Holle kathedraal

Het hoofdgebouw van het Rijksmuseum in Amsterdam is bijna leeg. Duizenden kunstvoorwerpen zijn de afgelopen maanden ingepakt en verhuisd. Wat overblijft is een holle kathedraal vol herinnering aan wat was, en beloftes voor wat straks komen gaat.

Het hoofdgebouw van het Rijksmuseum te Amsterdam is bijna leeg. Duizenden kunstvoorwerpen zijn de afgelopen maanden ingepakt en verhuisd. Wat overblijft is een holle kathedraal vol herinnering aan wat was, en beloftes voor wat straks komen gaat.

,,Net een begrafenis'', mompelt een medewerker van het Rijksmuseum als het immense schilderij De Slag bij Waterloo (1824) van J.W. Pieneman voorbij wordt gereden. Het grootste schilderij van Nederland-5.76 bij 8.36 meter-is zojuist door tientallen mensen van de muur gehaald en voorzichtig op een houten spoel gerold. De as van de spoel staat op twee karretjes, en als de rol van negen meter door serieuze mensen uit de zaal naar buiten wordt gereden, lijkt het inderdaad een beetje alsof het paard Langhors uit 'Pluk van de Petteflet' naar zijn laatste rustplaats wordt gebracht.

Zo stemt het hier en daar een beetje treurig, een bijna leeggehaald Rijksmuseum in de laatste fase van de verhuizing. Het oude Rijksmuseum is niet meer. Het hoofdgebouw sloot in december voor publiek om een grondige verbouwing en herinrichting te ondergaan, om pas in 2008 als 'Het Nieuwe Rijksmuseum' weer te openen. Veel werken zoals De Slag bij Waterloo zullen pas dan weer getoond kunnen worden, en vrijwel niets zal op de oude, vertrouwde plekken te zien zijn.

Voordat er verbouwd kan worden moeten natuurlijk eerst de spullen aan de kant. Deze klus is op een haar na geklaard. Voorwerp na voorwerp is ingepakt, gedocumenteerd en verhuisd. Als je weet om hoeveel voorwerpen het gaat, begint het te duizelen. Vier kilometer boeken, ofwel 300000 titels. 1700 scheepsmodellen. 18000 stuks textiel, waaronder bijvoorbeeld 7000 kostuums en kostuumaccesoires. 17000 stuks keramiek en glas. 5500 schilderijen waarvan 23 van extreem formaat, enzovoort, enzovoort. In totaal gaat het om één komma één miljoen kunstvoorwerpen die vanaf december zijn verhuisd. Eén komma één miljoen dingen die te kwetsbaar zijn om zomaar even op te pakken, en die onder speciale condities vervoerd moeten worden. En één komma één miljoen voorwerpen ook die volslagen uniek zijn, onvervangbaar en soms ook nog letterlijk onbetaalbaar. Alles moet voorzichtig, en alles moet weer op geheel eigen wijze worden ingepakt, want bijna geen voorwerp is hetzelfde. Orgelpijpen moeten bijvoorbeeld rechtstandig ingepakt, omdat de loden pijpen anders direct knakken. Tegeltableaus mogen uit de muur gehakt, maar alleen met medeneming van de gipsen 'drager' waarop de tegels zijn vastgeklemd. Marmeren schouwen graag onderdeel voor onderdeel vervoeren, want het geheel, van zeven tot tien ton zwaar, zou dwars door de vloer kunnen zakken. En o ja hoor, breek gerust een muur uit als de achterspiegel van het schip de Royal Charles niet door de deur past. Dat hoort er hier allemaal bij, net als de registratie van objecten die uit de zalen worden gereden. Want straks moet het allemaal weer terug.

Het is dan ook niet gek dat de zalen, bij de allerlaatste rondleiding door het 'Oude Rijksmuseum', vol staan met allerhande karretjes, steigers, kratten, hijsapparatuur, stootkussens en verpakkingsmateriaal. Er wordt door tientallen mensen, zichtbaar beheerst, hard gewerkt om het gebouw op tijd 'leeg' te krijgen. Op 1 augustus wordt het gebouw namelijk aan de Rijksgebouwendienst overgedragen, die de verbouwing onder handen neemt. Vier weken zijn er nog te gaan, maar het Rijks is er van overtuigd van dat het gaat lukken. ,,Er zijn tot nog toe slechts twee ongelukjes gebeurd'', vertelt Antoinette van Dorssen, die de verhuizing en verbouwing coördineert. Er is een leeuwenkopje van een spiegellijst afgebroken en een potje gebarsten. Ze vertelt het met een mengsel van gelaten- en verlegenheid. Verlegenheid omdat er natuurlijk nationaal erfgoed beschadigd is geraakt, maar gelatenheid omdat dit soort ongelukjes niet tegen is te houden als er zoveel fragiele kunst verhuisd wordt. En dan te bedenken dat de twee slachtoffers ook nog vielen in de periode dat het grootste oponthoud werd geboekt. In oktober werd namelijk bij bouwvoorbereidingen de aanwezigheid van asbest geconstateerd. De verhuizing ging door, maar onder voor de werknemers moeilijke - maar soms ook hilarische - omstandigheden dat veel verhuiswerk in asbestpakken moest gebeuren. Blauwe en witte maanmannetjes met persluchtmaskers bevolkten de zalen en konden niet te lang achter elkaar werken in asbestgebied. Oponthoud, vermoeidheid, zware werkomstandigheden in de hete pakken: het is eigenlijk een klein wonder dat er maar twee voorwerpen beschadigd zijn geraakt. Pas anderhalve maand geleden werd het asbestalarm opgeheven en konden de mensen weer in hun gewone kloffie aan de gang.

Ondanks het succesvolle werk van de afgelopen maanden, begint de vermoeidheid een rol te spelen. Medewerkers zien stiekum uit naar de vakantie, moegewerkt als zij zijn van het intensieve werken. En dan te bedenken dat de laatste loodjes hier niet alleen figuurlijk het zwaarst wegen. Na alle objecten die los van het gebouw stonden, bleef er een flinke klus over om de zogenaamde 'verankerde objecten' van hun plaats te krijgen. ,,Hiervoor hebben we een aantal gespecialiseerde bedrijven ingehuurd'', vertelt hoofd Meubelrestauratie Herman den Otter, die de tientallen 'demontageprojecten' begeleidt. Zo werkt de firma die ook het grafmonument van Willem van Oranje in Delft heeft opgeknapt aan het demonteren van een reusachtige schouw uit 1739. De 84 onderdelen worden eerst van elkaar gehaald, dan losgetakeld van het geheel om vervolgens in een eigen kist te verdwijnen. ,,De zeven tot tien ton aan marmer wordt in 22 kisten afgevoerd'', vertelt Den Otter. ,,Tenminste, volgens planning. De grote uitdaging is namelijk dat bij elk van deze projecten weer complicaties opduiken. Achter deze schouw bleek bijvoorbeeld toch weer asbest te zitten, wat het demonteren enkele dagen vertraagde. Bij andere objecten weet je wel dát het is verankerd aan de muur, maar niet hóe.'' Als om het te illustreren stapt een medewerker op Den Otter af die vraagt of het goed is een slijptol te gebruiken bij het demonteren van een 19de-eeuwse gietijzeren preekstoel. Een deel dat historisch gesproken niet gelast kan zijn, blijkt toch gelast. ,,Dat soort dingen dus'', zegt Den Otter.

En toch zou Den Otter het voor geen goud willen missen. Waar krijg je anders de kans om als restaurator zo lang zo intensief met zulke voorwerpen te werken? ,,De grote verassing is dat we zoveel mooie dingen hebben. Dat wist je eigenlijk natuurlijk wel, maar als ze een voor een door je handen gaan krijg je toch weer nieuw respect voor de geweldige rijkdom aan kunst en ambacht die hier is verzameld. De mensen die aan dit project werken zie je soms stilletjes genieten van de schitterende spullen die we hier hebben. Dan weet je weer waar je het voor doet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden