Homo Ludens speelt met vuur

Toen Abel Tasman in 1644 het Australische land voor het eerst in zicht kreeg, zag hij 'vuur en rook langs de hele kust'. Het bleken Aboriginals die gras en struikgewas platbrandden. De branden zorgden niet alleen voor vruchtbaar land en een prettig overzicht bij de jacht, schrijft Johan Goudsblom in 'Vuur en beschaving' (1992), het verschafte de oorspronkelijke inwoners van Australië ook gebruiksrechten op het stuk land.

De vraag is hoeveel rechten de hedendaagse aboriginal verwerft met het door de aboriginal-atlete Cathy Freeman ontstoken olympische vuur in Sydney, maar symbolisch is het in elk geval wel. En samen met de Noord- en Zuid-Koreanen die één Koreaanse vlag het stadion binnendroegen heeft IOC-voorzitter Samaranch zo weer kunnen voldoen aan het doel dat de oprichter van de moderne Spelen, baron De Coubertin, zich in 1896 had gesteld: 'de verbroedering der volken'.

De televisiekijkende sportliefhebber neemt al deze metaforiek voor lief, maar is in de eerste en laatste plaats natuurlijk geïnteresseerd in de sport en hoe het spelletje gespeeld wordt. Gemopper over bijvoorbeeld doping of fraude bij het IOC werpt daar weliswaar telkens een schaduw over, maar heeft gezien de kijkcijfers tot nu toe deze drijfveer bij het publiek niet weggenomen.

Tijdens het Nationale Doping Debat werd onlangs somber vastgesteld dat de discussie over dopinggebruik in de sport de laatste vijftien jaar niets is opgeschoten. De Leuvense sportfilosoof Frans de Wachter zegt de argumenten voor en tegen te kunnen dromen, maar vindt dit gemier over regels omtrent dopinggebruik niet het echte punt van discussie. De Wachter maakt zich eerder zorgen over de politisering, verwetenschappelijking en commercialisering van de sport, waarvan doping slechts een symptoom is. ,,De atleet is een astronaut geworden met een heel Houston-team achter zich.' Ook NRC Handelsblad opinieerde onlangs pessimistisch dat door 'honderden, duizenden, miljoenen bankpapiertjes' de sport kapot is gemaakt.

Dit alles is niet nieuw. In 1938 -twee jaar na de Spelen van Berlijn- schreef Johan Huizinga al: ,,In de sport hadden we te doen met een activiteit, die bewust en erkend is als spel, die evenwel is opgevoerd tot zulk een graad van technische organisatie, materiële uitrusting en wetenschappelijke doordachtheid, dat in haar collectieve en publieke uitoefening de eigenlijke stemming van het spel dreigt te loor te gaan.''

De toename van de communicatiemiddelen zou er voor zorgen dat 'techniek, publiciteit en propaganda' ook in de sport 'de commerciële wedijver' zou uitlokken.

Huizinga stelde deze vercommercialiserende trend vast in het slothoofdstuk van Homo Ludens (spelende mens), het cultuurfilosofische werk waarin hij laat zien dat de mens naast homo sapiens (de wetende mens) en homo faber (de technische mens) net zo goed ook een spelend wezen is. Waar je ook kijkt, van toneelspel en wat geklooi in de zandbak tot voetbal en een kaartje leggen, geen cultuur bestaat zonder spelende mensen. Sterker: heel de beschaving is een spel.

Voor die stelling haalt Huizinga heel wat overtuigende etymologische, historische en antropologische gegevens uit de kast. Het is dan ook wat jammer dat hij zijn analyse eveneens aangrijpt om er een 'teloorgang' van het spelelement in de sport mee aan te wijzen. Als dingen al zo lang 'te loor gaan' ga je toch twijfelen of ze dat ooit echt gaan. Leuker is het om te kijken wat Huizinga dan bedoelde met 'de eigenlijke stemming van een spel'.

Uit een onderzoek van de vakgroep Vrijetijdswetenschappen van de Katholieke Universiteit Brabant bleek dat de olympische sporters na 'het winnen van een gouden medaille', de 'vreugde in het spel' en 'meedoen is belangrijker dan winnen' als belangrijkste motivatie voor hun deelname aangeven. De NOS-verslaggeving gebruikt de laatste twee hoogstens ter relativering voor de teleurstellende sporter die er al in een voorronde of kwartfinale uitvliegt, maar voor Huizinga zijn het daadwerkelijk belangrijke voorwaarden voor het spel. Het spel is 'een vrije en belangeloze handeling' en als zodanig intrinsiek plezierig, schrijft hij. Het is altijd iets dat je ook zou kunnen laten. Het speelt zich af in 'het niet gewone leven', maar desondanks moet het met grote ernst worden gespeeld. Geen spel als er niet ook iets op het spel staat. Dat verklaart waarom het willen winnen van een gouden plak -voor de meeste sporters de belangrijkste motivatie- niet op gespannen voet staat met de belangeloosheid van het spel. Als interne motivatie, om het spel aan de gang te houden, gaat 'willen winnen' uitstekend samen met de 'vreugde in het spel'.

Volgens Huizinga is de hele cultuur gebouwd op willekeurig in het leven geroepen regels; net als in het spel mogen de 'ongewone wetten' die er gelden niet overtreden worden. ,,Echte beschaving eist altijd en in ieder opzicht 'fair play''', schrijft hij. Het publiek is daarin geen neutrale toeschouwer, maar maakt deel uit van het spel, omdat het naast de vaak aanwezige arbiter -zij het slechts als getuige- de controle uitoefent op de arbitrair afgesproken regels. Een Grand Slam finale in 1999 tussen Martina Hingis en Steffi Graf liet zien hoe ernstig dit het spel kan beïnvloeden. Hingis liet zich door het massaal honende publiek uit het veld slaan. Haar plotselinge onderhandse opslag -in het werelddebuut van die 'pientere' Michael Chang tegen 'robot' Ivan Lendl nog met enthousiasme ontvangen- werd publiekelijk afgewezen. Hingis verliet huilend de baan. ,,De spelbreker breekt de cultuur zelve.''

Goed, alleen in deze 'afgang' van Hingis moet je met Huizinga's pessimisme toch instemmen: ,,De hedendaagse propaganda, die elk levensveld in beslag wil nemen, werkt met de middelen tot hysterische massareacties, en is daarom, ook waar zij spelvormen aanneemt, niet als een moderne uiting van de spelgeest te aanvaarden, maar slechts als de vervalsing daarvan.'' Het al te partijdige publiek was hier spelbreker, niet Hingis. Hoewel de vrijwillig aanvaarde grenzen van het spel en van de cultuur, volgens Huizinga, op niets zijn gebaseerd -als het ware in het luchtledige zijn getrokken- moeten ze toch bloedserieus worden genomen, anders stort het boeltje als een kaartenhuis in.

Met het olympische vuur zijn de Spelen nog steeds verbonden aan die op willekeur gebouwde beschaving. Ten behoeve van de cultuur stal Prometheus dat vuur ooit van Zeus, die daarvoor -naar Oudgrieks gebruik- met de 'eeuwige vlam' nog steeds vereerd wordt. Nu de sporters down under op hun kop het ene wereldrecord na het andere halen, blijkt dat het niets uitmaakt dat onze wereld zomaar in de lucht hangt. Net als het spel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden