Hollandse horizon boven een Chinees landschap

meubilair

Met een Chinees behang aan de muur hoorde je er helemaal bij in de achttiende eeuw. Mensen die zich deze dure behangsels konden permitteren, etaleerden er niet alleen hun rijkdom mee. Het was ook een bewijs van hun modieuze smaak.

Hele vrachten van die beschilderde stroken papier - 'papieren meublementen' werden ze genoemd - moeten er destijds met schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) vanuit Kanton naar Europa zijn vervoerd. Samen met ladingen porselein, zijde en thee.

Het gros van deze behangsels is verloren gegaan. Toen ze uit de mode raakten en bovendien in Engeland en Frankrijk een veel betere kwaliteit behangpapier kon worden gedrukt, werden ze massaal weggegooid. De verfkwast ging eroverheen of een nieuw behangetje.

In Nederland zijn maar heel weinig oude Chinese behangsels bewaard gebleven. Alleen in Huis Marquette in Heemskerk, het landhuis Oud-Amelisweerd bij Utrecht en in Huis ten Bosch in Den Haag zijn er nog complete kamers met Chinees behang.

Pas in 1992 ontdekte Breda's Museum dat het ook een zeldzaam Chinees behang-ensemble bezit. Al dertig jaar lagen twee grote rollen plastic in de kelder. Het leken wel opgerolde tapijten. Af en toe werd er eens gekeken wat er in het plastic zat. Maar bij de eerste aanblik van de stukken papier, papiersnippers en gruis was de reactie altijd: laat maar lekker liggen, daar kijken we later wel een keer naar.

Pas in 1992 werden de rollen naar een restauratieatelier gestuurd. Toen werd pas duidelijk dat al die jaren een zeldzame schat in de kelder had gelegen. Twee Chinese behangels die samen een ensemble vormen, kwamen tevoorschijn, nog in redelijke staat, alleen ontzettend vuil.

Uiteindelijk werden in 1998 de behangsels voor het eerst getoond toen het museum was verhuisd naar de huidige locatie, een voormalige kazerne.

Vanwege de ruimte die ze in beslag nemen, hangen ze meestal in het depot. Voor deze rubriek haalt het museum ze nu weer voor de dag. Het liefst zou het museum de hele kamer reconstrueren waarin ze ooit hebben gehangen. Maar dat zou zo'n beslag op de ruimte leggen, dat directeur Jeroen Grosfeld daar niet aan wil beginnen.

Het zou kunnen, want behalve de behangels zijn ook alle betimmeringen van de kamer bewaard gebleven. De 'Chinese' kamer bevond zich in een monumentaal pand aan de Ginnekenstraat 10 in Breda. 'De Rode Haen', zoals het heette, werd begin jaren zestig gesloopt, omdat het toenmalige stadsbestuur vond dat er meer ruimte moest komen voor het verkeer. Grosfeld: "In die periode leidde de vernieuwingsdrang er in veel steden toe dat er veel is gesloopt."

Waarschijnlijk was de inventaris van de Chinese kamer ook bij het sloopafval beland, als er niet een attente buurtbewoner was geweest. Antiquair en overbuurman Groneman zag de bui hangen en had voor de sloop de behangsels opgerold en bij hem thuis gestald. Ook de betimmeringen werden veilig gesteld. Groneman gaf de spullen zonder verdere documentatie aan het Breda's Museum, waar men er verder ook niet naar omkeek met als gevolg dat pas dertig jaar later de waarde ervan aan het licht kwam.

Uit onderzoek van conservator Pierre van der Pol is gebleken dat in het pand Ginnekenstraat 10 tot 1718 een brouwerij was gevestigd. Van 1718 tot 1783 was het pand in bezit van de familie Van Gool, wijnhandelaren. Deze familie heeft de Chinese kamer laten inrichten en daarvoor speciaal behangels op maat laten maken in China.

In die tijd kon gekozen worden uit drie motieven: bloemen en vogels, menselijke figuren en taferelen uit het dagelijks leven. De familie Van Gool koos voor de alledaagse taferelen.

De behangsels werden in banen aangeleverd. Ter plekke moesten ze worden 'gemonteerd'. Mensen die ervaring hebben met behangen, weten wat een ellendige klus het kan zijn om de stroken papier zonder kreukels op de muur te krijgen. Nog lastiger is het om afbeeldingen en patronen netjes op elkaar te laten aansluiten.

Dit behangersleed is van alle tijden, leren deze Chinese behangsels. Ook in de achttiende eeuw had men daar moeite mee; de afbeeldingen lopen niet altijd vloeiend in elkaar over van de ene naar de andere strook.

Nu is dit ook geen behangetje dat je zomaar even op de muur flanst, gelet op de drukke voorstelling. Er gebeurt van alles op de twee behangsels, vooral op het grootste exemplaar. Er lopen twee mannen met een hondje, in het prieel zitten mensen te relaxen, een boer steekt met een waterbuffel een brug over en ontmoet een verkoper of kwakzalver met zijn knechtje. Ze verkopen volgens de tekst op de vlag aan de draagstok 'levenselixer van overzee'. Op de achtergrond is een groepje mannen aan het picknicken. Twee van hen doen een gokspelletje met drank, mogelijk de Chinese versie van strippoker.

Het zijn allemaal enigszins geïdealiseerde scènes uit het dagelijks leven van de gegoede burgerij. Op het grote behangsel speelt alles zich af in een landelijke omgeving, het kleine behangsel laat een meer stedelijke omgeving zien. Op de poortjes staan teksten als: Wolkenpaviljoen, Lentekruiden vullen de japisvijver en Geurig gras. Geschilderd behang werd nooit gesigneerd. De schilders die deze behangels maakten, werden ook niet als kunstenaars gezien, maar als vakmensen.

Er werkten meerdere mensen aan één voorstelling: de een deed het landschap, de ander was goed in mensen en een derde voegde de Chinese karakters toe.

Van der Pol: "Deze behangsels waren massaproducten, aangepast aan de heersende mode in Europa. Beter is het om dit kunstnijverheid te noemen." De ateliers waar ze werden gemaakt, stonden in Kanton. Dat was vanaf 1757 de enige haven van waaruit buitenlandse handel met China toegestaan was.

Op het eerste gezicht valt het niet meteen op, maar als je goed naar de lucht kijkt, klopt er iets niet. Die is pas later, in Breda, met olieverf aangebracht. Op de meeste Chinese landschappen ontbraken de horizon en de lucht. Terwijl in het Westen een landschap zonder horizon onbestaanbaar is. Maar dat werd opgelost door het bovenste deel over te schilderen.

Erg netjes is dat niet gebeurd. Je zou haast denken dat de plaatselijke huisschilder dit klusje er na het schilderen van de kozijnen even bijgedaan heeft, grapt Grosfeld. Maar het heeft ook wel iets aandoenlijks. Zo'n Hollandse lucht boven een Chinees landschap.

ze van Breda's Museum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden