Review

Hommage aan de Orpheus van Amsterdam

De Gouden Eeuw leverde niet alleen Nederlands beste schilders op. Ook de beroemdste Nederlandse componist stamt uit die tijd. Maar terwijl het werk van Rembrandt en zijn tijdgenoten overbekend is, heeft vrijwel niemand weet van de composities van Jan Pieterszoon Sweelinck. Onlangs verscheen een 9-delige cd-box met de complete orgel-en klavecimbelwerken van Jan Pieterszoon Sweelinck.

Op deze uitgave bespelen negen organisten tien verschillende historische orgels, aangevuld met opnamen van zes klavecinisten. De cd-set van MuziekGroep Nederland betekent een erkenning voor onze invloedrijkste en internationaal bekendste componist, wiens klaviermuziek tot nu toe behoorlijk onderbelicht bleef in ons land. En dat terwijl Sweelinck voor Nederland zou moeten betekenen wat Beethoven voor Duitsland, Mozart voor Oostenrijk, Chopin voor Polen en Liszt voor Hongarije is.

Er is natuurlijk wel het verschil dat Sweelinck veel vroeger leefde -van 1572 tot 1621- en bijgevolg muziek schreef die verder van ons afstaat dan die van klassieke en romantische nationale toonhelden. Daar staat tegenover dat Sweelinck een exponent is van een tijd, die in onze vaderlandse geschiedenis als een glorieperiode geldt: de Gouden Eeuw. In dat licht is een veel grotere bewondering voor onze muzikale Vader des Vaderlands niet meer dan gepast.

Niet dat Sweelinck volledig verwaarloosd is. De aandacht voor zijn muziek werd al gevraagd door de twee gedegen boeken door Bernard van den Sigtenhorst Meyer over Sweelincks instrumentale en vocale muziek die respectievelijk in 1934 en 1948 verschenen. Na de Tweede Wereldoorlog werden al Sweelincks werken uitgegeven door de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis.

Ondertussen namen klavecinisten en organisten vele cd's op met Swee-lincks klavierwerken, gespeeld op authentieke instrumenten. Vooral de restauraties van orgels uit de tijd van Sweelinck, met als hoogtepunt de compromisloze reconstructie van het Van Hagerbeer-orgel uit de Pieterskerk te Leiden, inspireerde organisten zich intensiever met Sweelinck bezig te gaan houden.

De dissertatie 'The Keyboard Music of Jan Pieterszoon Sweelinck' van Pieter Dirksen uit 1997 gaf een nieuw beeld van de enorme betekenis en muzikale kwaliteit van Sweelincks klaviermuziek. Dirksen was ook een van de initiatiefnemers en spelers in de productie van de negen cd's waarop de complete werken voor klavecimbel en orgel van Sweelinck verzameld zijn. De cd-box, voorzien van een dik tekstboek, kwam onlangs uit.

De Orpheus van Amsterdam, zoals Sweelinck wel werd genoemd, werd in 1562 te Deventer geboren. In 1564 verhuisde Jan Pieterszoon met zijn familie naar Amsterdam, waar hij vanaf 1577 tot zijn dood organist van de Oude Kerk was. Over zijn leven is vrijwel niets bekend, behalve dat de componist nooit meer verhuisde, slechts één buitenlandse reis maakte (naar Antwerpen), en dat hij regelmatig door Nederland trok om orgels te keuren. Een ander belangrijk gegeven is dat Sweelinck een trekpleister voor buitenlandse musici was, die bij de meester in Amsterdam het vak kwamen leren. Zij zorgden tevens dat de werken van Sweelinck met name in Duitsland gespeeld en bewaard bleven.

Als componist van klavierwerken heeft Sweelinck een groot stempel gedrukt op het Europese muziekleven. Pieter Dirksen benadrukt in het boekje dat Sweelinck een buitengewoon wijde blik had op wat zijn buitenlandse tijdgenoten voor toetsinstrumenten schreven, wat opvallend is voor de 'huismus' die de componist was. Hij had Engelse variatiewerken van Jonh Bull en John Dowland op zijn lessenaar staan, de nieuwste Venetiaanse drukken van toccata's, canzona's en ricercares, de eerste manifestaties van Noord-Duitse orgelmuziek, alsmede werken uit de oude Spaanse school. Sweelinck wist deze stijlen onder één noemer te brengen, die nieuwe allure gaf aan de Europese klaviermuziek. Via zijn leerlingen, onder wie beroemdheden als Samuel Scheidt en Heinrich Scheidemann, zou zijn invloed tot meer dan een eeuw na zijn dood reiken tot en met Johann Sebastian Bach.

Bij Sweelincks klavierwerken is niet altijd uit te maken of ze voor orgel of klavecimbel bedoeld zijn. Vaak is uitvoering op beide instrumenten gerechtvaardigd. Interessant van het cd-project is dat van de meeste Fantasia's (16) en vrij veel van de Toccata's (18) opnamen op beide instrumenten op de cd's zijn vertegenwoordigd. De psalm- en koraalbewerkingen klinken uiteraard uitsluitend op orgel; de wereldlijke variaties op klavecimbel.

Het is een goede beslissing geweest per cd een mix te maken van koraalbewerkingen, fantasia's, toccata's, enzovoorts. Dit maakt het voor de luisteraar een stuk prettiger. Feit is dat een variatiewerk gemakkelijker te bevatten is dan de abstractheid van een Fantasia, het genre waarin Sweelinck zijn vakmanschap het meest in kon uiten, maar dat voor de niet-ingewijde luisteraar minder toegankelijk is. In samenhang met de grote kwaliteit van de spelers, de opnamen, en de keus van de instrumenten is een uitermate boeiend document ontstaan.

De organisten zijn Peter van Dijk, Leo van Doeselaar, Freddy Eichelberger, Reinhard Jaud, Vincent van Laar, Bert Matter, Liuwe Tamminga, Stef Tuinstra en Bernard Winsemius. Zij bespelen een keur aan grote en kleine orgels. Een belangrijke plaats nemen de twee oudste en gaafste tot Swee-lincks stijl teruggebrachte orgels, het grote Van Hagerbeer-orgel uit de Pieterskerk te Leiden en het Van Covelens-orgel (1511) uit de Sint Laurenskerk te Alkmaar. Alle andere bespeelde Nederlandse orgels dateren van na Sweelincks dood, of werden in een later stadium gemoderniseerd. Strikt genomen zijn die wat aan de moderne kant, maar hun klank wordt door registraties in grote lijnen overtuigend teruggebogen tot die uit Sweelincks tijd. Markante grote orgels zijn die van de Nieuwe Kerk te Amsterdam, de Sint Martinuskerk te Cuijk, de Sint Walburgiskerk te Zutphen en de Grote Kerk van Wijk bij Duurstede.

Voor enkele cd's zijn ook buitenlandse orgels gebruikt, om aldus Sweelincks invloed elders in Europa te onderstrepen. Hieronder bevinden zich juweeltjes als het orgel van de Hofkirche te Innsbruck, de St. Ludgerikirche te Norden (Duitsland) en dat van het Hermans-orgel uit Pistoia (Italië).

De klavecinisten Bob van Asperen, Pieter-Jan Belder, Menno van Delft, Pieter Dirksen, Siebe Henstra en Glen Wilson bespelen deels een authentiek Ruckers-klavecimbel, deels een recente kopie daarvan. De keus voor zo'n instrument lag voor de hand, in de wetenschap dat Sweelinck zelf in 1604 te Antwerpen een Ruckers-klavecimbel voor de stad Amsterdam is wezen uitzoeken.

Sweelinck, The Complete Keyboard Works (NM Classics 92119, 9 cd's).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden