Hollandse sporen in Hull en Humberside

Voor de meeste Nederlanders is Hull niet meer dan de stad waar de veerboot uit Rotterdam-Europoort ze op Engelse bodem zet. Vanuit de haven rijden ze zo snel mogelijk door naar meer noordelijke vakantiebestemmingen als het Lake District of de Schotse hooglanden en laten de stad en de regio Humberside ongezien achter zich. En dat is jammer. Want 'Dutch visitors will feel very much at home in Humberside', zoals een folder van de Britse VVV het uitdrukt.

MATHIJS SMIT

In zijn reisaantekeningen gaf de rondreizende, negentiende-eeuwse predikant Benjamin Armstrong de VVV gelijk. Toen hij deze regio in 1842 voor het eerst bezocht, werd hij getroffen door de Hollandse karakteristieken: de dijken, de Hollandse boerenwagens en het gebruik van stenen kruiken die hij kende van de schilderijen van de Vlaamse schilder David Teniers. Over Hull schreef hij: 'Deze stad herinnert me sterk aan Rotterdam. In feite is dit hele gebied een tweede Holland'.

Inderdaad, het karakter van het platteland rondom Hull doet verrassend vertrouwd aan. Geen glooiende heuvels, maar vlak land, polders, dijken, kanalen, windmolens, weidse luchten en lange, rechte lanen. Het is te zien dat Nederlandse ingenieurs in de zeventiende eeuw de waterhuishouding in deze regio organiseerden. Vlak buiten het dorpje Goole herinnert de Dutch River aan hun werk. Vervolgens vestigden een groot aantal Nederlanders en Fransen zich in de regio om de drooggemalen polders te bewerken. Aan de beroemde Hollandse waterbouwkundige Cornelis Vermuylen, onder wiens leiding hier grote stukken land werden ingepolderd, is in het museum van Goole een vitrine gewijd.

Ook de architectuur in dit gebied heeft een tik van de Hollandse molen meegekregen. De voor Engeland zo karakteristieke timber-frame vakwerkhuizen en natuurstenen cottages met leistenen daken zijn in de dorpen van Humberside met een lampje te zoeken. Hier zijn de huizen opgetrokken uit baksteen en bekroond met dakpannen, die in de zeventiende eeuw uit Holland werden geïmporteerd. En ook in de vorm van de gevel komt de Dutch connection tot uitdrukking: Hollandse trapgevels en gebogen gevels zijn hier zo gewoon als melk in de thee.

PAKHUIS NU NACHTCLUB

Op het platteland rondom Hull zijn de Nederlandse sporen nog goed zichtbaar. Maar Hull is niet meer dezelfde stad die predikant Armstrong in 1842 bezocht. Met Rotterdam zal je Hull tegenwoordig niet snel meer verwarren. Scheepvaart en handel domineren het stadscentrum allang niet meer. Het voormalige havenkantoor is scheepvaartmuseum geworden, de pakhuizen van de koopmansfamilie Pease zijn omgebouwd tot woningen en het pakhuis The Waterfront aan de jachthaven doet tegenwoordig dienst als hotel annex nachtclub. Het vroeger zo bedrijvige Princess Dock in het stadscentrum is in de jaren zeventig gedempt. Op deze plek is een modern winkelcentrum verrezen, dat lijkt te zijn gemaakt van zilverpapier en cellofaan. Het heeft iets weg van een vlieger die is neergestort in Madurodam.

Toch is er het een en ander overgebleven, dat herinnert aan het verleden, en van waaruit de Nederlandse band met de stad blijkt. Al is het maar in de musea aan Victoria Square. In het Town Docks Museum wordt zichtbaar wat de wortel is van de Nederlandse erfenis: scheepvaart en handel. Al in de middeleeuwen werd Hull regelmatig door Nederlandse schepen aangedaan. Wijn, zeep, hout, baksteen, aardewerk en kaas - natuurlijk ook kaas - werden verhandeld tegen graan, wol en textiel. Ook de zware grafstenen die te vinden zijn in de Holy Trinity Church en verschillende kerken in de regio werden uit Nederland ingevoerd.

FRANS HALS

Het lijkt alsof de conservatoren van de Ferens Art Gallery, aan de andere kant van het plein, de historische band van deze regio met Nederland ook in hun collectie tot uitdrukking hebben willen brengen. Het museum met zijn neoklassieke gevel staat bekend om zijn evenwichtige collectie zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst. In meerdere zalen zijn de bekende Hollandse thema's te zien: trotse portretten van burgers, heldhaftige zeeslagen, verstilde kerkinterieurs, rustieke landschappen en kleurige stillevens. Er hangen enkele voor een provinciaal museum spectaculaire stukken, waaronder een portret van een schuchter lachende, jonge vrouw door Frans Hals.

In het zonovergoten post-moderne café achter in het museum zit Nathalie de Koning achter haar cappuccino en cheese-cake. Zij woonde de afgelopen maanden als uitwisselingsstudent in Hull. Elke keer dat ze heimwee had naar Nederland bracht ze een bezoek aan dit museum. “Frans Hals bracht me er weer bovenop”, zegt zij lachend. “Alleen jammer dat ze hier geen appelgebak serveren, en dat de koffie zo slecht is, anders zou de illusie compleet geweest zijn.”

WILLEM III

Dr. David Neave heeft geen appelgebak nodig om de Nederlandse banden met deze regio te beschrijven. Ter gelegenheid van de driehonderdste verjaardag van de Glorious Revolution in 1988 schreef hij een boekje met de veelzeggende titel The Dutch connection. The Anglo-Dutch heritage of Hull and Humberside. In zijn werkkamer op de Universiteit van Hull - een van de weinige Engelse universiteiten waar je voltijds Nederlands kan studeren - vertelt hij hoe de Nederlandse stadhouder Willem III in 1688 naar Engeland kwam om zijn schoonvader James II van de troon te stoten en zelf koning te worden. Terwijl Willem optrok naar Londen, werd het stadsbestuur van Hull in de nacht van 3-4 december 1688 omvergeworpen door Oranjegezinde protestanten.

In 1734 werd de zesenveertigste verjaardag van deze 'town taking day' gevierd met de onthulling van een verguld standbeeld van Willem III op de Market Place. Het staat er nog steeds, zij het enigszins desolaat ingeklemd tussen een betonnen parkeergarage en een tweebaans snelweg die Hull verbindt met de moderne havens buiten de stad. Desondanks heeft het beeld, dat meer weg heeft van een Romeinse keizer dan van een Hollandse stadhouder, zijn trots behouden. Zelfbewust blikt Willem III vanaf zijn paard in de richting van Lowgate en de Holy Trinity Church.

Bij het standbeeld van de stadhouder die koning van Engeland werd, kan het Hollands sentiment goed uit de voeten. Maar het feest der herkenning kan pas echt uitbundig gevierd worden als je vanaf de Market Place in de richting van de River Hull loopt. Langs deze rivier loopt High Street, dat zijn zeventiende- en achttiende-eeuwse karakter volledig heeft bewaard. Een gracht ontbreekt er nog maar aan, maar verder lijkt deze straat een rechtstreekse kopie van een Nederlandse kade. Bakstenen pakhuizen worden afgewisseld door de woningen van de machtige koopmansfamilies van Hull: de Maisters, de Peases, de Blaydes en de Wilberforces. Een blik op het tot woningen verbouwde, achttiende-eeuwse pakhuiscomplex van de familie Pease aan het einde van High Street, en je waant je op de Oostelijke Handelskade of op het Entrepotdok in Amsterdam.

BIERPOMP

In Ye Old White Hart, een historische kroeg aan Silver Street, is het warm en druk. De bierpomp draait overuren. Mijn verzoek om de bovengelegen Plotting Parlour te zien, waar in 1642 besloten werd om de poorten van de stad gesloten te houden voor koning Charles I, valt niet in goede aarde. 'Not now, love' antwoordt de rood aangelopen barjuffrouw met een onvervalst Yorkshire accent. Wanneer deze zaal dan wel te bezichtigen is, wil ik nog vragen, maar zij heeft haar plaats achter de bierpomp al weer ingenomen. Het is duidelijk. Hull mist, in contrast met het iets noordelijker gelegen York, de beroepsmatige vriendelijkheid die de toeristenindustrie eigen is. Maar eigenlijk is dat alleen maar een extra argument om deze stad, als korte stop op weg naar het Lake District of de Schotse hooglanden, eens aan te doen.

ENKELE 'PLACES OF INTEREST':

Town Docks Museum: uitgebreide collectie over koopvaart, visserij en walvisvangst. Queen Victoria Square

Ferens Art Gallery: bekende collectie Nederlandse meesters en 19e eeuwse maritieme schilders uit de regio. Queen Victoria Square

Wilberforce Museum: het huis van de beroemde Engelse voorvechter van de afschaffing van de slavernij, William Wilberforce. High Street

Holy Trinity Church: vroeg-veertiende eeuw kerk. Oudste bakstenen gebouw in deze regio. Lowgate

Ye Old White Hart: historische pub. Silver Street (door een steegje naast de juwelier Barnby & Rust).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden