Hommage aan een oude rot

Ze delen de interesse in 'onzichtbare mensen'. Voor het project PS Camera leende de jonge fotograaf Sander Troelstra het analoge fototoestel van Cor Jaring: het begin van een vriendschap.

Hij was argwanend, zegt Sander Troelstra, 36 jaar, over zijn eerste ontmoeting met Cor Jaring, de legendarische Amsterdamse fotograaf. "Van wie ben jij, vroeg hij. Krijg ik mijn camera wel weer terug? Hij wilde niet bestolen worden."

De 76-jarige Jaring wist zo ongeveer wel wat het project PS Camera inhoudt: een jonge fotograaf gaat aan de slag met het analoge toestel van een roemruchte voorganger. De ontmoeting tussen generaties is een grootschalig project van Koos Breukel, dat ooit gaat uitmonden in een tentoonstelling. Maar om een vreemde zomaar je Leica te geven? Uiteindelijk kreeg Troelstra de Canon AE1 waarmee Jaring reportagereizen heeft gemaakt.

Cor Jaring is bekend als de dokwerker die in de jaren vijftig de verdwijnende havens van Amsterdam fotografeerde. En als fotograaf van de sociale revolutie in de jaren zestig en zeventig, die wereldwijd gepubliceerde reportages maakte rond de happenings bij het Lieverdje op het Spui en de politiek getinte beweging Provo. Hij was nooit bang om middenin een opstootje te moeten werken, zoals bij het huwelijk van Claus en Beatrix. Een wereldreiziger met een zwak voor mensen aan de zelfkant.

Om met de geleende camera in de geest van Jaring te fotograferen ging Troelstra naar Glasgow. Hij maakte er portretten in de achterbuurt waar vroeger de kleren van de doden werden verkocht op de 'Dead People's Clothing Market'. "Zo'n wereldje waar Cor op pad had kunnen gaan. Hij was beresterk, een man van de straat, en legde eenvoudig contact met louche figuren."

Troelstra is wel wat gewend. In 2011 won hij de Zilveren Camera voor zijn portretten van Zuid-Afrikaanse straatjongens, gemaakt in hun bikkelharde omgeving. Maar toch, zo zonder begeleiding in een onvoorspelbaar Glasgow was hij op zijn hoede. Toen twee dronkelappen in de kroeg de camera grepen waarmee hij zo voorzichtig moest zijn, sloeg zijn hart over. "Ze gingen er zelf mee fotograferen. Ik moest het laten gebeuren, dat hoort erbij. Gelukkig bleef de camera heel."

Terecht vertrouwde hij op zijn intuïtie. Jaring deed nooit anders. Zorg dat je één van hen wordt, zei hij tegen Troelstra. "In een ongure tent in Hongkong geef je de man naast je een sigaret, zonder iets te vragen. Hier, wij zijn gelijk en gaan nu samen roken."

Als docent op de Rijksakademie spoorde Jaring leerlingen aan om recht op hun doel af te gaan. "Niet dat gesluip, dan schrikken mensen zich een hoedje en denken: wat moet die vent? Maak die foto en bied je verontschuldigingen aan. Dan heb je het beeld tenminste."

Terug in Amsterdam kreeg Troelstra telefoon. "Heb je m'n camera? Ik moet 'm terug."

Dat was twee jaar geleden. Inmiddels is uit het contact een vriendschap ontstaan. Troelstra zag dat Jaring soms wat hulp kon gebruiken: hij ging mee naar de KNO-arts en deed klusjes in het atelier. Met het verstrijken van de tijd groeide het vertrouwen. Jaring werd zelf het onderwerp van Troelstra's fotografie, nog steeds met dat analoge toestel.

Op zijn verstilde foto's zie je een man die steeds lichter wordt en doorwerkt omdat hij niet kan stoppen. In zwart-wit, daarin zegt Troelstra al zijn gevoel kwijt te kunnen. Hij fotografeert op momenten die hem raken, en vaak ziet hij dan kwetsbaarheid.

Waarom zou iemand hem zijn kwetsbaarheid moeten tonen? "Omdat je niet alleen interessant bent aan de top, maar ook in die laatste levensfase. In de liefde tussen Cor en zijn vrouw, in de frustratie omdat het lichaam niet meer goed wil, zit heel veel van het leven, en dat is de moeite waard om vast te leggen. Het heeft universele betekenis, maar nu is het ook nog eens Cor Jaring."

Omdat je als fotograaf altijd iets komt halen, is het fijn iets terug te kunnen doen. Vanaf vandaag betekent dat opruimen. Jarings atelier moet leeg. Hij liep een paar gekneusde ribben op en verwacht er niet meer te komen. De beslissing raakt hem zeer, vertelt Jaring thuis. "Alsof je een kindje wegbrengt naar het kerkhof, zo zit ik te schudden in mijn harnas. Fotografie was zestig jaar mijn leven, maar mijn lichaam wordt te traag. Ik kan niet langer achter de krakers aan." Hij mist de gezelligheid, want zijn werkplaats zat vaak net zo vol als een kroeg.

Een atelier waar de kunstenaar niet langer komt, krijgt snel iets van een museum. De bokshandschoenen aan de kapstok herinneren aan zijn sportieve jeugd, net als de racefiets in de bergruimte. Jaring won ooit de wielerronde van de Dapperstraat en kreeg een papieren rijksdaalder. Die premie was beschikbaar gesteld door kapper Appel, de vader van zijn vriend, de schilder Karel Appel.

Jaring vertelt hoe architect Hans Borkent bij de oplevering van de nieuwbouw een gat in het muurtje onder de trap zaagde. "Zo kreeg ik die hele kruipruimte erbij."

Troelstra wist niet wat hij zag. "Jeetje Cor, dacht ik, want hij heeft echt last van zijn rug, en als een spin gebogen kroop hij door die opening." Troelstra gaat voor en betreedt de knutselruimte waarin hij Jaring heeft gefotografeerd. Op die foto is het gereedschap al van de muurplank verdwenen, je ziet alleen lege spijkers. Opruimen om te kunnen loslaten.

Uit een plastic zak tovert Troelstra de Magische Pershelm tevoorschijn waarmee Jaring de stokslagen van de politie weerstond. De helm heeft een flitslamp voorop en drie patronen voor een rookgordijn in rood, wit en blauw. Er steken elektrische draden uit het relikwie van de jaren zestig, de tijd waarin Amsterdam het Magisch Centrum van de wereld was en Jaring tot de kring ging behoren van de spraakmakende anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld.

Uit die periode dateert ook het beroemde portret van Bart Hughes dat ingelijst aan de muur hangt. Hij heeft net een gaatje in zijn voorhoofd geboord om high te blijven. Dat derde oog is bedekt met verband. Bloed stroomt onder zijn bril door.

Jaring had gehoopt dat zijn archief een mooi pensioen zou opleveren. "Iedereen wil het hebben, maar niemand wil ervoor betalen." Nu gaan de kluizen waarschijnlijk naar het Amsterdams Stadsarchief. Zijn werk moet in de stad blijven waaraan hij is verknocht en waarvan hij twee onderscheidingen heeft ontvangen. Jaring heeft veel gereisd, maar had al heimwee voordat hij in het vliegtuig zat. "Dat is juist goed, Cor, zei Jasper Grootveld. Dat betekent dat je gevoel in je sodemieter hebt. Wat je zonder gevoel maakt, wordt nooit goed." Nog meer wijsheid van Grootveld "Honderden miljoenen mensen kunnen uit hun doppen kijken, zei hij, anders lopen ze met hun kanis tegen een schutting aan. Je moet niet kijken maar zien. Als je het ziet, ben je erbij betrokken, en maak je geen plaatjes maar foto's."

Jaring heeft alleen een zwemdiploma. Hij noemt de hongerwinter en zijn vaders winkeltje 'zijn academie'. In de winter van 1944 zocht hij met vriendjes op de spoorbaan naar voedsel en brandstof en zag eerlijkheid als een ongeschreven wet. "Als ik twee sneeën brood had, was er één voor jou." Omdat zijn vader een behangerstafel bezat, werd hij lijkenaflegger. De achtjarige Cor hielp met lakens en lucifers voor de ogen. Na de oorlog had zijn vader een tweedehandswinkeltje dat Cor draaiende hield. Hij ontmoette er naar eigen zeggen de grootste gekken uit zijn leven. "Door die vormende jaren sloot ik zo goed aan bij mensen aan de onderkant van de maatschappij."

Troelstra deelt met Jaring die interesse in onzichtbare mensen. "Vaak vinden ze het fijn om eens gezien te worden." Hij is gewend om verknoopt te raken met zijn onderwerp, zoals nu met Jaring. Moet een fotograaf niet juist professionele afstand bewaren? Hoe persoonlijker, hoe beter, zegt Troelstra. "Het is ook geen keuze, het gaat vanzelf. Ik ben gek op Cor. Ik heb nooit opa's gehad. Als ik met Cor op pad ben en hij zich uitslooft en grapjes maakt, is het heel leuk om bij hem te zijn."

Overleven en vergankelijkheid zijn thema's die hem niet loslaten. "Ik onderzoek ze door als portretfotograaf in het leven van andere mensen te duiken." Troelstra's vader overleed op 58-jarige leeftijd. "Plotseling was hij weg. Dat was heel raar. Nu ik Cor wat langer ken, zie ik dat een levenseinde op verschillende manieren komt. Cor maakt een hele fase mee. Wat ik interessant vind aan vergankelijkheid, is dat het ook mijn bestemming is. De dood is er al zodra er leven is. Mijn fotografie is een onderzoek naar wat mij te wachten staat. Antwoorden vinden door mensen te ontmoeten."

Bij Jaring komen de laatste tijd dezelfde vragen op, een antwoord heeft hij niet zo gauw. "Waarom word je eigenlijk geboren, wat gek toch. Op hetzelfde moment dat je wordt geboren, ben je al bezig met doodgaan. Wat raar is dat. Je kunt niet altijd maar blijven leven. Maar dat het dan niet anders is."

Hij vindt het moeilijk dat zo veel vrienden doodgaan. Dit jaar al acht. "Je grijpt steeds mis: dan wil je iemand bellen en kan dat niet meer." Hij hoopt zelf een beetje vrolijk dood te gaan, en neemt zich voor om tot die tijd geen zeurpiet te zijn. Daarbij helpt het om plannen te maken. Zoals in ieder geval nog een expositie in het Karel Appelhuis in de Dapper-straat, van zijn foto's gemaakt in de Dapperbuurt. "Daar schoot ik vaak nog even een rolletje vol."

PS Camera
Fotograaf Koos Breukel stond met de glasplatencamera van George Hendrik Breitner in handen, een koffertje haast, en verwonderde zich over de antieke techniek ervan. Tijdens het openen van de camera viel er een belichte glasplaat uit. Zou het niet aardig zijn, dacht hij op dat moment in 2010, om hedendaagse fotografen aan het werk te zetten met de oude camera's van hun voorgangers? Het project PS Camera was geboren, waarna de speurtocht begon naar camera's van interessante fotografen. In archieven of bij nabestaanden doken onder meer camera's op van Eva Besnyö, Ed van der Elsken, Johan van der Keuken, Cas Oorthuys, Frits Rotgans, Sanne Sannes, Anton Heijboer en Jan Wolkers. "De fotografen van nu brengen een hommage aan het analoge tijdperk. Ze putten inspiratie uit het werk van hun voorganger, zonder hun eigen stijl te verliezen", zegt fotografiehistorica Rose Ieneke van Kalsbeek van PS Camera. Fotograaf Eric Wolkers is met de camera van zijn vader Jan Wolkers naar Rottumerplaat gegaan. Sacha de Boer fotografeerde de 99-jarige Hongaarse Ata Kando, met de Leica die zij kreeg van Eva Besnyö. En Anneke Hilhorst, Ed van der Elskens weduwe, fotografeert Eds kleindochter met zijn Speedgraphic-camera. Het project eindigt in een grote tentoonstelling. Breukel: "Tot die tijd zijn de hoofdstukken die aan het verhaal worden toegevoegd van zichzelf bijzonder." Op de website www.photoq.nl verschijnt een blog over dit project.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden