Hollandse Nieuwe uit Noorse trawlers

De haring wordt gekaakt, gepekeld en ingevroren en dan naar Nederland getransporteerd. (FOTO ERIC FOKKE )

Eric Fokke

Vakkundig ritsen vingers de buikwand van de haring open. „Kijk, dat is het vet”, zegt Ton van der Plas van Parlevliet en Van der Plas, een Nederlandse grootmacht in de visindustrie. „Mooi vet, ik schat zo’n 20 procent.”

„Goede haring”, bevestigt Jan van Duijn, inkoper van Ouwehand, na het faillissement overgenomen door het bedrijf van zijn collega naast hem. „Maar niet zoals vorig jaar, toen was het super! Haring met 28 of 29 procent vet. Zeldzaam. Dat maak je misschien eens in de tien jaar mee.”

Hoe goed de Hollandse Nieuwe dit jaar is, kan Nederland vanaf 8 juni proeven. Dan worden de eerste vaatjes in de Scheveningse visafslag verhandeld. Hollandse Nieuwe die vrijwel zeker afkomstig is uit Noorwegen. Nederland heeft nog maar twee schepen die op haring vissen, Noorwegen op dit moment twaalf tot vijftien. Die leveren jaarlijks meer dan 10.000 ton hapklare haring.

Hollandse Nieuwe komt al lang niet meer alleen uit Nederland. Denemarken is enige tijd een grote leverancier geweest, nadat in de periode van 1977 tot en met ’83 de visserij op Noordzeeharing was gesloten omdat de bestanden er slecht voor stonden. Tegenwoordig is Noorwegen hofleverancier. Ongeveer 80 procent van de zoute haring komt uit dat land. Noordzeeharing zwemt tegenwoordig wat noordelijker dan vroeger en in zuid-Noorwegen, zoals hier in Egersund, staan fabrieken met voldoende capaciteit die door Nederlandse bedrijven tijdens het seizoen, van half mei tot eind juni, gebruikt worden. Want al komt de meeste Hollandse Nieuwe uit Noorse trawlers, de verwerking is volledig in Nederlandse handen.

Een piepklein ossenbloedrood geverfd gebouwtje op een kade in Egersund is de veiling en daar keuren de Nederlandse specialisten de vangst van vandaag. Als genoeg wordt geboden wordt de vis een eindje verderop afgeleverd in een gehuurd fabriekspand. Daar wordt de haring gekaakt, gepekeld en ingevroren en gaat dan op transport.

Dat klinkt simpel, maar vraagt nogal wat vakkennis en organisatie. „Als je in Amsterdam in één straat drie vishandels hebt, moet je drie verschillende kwaliteiten leveren”, zegt Jaap Ouwehand. „De één wil hem rijper of zouter dan de ander en daar moeten wij hier bij de aankoop en verwerking al rekening mee houden.” De uiteindelijke smaak wordt vervolgens bepaald door de visdetaillist die de haring serveert, want ook die stuurt daarin. Al met al een klus die niet is uit te besteden aan Noren, die nog maar net voorzichtig van de maatjesharing beginnen te proeven.

Dat vroeger alles beter was, gaat lang niet altijd op, zegt Luuk Ouwehand, de vorige directeur/eigenaar van het gelijknamige bedrijf. „Noren vissen bijvoorbeeld met ringnetten, waardoor de vis met minder beschadigingen aan boord komt. Daar wordt de vangst direct gekoeld tot rond de nul graden. Het hele verwerkingsproces is er in de loop der jaren op vooruit gegaan en wordt nog steeds verbeterd.”

Hij is goed, de Hollandse Nieuwe van 2010. Niet zo zeldzaam super als vorig jaar, maar toch, erg goed, glimlachen de Nederlandse experts op Noorse bodem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden