Hollandse utopieën

Ruim honderd jaar geleden trokken veel Amerikaanse schilders naar Nederland. Zij laafden zich aan de Hollandse meesters en schilderden Nederland mooier dan het was.

Hoe Hollands kan Nederland zijn? Honderden Amerikaanse schilders trokken aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw naar dit idyllische land, waar alles zo puur en schoon was, waar de mensen zo vroom en vlijtig waren en zo tolerant.

Met bosjes kwamen de Amerikanen kijken, en schilderen. Ze kwamen wat bedrogen uit. Het was niet allemaal zo romantisch als ze dachten. Maar ze waren verliefd op hun Nederland, een andere werkelijkheid wilden ze niet zien. Met hun selectieve kijk schilderden ze hun eigen realiteit.

Op z’n minst curieus zijn al die schilderijen die nu in het Noord-Hollandse Laren zijn te zien. Het Singermuseum toont daar in een sober ingerichte, maar kleurrijke tentoonstelling het werk van een aantal van die schilders onder de titel ’Dutch Utopia, Amerikaanse kunstenaars in Nederland 1880-1914’.

De Amerikanen (schilders als Gari Melchers, Walter MacEwen, George Hitchcock) laafden zich hier aan hun Nederlandse voorbeelden, de ’groten’ uit de Gouden Eeuw, maar ook aan bijvoorbeeld de Haagse school. Ze trokken naar dorpen als Laren, Katwijk, Hattem, Egmond, Volendam en Rijsoord om daar de kunst van de Nederlanders af te kijken en zelf hun eigen interpretatie te geven van al het schoons wat het koude kikkerland te bieden had. Heidevelden met schapen, duinlandschappen, molens op het platteland, jonge blozende boerenmeisjes in klederdracht, het vrome protestantse leven, kleurige tulpenvelden en nog veel meer van al dat moois.

Dezelfde tentoonstelling was een jaar geleden te zien in het Telfair Museum in het Amerikaanse Savannah, Georgia, en daarna in het Taft museum in Cincinatti en het Grand Rapids Art Museum in Michigan. Nu hangen de werken dus in het Larense Singer, het museum dat is vernoemd naar William Henry Singer jr. (1868-1943), een man die net als veel van zijn Amerikaanse collega’s onder de indruk was van de Nederlandse schilderkunst en daarom naar het landelijke Laren toog, waar hij met bewondering keek naar schilders als Anton Mauve. Eerder, in 2001, bracht het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen een kleinere tentoonstelling over hetzelfde thema met de titel ’Amerikaanse Hollandgekte’.

De Amerikaanse werken zijn in Laren in zes thema’s ingedeeld. Een zaal laat zien hoe de Amerikanen geïnspireerd waren door de zeventiende eeuw: ze schilderden Nederland ’met het oog’ van die oude meesters. Frans Hals en Johannes Vermeer zijn als het ware gekopieerd terug te zien. Een volgende zaal toont de grote invloed van de Haagse School, van schilders als Jozef Israëls, Mesdag, Maris en Mauve.

De Amerikanen zetten zich af tegen het modernisme, tegen de verstedelijking en het industriële leven zoals dat in de VS opkwam, blijkt uit een volgend thema. Ze keken met nostalgie terug naar die mooie tijd waarin boerenmeisjes welgemoed hun emmers en manden droegen. De frisse Hollandse wind zorgde voor blosjes op de wangen.

In een volgend thema gaan de Amerikanen op zoek naar hun eigen identiteit. De blonde, blauwogige immigranten met hun protestantse arbeidsethos waren zeer geliefd in de VS. Die Nederlanders behoorden tot een nijver hardwerkend volkje dat zo gesteld was op zijn vrijheid en zijn tolerantie. In Nederland zochten de Amerikanen diezelfde waarden en schilderden zij wat in werkelijkheid nauwelijks bestond. In hun schilderijen deden ze er nog een schepje boven op, werden die waarden verheerlijkt.

De verschillenden kunstenaarkolonies waar de Amerikanen zich lieten inspireren vormen een volgend thema. Volendam was zo’n kolonie, daar was in Amerikaanse ogen het echte beeldschone oude Holland te vinden. Met hun levendige fantasie maakten ze van Nederland een utopia, ze verzonnen beelden, schiepen iets dat mooier en beeldender was dan wat de natuur en de mens te bieden had.

De Nederlander zal wat verbaasd rondkijken in Singer Laren, zal de clichés van onze tulpenvelden, onze molens, onze klederdracht als ouwe koek ervaren. Maar ook al zijn de wenkbrauwen wellicht wat gefronst, een blik op de tentoonstelling en een bestudering van de interessante bijbehorende catalogus (uitgeverij Toth) zullen zeker tot amusante en ook leerzame momenten leiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden