Homo homini Dylan

Vroeger werd Bob Dylan nog wel eens genoemd als het om de Nobelprijs voor de literatuur ging. Ik hoop dat dat voorbij is nu hij van president Obama de Medal of Freedom heeft gekregen, de hoogste Amerikaanse onderscheiding voor een burger. De Nobelprijs hoeft nu niet meer. Prima. Dylans teksten staan in geen enkele behoorlijke Amerikaanse letterkundige bloemlezing, de enige dichter van naam die hem als schrijver zag staan was de dwarse Allen Ginsberg, en wie naar zijn teksten kijkt ontwaart een alledaags gebrek aan diepgang of boodschap, zoals overigens wel vaker in rockmuziek het geval is. Zijn beroemdste lied 'Blowing in the Wind' heeft wel wat weg van Jules de Cortes 'Ik zou wel eens willen weten' en in zijn op een na beroemdste song 'The Times They Are a-Changing' benoemde hij weliswaar een maatschappelijke werkelijkheid als een koe maar heel erg veel bijzonders wist hij er niet over te melden: Come senators, congressmen, Please heed the call. Don't block at the doorway. Don't block up the hall. Oftewel: uit de weg, ouwe kliek!

Op Facebook noemde een te goeder naam en faam bekendstaande filosofe die zich in mijn vriendenkring bevindt Dylan 'een beetje een windbuil waar dan allerlei antwoorden in schijnen rond te blazen', onmiskenbaar een verwijzing naar 'Blowing in the Wind', allicht de nagel aan Dylans doodskist, zoals wel vaker het geval is bij succesnummers die dan de rest van het oeuvre overschaduwen.

Toch vind ik Dylan geweldig; met zijn teksten heeft het dan allicht weinig te maken maar we luisteren ook niet naar Don Giovanni of La Traviata vanwege de teksten. Zelfs zijn stem, dat jankerige hondengehuil doorschoten met het geschraap van een botte rasp, brengt me niet in extase, het is de combinatie van dat alles met een karakteristieke vorm van in zichzelf gekeerdheid.

De laatste keer dat ik 'm zag optreden, een paar jaar geleden in de Heinekenhal, had hij de hoed diep over z'n gezicht getrokken en stond hij met z'n rug naar het publiek in zichzelf te mompelen, nog altijd een protestzanger maar dan niet tegen de maatschappij maar tegen de ouwe gekken die op hem afgekomen waren. Het is misschien geen sympathiek trekje voor een zanger die naar het antwoord op levensvragen lijkt te zoeken maar ik snap het zo goed. Hij is nooit een evangelist, een colporteur geweest. Zodra hij de kans kreeg keerde hij de wereld de rug toe. Daarin lijkt hij nog het meest op de grote kunstenaars. De ikoon van babyboomers die zelf ook allang op hun lauweren zijn gaan rusten.

In zekere zin belichaamt Bob Dylan als geen ander de mislukking van het jaren zestig-gevoel, flower-power, iedereen lief en open voor elkaar, een nieuwe wereld. De mens is te zelfzuchtig voor dat soort mooie idealen. Homo homini Dylan. Op het fotootje waarop hij van president Obama de Medal of Freedom kreeg omgehangen had hij zijn zonnebril op, zonder enige andere noodzaak dan dat hij niet in de ogen gekeken wilde worden. Ik denk niet dat hij voor dat soort individualisme nu beloond is maar het zou helemaal zo gek niet zijn geweest.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden