoek bevestigde dat 'homo' nog altijd een gangbaar scheldwoord is in de sportcultuur. Een van de respondenten, de 22-jarige Victor, stopte met honkballen omdat hij zich na zijn coming-out niet meer welkom voelde bij zijn club.

Anderen hebben minder moeite zich staande te houden tussen hun heteroseksuele teamgenoten. Het onderzoek stelt dat de lijn tussen het maken van onschuldige grapjes, homo-intolerante opmerkingen, het opjutten van elkaar en expliciet pestgedrag, uitsluiten van teamgenoten, homohaat of zelfs homogeweld, dun is.

"Sport en seksuele voorkeur hebben niets met elkaar te maken. Tot ze elkaar in de weg gaan zitten", zegt Huub ter Haar, communicatiestrateeg, theoloog en schrijver. "Het individuele geluk zou belangrijker moeten zijn dan het collectieve belang, want in informele kring kunnen mensen het heel makkelijk van elkaar accepteren."

Dat is in de sport wel anders. "De animositeit van topsport, door inmenging van media, fans en sponsoren, veroorzaakt een kloof in de individuele omgang en die in de sportomgeving. Afzijdigheid en onzichtbaarheid van acceptatie houdt het probleem in stand. De tijd is rijp dat bestuurders acceptatie actief gaan uitdragen, maar die kijken vooral naar de clubbelangen en denken dat het geen probleem is. Tegelijkertijd zijn ze bang dat het een issue wordt. Want wat zullen de fans wel niet denken?"

Hij verwijst naar een gevleugelde uitspraak van FC Twente-preses Joop Munsterman. "De bal is van iedereen. Laten we iedereen dan ook welkom heten en daar duidelijk werk van maken." Geconfronteerd met zijn eigen uitspraak zegt hij het een onnodig thema te vinden. "Of je nou zwart, wit of geel bent, een bril draagt of homo bent, dat moet niets uitmaken. Dan ben ik misschien na-ief, maar ik heb niet het gevoel dat er besmuikt over homoseksualiteit wordt gedaan. Iedereen juicht voor dezelfde club of speler."

Collega Adriaan Visser van FC Zwolle denkt er net zo over. "Het zal mij een zorg zijn, homo of hetero. Waar het om gaat, is dat mensen op een normale manier met elkaar omgaan. Als dat niet zo is, dan hebben we een probleem met elkaar." Toch staan de voorzitters niet te trappelen om campagne te voeren. "Omdat het voor ons geen issue is."

Toch denkt Ter Haar, en zo luidt tevens het advies van het onderzoeksrapport, dat de acceptatie van homoseksualiteit in de sport blijvende en actieve aandacht van sportverenigingen en bonden behoeft. Hij werkt aan dit doel vanuit de Alliantie Gelijkspelen, waarin sport- en homo- organisaties samen optrekken. "Eerst zal het klimaat moeten verbeteren, door nadrukkelijk duidelijk te maken dat iedereen welkom is."

Want voorlopig zitten de homoseksuele profvoetballers die hij kent nog allemaal in de kast. "Doordat we het taboe in stand houden, wordt de drempel om uit de kast te komen als torenhoog beleefd. Als je echt de absolute droom hebt om de top te halen, dan doe je alles wat ervoor nodig is. Alles wat die droom eventueel kan verstoren, daar kom je niet aan. Wat je wilt, is absolute controle." Maar Ter Haar weet ook: "Veel angst is op lucht gebaseerd. Dat is wel gebleken uit recente voorbeelden.'

Naar zijn verwachting zal het niet heel lang meer duren tot ook in Nederland de homoseksuele voetballer een geaccepteerde positie heeft ingenomen. "Tussen nu en drie jaar zullen we de eerste stappen zien." Uiteindelijk moeten we ernaartoe dat het geen nieuws meer is als een voetballer homo blijkt te zijn. "Dat we voor kennisgeving aannemen dat de spits die het winnende doelpunt maakt, toevallig een relatie heeft met Frank."

De beroepsvoetballende homo mag dan een taboe zijn, amateur Martijn Kist (36) maakt in de kleedkamer van de Zwolse vierdeklasser EDON nooit een geheim van zijn seksuele voorkeur. "Laatst waren we met de ploeg onderweg naar een uitwedstrijd, zie ik op straat een leuke jongen hand in hand met zijn vriendin lopen. Dan zeg ik tegen mijn ploeggenoot: 'Als jij haar nou pakt, dan doe ik hem wel'." Gniffelend: "Ik vind het zelf ook grappig om er grappen over te maken."

De doelman, die zijn coming-out op zijn 21ste had, vertelt een aantal jaar geleden een vriendje te hebben gehad die bij de profs van Sparta Rotterdam speelde. Het is tot op de dag van vandaag een goed bewaard geheim, aangezien alle homoseksuele voetbalprofs nog steeds in de kast schuilen. "Iedereen weet het, maar niemand praat erover."

Wat hem betreft laten alle homoseksuele teamsporters hun schaamte varen. "Ik weet zeker dat als er één schaap over de dam is, er meer zullen volgen. Ik denk dat het een carrière niet zal hinderen, dat het juist een boost kan zijn."

Kist heeft nooit een tenenkrommende ervaring gehad bij zijn sportclubs, op zijn introductie bij het bescheiden sv Dedemsvaart na. Nadat hij met zijn vriend kledinginkopen had gedaan van de door de club beschikbaar gestelde bon, arriveerde hij nietsvermoedend bij zijn nieuwe club. "Stonden er opeens twee grote kale kerels recht voor me in de kantine. 'Zo, dus jij bent dus die homo?' 'Euh, ja...', antwoordde ik overrompeld. Ik wist niet zo goed wat ik moest zeggen."

Schouderophalend: "De buitenwereld is er drukker mee dan wij homo's zelf. Voor veel mensen is het een groter issue dan het voor ons is." Een beeldvorming die moeilijk te veranderen is. "Sport heeft een imago dat het stoer en mannelijk moet zijn. Niet voor nichterige types met handtasjes." Grijnzend voegt hij toe: "Als ik in het COC (vereniging voor integratie van homoseksualiteit, TB) kom, zie ik types die de honderd meter op naaldhakken in tien seconden zouden doen. Maar motorisch zit dat er bij mij gewoon niet in."

Ramón Martinez Gión (21) is de eerste Nederlandse volleybalprof die openlijk voor zijn homoseksuele geaardheid uitkomt. De speler van Landstede Volleybal heeft er nooit een geheim van gemaakt, maar zocht de aandacht ook niet nadrukkelijk op. "Toen ik het op mijn achttiende aan mijn ouders vertelde, ging het snel rond." In familiaire en vriendenkring vooral. Op de volleybalclub werd het onderwerp niet verzwegen, maar ook niet expliciet besproken.

Zaakwaarnemer en voormalig ploeggenoot Joost Kooistra vond dat Martinez er gerust mee naar buiten kon treden. "Ik was er het afgelopen seizoen niet zo open over en hij steunde me als ik er meer over kwijt wilde." Dat deed Martinez, een zoon van een Spaanse vader en een Nederlandse moeder, later in een interview in een regionaal dagblad. "Hij vond het knap dat ik uit mezelf een stap verder heb gezet."

De reacties nadien waren louter lovend. "Mensen op de club gaven me complimenten dat ik het had gedurfd. Alsof ik het verstopt had of zo. 'Jij loopt er toch ook niet mee te strooien dat je hetero bent?' zei ik dan. Ik werd opeens toegevoegd op Facebook en kreeg berichtjes van mensen die me in de krant hadden zien staan. Dank je wel, mail je dan beleefd terug. Ja, wat moet je anders zeggen."

Intussen zitten andere volleybalprofs nog veilig in de kast. Zouden ze dan echt niet bestaan? "Ik denk dat volleyballers over het algemeen andere interesses hebben. Daarom komen ze naar mijn idee niet verder dan de eerste divisie." Het blijft speculeren. "Want ik ken zelf ook geen volleyballers die homo zijn. Nou ja, ik zie ze wel..."

Er specifiek naar vragen, zou hij nooit doen. Martinez vindt dat het aan de sporter zelf is. "Iedereen moet het voor zichzelf bepalen, maar het maakt het zoveel makkelijker, voor jezelf en voor je teamgenoten. Al kan je dat niet garanderen. Je weet nooit hoe anderen reageren."

Ongegronde vrees hield ook korfbalinternational Casper Boom (31) er tien jaar lang van af, voor zijn seksuele geaardheid uit te komen. Tijdens de onvermijdelijke gesprekken over de liefde, bij zijn club DOS'46 was er één die altijd zweeg, en dat was hij. Dan liep Casper naar het toilet, of ging hij iets te drinken halen. Het begon op te vallen. "Ik stond altijd op de voorgrond met mijn bekkie, had overal wel een mening over, maar dan sloeg ik dicht. Bovendien werd ik echt nooit met een vrouw gesignaleerd."

Teamgenote en vriendin Sabrina Bijvank, zelf lesbiënne, zag het allang. Boom deelde het als eerste met haar en besloot het later openbaar te maken. Eerst aan vrienden en familie, later aan de selectie van Oranje met wie hij op dat moment in China verbleef. De mail werd 's nachts op een hotelkamer getypt. "Ik kon er niet van slapen en kon alleen via de wifi van een teamgenoot op internet. Ik heb om het uur op de gang gestaan om reacties te lezen. Een dag later heb ik het aan mijn ploeggenoten verteld."

Op zijn dertigste pas, na een decennium met gemengde gevoelens in de kast te hebben geleefd. "Als ik íets in mijn leven over mocht doen, was dat het. Ik had allemaal spookbeelden in mijn hoofd. Heb ook te veel in een tunnel geleefd, was alleen maar met korfballen bezig." De vooraf gevreesde negatieve reacties bleven uit. "Ik ben er niemand door kwijtgeraakt en uiteindelijk was niemand er verbaasd over. Ik ben nog steeds dezelfde jongen, die opstaat met een ochtendhumeur. Maar het is wel leuker dat je kunt meeouwehoeren als het over liefde gaat."

Zolang hij maar niet in de nichtenrol wordt geplaatst of een stempel op zijn voorhoofd krijgt gedrukt. "Wij homo's zijn eigenlijk heel gewone mensen. Toch is homofiel wel het eerste scheldwoord wat zo'n beetje gebruikt wordt. Ik heb het één keer meegemaakt, in een uitwedstrijd. Het was één persoon. Uiteindelijk heb ik daar het beslissende doelpunt gemaakt, maar ik heb geen moment zijn kant op gekeken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden