Holocaustdocument 'te laat en te zwak'

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - Het document van het Vaticaan over de holocaust is een belangrijke stap, maar “te laat en te zwak”. Dat zegt de orthodoxe rabbijn R. Evers.

Zijn liberale collega A. Soetendorp vindt dat Rome de medeverantwoordelijkheid van de rooms-katholieke kerk voor de holocaust duidelijker had moeten uitspreken. In dat verband spreekt R. Naftaniel van het Cidi van “een gemiste kans”.

De r.-k. kerk voelt zich niet medeschuldig aan de holocaust. Wel vraagt het Vaticaan vergiffenis voor het feit dat haar leden vaak niet voldoende hebben gedaan om slachtoffers te helpen. Soetendorp vindt die erkenning onvoldoende. “Zonder de zogeheten catechese der verguizing, de anti-joodse uitleg van het Nieuwe Testament, was de vervolging van joden op zo'n grote schaal onmogelijk geweest.”

De Vaticaanse verklaring pleit paus Pius XII vrij van beschuldigingen dat hij zich niet openlijk uitsprak tegen de jodenvervolging. “Teleurstellend”, vindt Soetendorp. “Pius XII had veel meer kunnen en moeten doen”, meent ook Evers. “Als hij net als de Deense koning openlijk protest had aangetekend was er veel minder gebeurd.”

Toch is Evers blij dat het document is verschenen. “ Het is een fikse knieval, al komt het te laat.” Maar toch: “In plaats van een trendsetter te zijn komt de rooms-katholieke kerk achteraan sjokken.”

Soetendorp spreekt van een “grote stap vooruit” in vergelijking met 1985, toen de joodse gemeenschap de paus tijdens zijn bezoek aan Nederland niet wilde ontmoeten. De r.-k. kerk nam toen haar medeverantwoordelijkheid voor de holocaust niet en weigerde ook de staat Israël te erkennen. Het nieuwe document opent volgens de liberale rabbijn de weg voor een ontmoeting tussen de Nederlandse joden en de paus.

Plebaan H. J. van Ogtrop, voorzitter van de Katholieke raad voor Israël (Kri), is positief over de verklaring van het Vaticaan. Het feit dat gezegd wordt dat antisemitisme zonde tegen de mensheid en tegen God is, het openlijk toegeven dat antijudaïsme voortkomt uit foutieve interpretatie van het Nieuwe Testament noemt Van Ogtrop heel belangrijk.

Dat geen afstand wordt genomen van Pius XII verklaart hij uit het feit dat over diens rol inzake de jodenvervolging tegengestelde opvattingen bestaan, en het “is niet gebuikelijk dat pausen elkaar afvallen”.

Van Ogtrop meent dat de verklaring vooral gezien moet worden als onderdeel van een groeiproces. Wat begon met Nostra Aetate in 1965, de verklaring van de huidige paus in 1987 en de erkenning van de staat Israël in 1993 is nu uitgemond in de openlijke erkenning dat er fouten gemaakt zijn, dan wel niet door de kerk maar door individuele christenen.

Volgens Van Ogtrop is het nu vooral aan de kerkmensen zelf om invulling aan de veranderde houding ten opzichte van het jodendom te geven. Als voorbeeld daarvan noemt hij het feit dat de Katholieke raad voor Israël sinds vier jaar een officiële status heeft in de r.-k. kerkprovincie. Vanuit de Kri worden allerlei initiatieven ontplooid om de verhouding met het jodendom te verbeteren.

Dick Pruiksma van Ojec, het Overlegorgaan van joden en christenen in Nederland: “Ik ben teleurgesteld. Inhoudelijk is het niet meer dan een samenvatting van wat al eerder in bisschoppenconferenties is gezegd. Er is geen woord verkeerd, maar er is ook niks nieuws. De verklaring is voorzichtig en over Pius XII wordt heel defensief gesproken: in een uitgebreide voetnoot zegt men dat de wijsheid van de diplomatie van Pius 'algemeen erkend' wordt. Ik zie geen opening naar de toekomst. Wat we nodig hebben is een onafhankelijk inzicht in wat er gebeurd is, een opening van de archieven die op deze tijd betrekking hebben: zoiets zou de kroonsteen zijn in de ontwikkeling van de interreligieuze dialoog tussen joden en christenen die deze paus in gang heeft gezet.”

R. Naftaniel, directeur van het Cidi (Centrum informatie en documentatie over Israël), meent dat de Vaticaanse verklaring langs de essentie heengaat, namelijk het verband dat er bestaat tussen christelijk antisemitisme en de holocaust. “Want het is niet zo dat, zoals het document beweert, de kerk zich alleen aan antijudaïsme heeft schuldig gemaakt.” Wat Pius XII betreft constateert Naftaniel dat Johannes Paulus II het niet heeft aangedurfd “de oren van zijn overleden collega te wassen”. Hij verzucht: “Waarom hebben we op dit stuk elf jaar moeten wachten?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden