Hollandse beat in Beiroetse Hamra/Festival doet vooroorlogs sfeertje herleven

BEIROET - Saskia Laroo, een Nederlandse trompettiste, staat op een podium in Hamra, de Kalverstraat van de Libanese hoofdstad, voor een menigte van zo'n 2000 jongeren. “Jullie zijn een geweldig publiek”, roept ze de bezoekers van het Hamra-festival toe. “You are wonderful too”, roept iemand terug. “Dank je, dank je.” De blonde dame met trompet krijgt met wat moeite de mensen aan het swingen. “Klinkt goed”, meent Khalid, een scholier. “Ik moet Nederland eens bezoeken.”

Bij de toegangspoort bepalen uitsmijters wie wel en niet naar binnen mag. “Geen mannen zonder een vrouw”, legt er één uit. “Anders krijg je alleen maar kontenknijpers en mannen die naar de vrouwen loeren. Vorig jaar kregen we klachten van dames dat ze lastig werden gevallen, dus dit jaar moet je een vrouw bij je hebben. Je zus, je moeder, je vriendin, maakt niet uit, maar met een vrouw, dan gedragen ze zich beter.”

“We zijn goede muziek niet meer gewend”, meent de organisator van het jaarlijkse Hamra-festival, Walid Nosjie. “We moeten alles weer leren, zelfs wat goede muziek is, en hoe je je als publiek gedraagt. Maar er is vooruitgang. Kijk, ze beginnen zelfs te dansen op straat. Dat gaat goed.”

Op cultureel gebied is Libanon sinds de burgeroorlog achtergebleven. Tijdens de gevechten hadden mensen weinig tijd voor kunst en nu de rust is teruggekeerd heeft de regering het zo druk met de wederopbouw, dat weinig aandacht of geld wordt besteed aan musea, muziektheaters, tentoonstellingsgebouwen en bibliotheken. Maar 's zomers leven de Libanezen zich uit in muziek- en kunstfestivals in het hele land.

Sommige zijn van hoge kwaliteit, zoals het muziekfestival van Bait Eddinne, of het Baalbek-festival dat deze zomer na twintig jaar zijn poorten weer opent. Andere festivals lijken op jaarmarkten, eenieder die iets kan opent er een kraam.

Omdat er weinig anders te doen valt, worden de festivals druk bezocht. De Nederlandse ambassade deed dit jaar mee aan de organisatie van het Hamra-festival. De winkeliersvereniging wilde buitenlandse bands, en de ambassade wilde Nederland opnieuw introduceren. Na tien jaar afwezigheid heeft de ambassade haar deuren onlangs weer geopend en ambassadeur Ronald Mollinger doet hard zijn best om voor het Nederlandse bedrijfsleven een plek te veroveren bij de wederopbouw.

Mollinger, zelf een enthousiaste gitarist, organiseerde in Aboe Dhabi het jaarlijkse Holland Festival: “Ik wil wat anders laten zien dan Volendamse meisjes, tulpen, kaas en koeien. Nederland heeft veel meer te bieden, en muziek is een uitstekende manier om ideeën uit te wisselen.”

De ambassadeur liet drie groepen overkomen: Thijs van Leer met het Mike del Ferro trio, Saskia Laroo, een trompettiste omringd door haar eigen band en Backbeat. De Libanezen vinden het prachtig. “De sfeer is goed”, zegt de veertigjarige ingenieur Ziad Sajjid onder de tonen van de dwarsfluit van Thijs van Leer. “In de oorlog overheerste de intolerantie, de agressie, het fanatisme. Maar het lijkt nu weer op de vooroorlogse sfeer: iedereen op zijn gemak, niet te veel naar elkaar kijken.”

Het Hamra-festival trekt elk jaar ruim 400 000 bezoekers, vooral uit het overwegend islamitische West-Beiroet. Het doel is om alle Libanezen, moslims en christenen, weer terug te krijgen naar wat eens de beroemdste straat was van Libanon, de Champs Elysées van het Midden-Oosten. Een straat van 1100 meter, barstensvol met, destijds, dure boetieks, filmtheaters, cafés, banken en kantoren van luchtvaartmaatschappijen. De kerstverlichting werd altijd ontworpen door de man die de kerstdecoratie verzorgde van de Londense 'Regent Street'. Vanwege zijn tolerante klimaat was Beiroet, en Hamra, een oase voor Arabische artiesten en dissidenten.

Wat je in New York en Parijs zag, dat zag je in Hamra, inclusief de minirokjes. “De minirokjes zie je niet meer”, zegt Foead Toe'eni, het hoofd van de winkeliersvereniging. “Tijdens een oorlog sneuvelen niet enkel mensen en gebouwen, maar ook ideeën. Tolerantie dolf als eerste het onderspit.” De oorlog brak het hart van de stad, letterlijk en figuurlijk. Hamra werd West-Beiroet, waar christenen zich niet meer veilig voelden, en toeristen bleven weg.

Winkeliers barricadeerden hun etalages met zandzakken terwijl milities de winkeleigenaars afpersten, de inboedel stalen en protectiegeld eisten. Straatgevechten en bombardementen veroorzaakten zoveel glasschade, dat winkeliers ijzeren deuren lieten installeren. Stoepen verdwenen, vuilnis werd niet meer opgehaald, telefoonlijnen, waterleidingen en riolering deden het niet meer. Men parkeerde in het wild, kortom, “The place was a dump”, zegt Foead Toe'eni.

Om de reputatie van de straat op te krikken begon de winkeliersvereniging in 1992 een schoonmaakcampagne. De stoepen zijn gemaakt, de straatverlichting is gerepareerd, 130 bomen zijn geplant en er staan vuilnisbakken. Er zijn plannen om een voetgangersgebied aan te leggen.

“En we hebben het jaarlijkse Hamra-festival in ere hersteld”, vertrelt Toe'eni. “Voor de oorlog was dat een evenement. We hebben een keer een stel samba-scholen uit Rio uitgenodigd. Dit is het eerste na-oorlogse festival met buitenlandse medewerking. De Nederlanders reageerden uiterst positief. De laatste tijd komen hier ook steeds meer mensen uit Oost-Beiroet en buitenlanders.”

Westerse muziek doet het goed onder de jeugd, maar Arabische muziek is ook populair. Arabische bands beheersen vooral het live-circuit. Buitenlandse bands die in Libanon komen hebben doorgaans in Europa al jaren geen hit meer gehad. “Je krijgt dus of alleen top-40 hits te horen, of bands die absoluut 'passé' zijn, zoals Boney M en the Gipsy Kings”, zegt Avo Tutunjian, een saxofonist die gewerkt heeft met artiesten als Ahmad Jammal en Jimmy Guifre.

“Goede blues- of jazzbands, daar moet je voor naar het buitenland. Lokaal heb je er ook wel een paar, maar het is een klein land en je wil niet elke week dezelfde koppen zien. Voor de oorlog speelde Miles Davis in Libanon. We hebben Ella Fitzgerald gehad. Grote namen. Deze oorlog heeft ons culturele leven geknakt, maar het begint weer op te leven.”

Het verschil in cultuur wreekt zich soms. Als de zangeres van Backbeat het publiek aanmaant om toch vooral This weekend I'm gonna make love to my man mee te zingen, lukt het maar met moeite. “Dat doen jullie zeker niet in het weekend. Nou, klap dan maar gewoon mee, doe ik de rest wel.”

Tegen het eind van de middag ontstaat er een nieuwe bandformatie. De drie groepen spelen samen op het podium elkaars nummers. De Amsterdamse zangeres Adriana klimt op het podium bij een Libanese band, waarna er eerst een duet begint, voorts staan er drie, en dan vier zangers te schallen. “Indrukwekkend. Jullie zijn me een relaxed stel”, vindt Haitham.

Een stel Nederlanders, woonachtend in Beiroet, is ook gekomen. “Lekker dansen op straat, dat doet me aan Nederland denken, aan Ko-ninginnedag”, zegt de Rotterdamse Michelle, getrouwd met een Libanees. “Je zou haast heimwee krijgen.”

Terwijl Mollinger staat te swingen tussen het publiek, sluit een vuurwerk het festival af. “Tot volgend jaar, luitjes”, roept Thijs van Leer. Het publiek vindt het best, de bands zijn goed bevallen. “Volgend jaar halen we nog meer bands uit Nederland en dan laten we ze in het hele land spelen, als een soort Hollands tournee”, belooft de organisator nog voor de laatste knal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden