Hommeles in Oud-Zuid

De staat van het Amsterdamse Stadionplein is treurniswekkend. Toch sneuvelt ieder plan om het op te knappen. Hoe burgers en bestuurders elkaar stevig in de houdgreep hebben.

De voorzitter van de raadscommissie is er wat onwennig onder, al die buurtbewoners op haar vergadering. „Wilt u alstublieft niet zo klappen?”, vraagt ze, als de publieke tribune net iets te enthousiast een spreker bijvalt. Het leidt alleen maar tot meer gejoel.

Op het spel staat de toekomst van het Stadionplein. Dát er iets met dat verweesde stukje Amsterdam moet gebeuren, daar is iedereen het wel over eens. „Een verwaaide vlakte”, vindt GroenLinks-deelraadslid Sam Franklin. „De grootste parkeerplaats van de stad”, aldus zijn PvdA-collega Marc den Hertog. En Coen Tasman, van de Buurtgroep Stadionplein, is al dertig jaar bezig om er enig leven in te blazen.

Maar wat er dan precies moet gebeuren, daarover lopen de gemoederen in Amsterdam Oud-Zuid hoog op. Zoals op die inspraakavond waar een boze buurtbewoner de informatievoorziening van het stadsdeel vergeleek met de propagandamachine van het Derde Rijk.

Stadsdeelvoorzitter Egbert de Vries (PvdA) relativeert: „Ach, de schreeuwers trekken altijd de aandacht, maar ik heb heel serieuze bewoners tegenover me zitten. Die heftige discussies lijken misschien raar, maar het zou pas vreemd zijn als we het eens waren.”

Hij spreidt een kaart uit op zijn bureau: „Kijk, het plein is een scharnierpunt tussen twee wereldberoemde stedenbouwkundige plannen, het Plan Zuid van Berlage en het Algemeen Uitbreidingsplan van Cornelis van Eesteren. Daar moet je rekening mee houden. Het heeft een belangrijke functie voor de rest van Amsterdam: de twee drukste stadsstraten, de Amstelveenseweg en de Stadionweg, lopen erlangs en de Zuidas krult eromheen. Bovendien heeft het Stadionplein landelijke uitstraling. Iedereen kent het Olympisch Stadion.”

Dus vindt De Vries het niet meer dan logisch dat er verschillende visies bestaan op de toekomst van het plein. Toch leek het vorige stadsdeelbestuur in 2005, na jaren praten met de buurt, een compromis te hebben bereikt. Het formuleerde een programma van eisen met een aantal voorwaarden voor het nieuwe plein, zoals welke delen bebouwd mogen worden, en hoe hoog de gebouwen mogen zijn.

Op basis daarvan werd een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Architectenbureau OMA won. Maar gebouwd is er nog steeds niet. Sterker nog, onlangs besloot de deelraad onder druk van de buurt om de plannen voorlopig weer van tafel te halen. Wat ging er mis?

In 2006 trad een nieuw stadsdeelbestuur aan, gevormd door PvdA en GroenLinks. Coen Tasman van de buurtgroep: „Mijn analyse is dat die iets te enthousiast ’ja’ hebben gezegd tegen dat ontwerp van OMA, en niet hebben aangevoeld hoeveel moeite dat compromis gekost had. Dus werden wij ineens geconfronteerd met een toren van 54 meter hoog. Ook was een deel van de bebouwing 24 meter hoog in plaats van 17. Dat gaf een schok in de buurt: na lang praten is er een compromis en daar wordt dan zo van afgeweken. Vanaf dat moment is het geworstel geweest tussen de buurt en het stadsdeel.”

Sam Franklin van GroenLinks ziet dat net even anders. „Dat programma van eisen was richtinggevend, maar niets stond vast. Dat bedenk ik niet achteraf, dat was van tevoren al duidelijk. Zo hoort het ook. Als een ontwerper nog aan het ontwerpen is, dan moet je hem niet insnoeren in te strikte voorwaarden. Dat is de doodsteek voor zo’n creatief proces. Je moet een ontwerper de vrijheid geven om oplossingen te bedenken. En die toren stond alleen in de eerste schets, die heeft nooit in de besluitvorming gezeten.”

Maar de buurtgroep wilde toch meer groen en minder bebouwing op het plein. Tijdens de volgende fase van de medezeggenschap, het ’interactief ontwerpproces’, kon men dat nog onder de aandacht brengen van de architect. Drie avonden werden daarvoor georganiseerd. „Er was geen sprake van dialoog”, klaagt Tasman. „Het waren geënsceneerde bijeenkomsten waar architect en stadsdeel hun plannen bejubelden. Wij hadden met twee architecten een alternatief plan gemaakt, dat we niet mochten toelichten.”

Logisch, vindt stadsdeelvoorzitter De Vries. Het plan van architectbureau OMA was de basis voor verdere inspraak. Hij pakt een dik pak papier om te laten zien wat er naar aanleiding van die drie avonden allemaal wél is veranderd in de plannen.

„Tsja”, reageert Tasman. „Er gingen inderdaad wat dingen uit. Maar misschien hadden ze die er wel als wisselgeld ingestopt, om de rest van het plan door te kunnen drukken. Zoals het paviljoen van de Rietveldacademie, dat er in een later stadium uit werd gehaald.”

De buurtgroep was kortom niet tevreden. Toen de reguliere inspraak ook geen soelaas bood, besloten Tasman en de zijnen om hun alternatieve plan als een burgerinitiatief in te dienen. Men verzamelde een paar honderd handtekeningen en toen stond dat plan ineens op de agenda van de stadsdeelraad. „Daarmee werd alles op pauze gezet”, zegt Franklin.

Wat er op de achtergrond ging meespelen, was dat de buurtgroep dreigde een referendum te organiseren, als het stadsdeel doorging met de eigen plannen. Tasman: „We laten het daar liever niet op aankomen. Maar het heeft als een zwaard van Damocles boven de discussie gehangen.” Net als de juridische procedures, waar verschillende buurtbewoners mee dreigden.

Hoe die patstelling te doorbreken? PvdA’er Den Hertog vindt het eigenlijk geen patstelling. „Het is juist mooi dat de politieke arena is verrijkt met een goed georganiseerde belangengroep. Er liggen twee goede plannen, laten we kijken of we het beste daaruit kunnen combineren.”

Dus stelde zijn partij tijdens de laatste commissievergadering voor om de architecten van OMA en de buurtgroep ’net zo lang bij elkaar in een kamer te zetten tot ze eruit zijn’. Een motie van die strekking werd inderdaad aangenomen, oftewel: voorlopig gebeurt er nog even niets op het Stadionplein.

Franklin van GroenLinks is sceptischer. „Met zo’n referendum kunnen burgers politieke beslissingen tegenhouden die ze echt niet zien zitten. Wat er nu gebeurt is dat een klein clubje actieve buurtbewoners concessies afdwingt onder dreiging van zo’n referendum. Want dat wint de politiek meestal niet.”

Voor het sluiten van politieke compromissen is een referendum volgens Franklin nooit bedoeld: dat is het werk van de raad. Compromissen zijn bovendien lastig omdat het hier over ruimtelijke ordening gaat: „Je kunt niet zomaar wat elementen mixen uit twee plannen die vanuit twee visies zijn ontworpen. Het gevaar is dat politici zich neerleggen bij een slechter plan, puur uit angst voor zo’n referendum. Het uitzicht van de leden van de buurtgroep vind ik geen goed stedebouwkundig argument.”

Het plan van OMA is volgens Franklin de beste oplossing om van de sjofele parkeerplaats weer een goed functionerend plein te maken en past het beste in de erfenis van Berlage.

De buurtgroep heeft het referendum voorlopig in de ijskast gezet. Tasman: „Maar wij hebben wel een paar basisvoorwaarden waaraan voldaan moet worden.”

Het uitzicht op het plein is er een van, maar ook de buurtgroep claimt de stedenbouwkundige erfenis van Berlage. „Wij voelen ons daar de hoeders van. OMA voelt zich meer geïnspireerd door de Zuidas.” De slechte verhoudingen heeft de politiek aan zichzelf te wijten, vindt Tasman: „Als ze in het begin opener waren geweest, hadden ze zich veel narigheid bespaard.”

Stadsdeelvoorzitter De Vries vraagt zich intussen af of er niet iets te veel mogelijkheden voor inspraak zijn. „Onderhandelen over het programma van eisen, een interactief ontwerpproces, reguliere inspraak, een burgerinitiatief, een referendum en ook nog juridische procedures. Zes bestuurlijke hordes. En daarnaast zijn er ook nog gewone verkiezingen. Waarom zet je mij op deze zetel en betaal je me zoveel geld, als je vindt dat alles wat ik doe zes keer gecontroleerd moet worden?” Het resultaat is volgens hem dat er al decennia lang helemaal niets gebeurt op het Stadionplein.

Maar De Vries heeft de tijd, desnoods. „Ik ga geen onzin voorleggen aan de deelraad. Als er straks uit die nieuwe ronde overleg geen plan komt dat echt het beste van twee werelden is, dan is het altijd nog een optie om de boel vijf jaar uit te stellen. Alles beter dan een slecht plan.”

En daarover is iedereen het dan weer eens in Oud-Zuid.

Tasman: „Wij zijn al dertig jaar bezig met dat Stadionplein. Wij hebben geduld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden