Hollandia-regisseur Johan Simons en die moeilijke gang naar de vloer

'Korbes' wordt gespeeld van 30 januari t/m 17 februari (di t/m za) in het Oliehuis van de Oude Gasfabriek in Haarlem, Oude Weg 85. Reserveren bij Hollandia (tel. 075-6310231) of bij de Toneelschuur (tel. 023-5312439).

Z'n dochter: Je bent gewoon op je stoel gaan zitten! Je weet toch waar de plee is daarginder.

Korbes: Heb je wat te eten?

Z'n dochter: Als je zo in de stront zit, kan je niet eten! Eerst moet die vuiligheid weg en word je gewassen.

Korbes: Achgodachgodachgod. . .

In de betonnen kolos Het Landbouwbelang aan de Maasboulevard in Maastricht zitten de toeschouwers dicht opeengepakt op een steile tribune. De enige spot die de toneelvloer verlicht, was uitgefloept; als het licht weer aangaat, zit acteur Bert Luppes naakt in een omgekeerde tafel. De uitwerpselen kleven van zijn kruin tot zijn voeten. Hoe afstotelijk het toneelbeeld ook is, hier en daar wordt gelachen. Maar dat is vast een lach uit verlegenheid, want het stuk 'Korbes' van de Duitse schrijver Tankred Dorst bevat werkelijk niets grappigs.

Voor de lach van de toeschouwer is Johan Simons, regisseur van deze produktie van Toneelgroep Hollandia, het meest beducht. Want het titelpersonage in het stuk van Dorst ontbreekt het aan elk besef van liefde. Hij vecht zich door het leven heen, brult, schopt, grijpt elke vrouw die hij grijpen kan, en vreet en zuipt beestachtig. Als hij blind wordt en iedereen hem verlaat, is hij een beest dat in zijn eigen vuil ligt om te komen.

'Korbes' is tegelijk ook een soort passiespel. Door de handeling dwalen de vrome ziel, de evangelist, de dochter van Sion, Jezus, zijn apostelen Petrus, Johannes en Jacobus, de ongelovigen en het grote hoofd. Zij worden, waarschuwt Dorst, door de andere personen niet opgemerkt. Zij zijn dan ook niet aanwezig in de handeling, maar in de muziek: de Brockes-Passion en de psalm Nisi Dominus van Georg Friedrich Hündel. Zij vormen een geestelijke wereld die geen enkele verbinding heeft met de werkelijke wereld die definitief door God verlaten is, een apocalytische wereld van het Beest.

“Zijn mijn diepe zielewonden door Uw wonden nu verbonden? Kan ik door Uw pijn en sterven straks het paradijs verwerven, is de verlossing voor ons daar?” zingt de dochter van Sion als Christus zijn lijden volbrengt. Meteen daarop volgt de laatste scène van 'Korbes', en die is heel tweeslachtig. De dochter van Korbes heeft haar man verlaten om voor haar stervende vader te zorgen. Korbes heeft het koud, maar langzaam komt het zonlicht op het erf. Verbeten en zwijgend trekt de dochter zijn stoel steeds dieper de schaduw in, terwijl het erf langzaam maar zeker helemaal in het felle zonlicht komt te liggen. Zij sart hem, die volkomen weerloos is geworden, voor al het sarren en slaan dat ze van hem heeft moeten verduren.

Het is een volstrekt vreugdeloze wereld die Dorst in zijn stuk schept - of niet? Is het enkele feit dat de dochter toch besluit bij haar stervende vader te zijn, die geen greintje meegevoel hoe dan ook in zijn leven heeft kunnen tonen, toch een soort lichtje in het duister? Het is in ieder geval het basis-idee voor Simons' regie. In een gesprek dat ik de avond na de première met hem heb, geeft hij aan dat het ontwikkelen van een regie-concept voor hem vooral betekent: werken aan een eind-idee, aan datgene wat je met de voorstelling wilt zeggen. “Ik vind dat je als theatermaker moet proberen richting te geven. Ik kan niet tevreden zijn met alleen maar vragen stellen; ik vind dat je jezelf ook moet dwingen antwoorden te geven. Ik wil een cynische levenskijk ontmantelen - laten we geloven in de liefde.”

Johan Simons is een jongen van de Zuidhollandse eilanden, opgegroeid in een streng orthodox gezin dat lid was van de Nederlands Hervormde Kerk. 'Bonders' heten die mensen in het jargon van het Hollandse Jeruzalem. Zijn ouders hadden een diep ongelukkig huwelijk maar wat God samenvoegt, zal een Bonder nimmer scheiden, en al zeker in de vorige generatie niet. Aan de verhalen uit de Bijbel heeft hij nooit een hekel gekregen; ook van de zondagsschool en de kerkdiensten, die diep gebukt gingen onder de toorn des Heren, heeft hij nooit afkeer gehad. Zijn regie van 'Korbes' bevat nog een verwijzing naar die jeugd: de ene volgspot waarmee het spel vor het grootste deel wordt belicht, is een herinnering aan het langzaam dovende lampje naast zijn bed als zijn moeder hem voor het slapen verhalen vertelde, de sprookjes en mythen die als geesten van goed en kwaad dor het bange leven dwalen.

Ik ben naar Maastricht gekomen, niet alleen om de voorstelling te zien, maar ook om met hem te praten over zijn werk. Immers, er is een reden dat de Noordhollandse groep Hollandia dit stuk uitbrengt in Zuid-Limburg. Simons is dit seizoen 'headmaster' van een nieuwe, postacademiale regie-opleiding, de Jekerstudio. De bedoeling van deze kersverse masterclass voor jonge regisseurs is hen op praktisch en theoretisch niveau verder te scholen.

Met de theorie is het dit eerste jaar wel goed gegaan. Er werden colleges gegeven over kunstgeschiedenis, filosofie, muziek en beeldende kunst. Maar de praktijk is toch het uitgangspunt van de Jekerstudio: het vak van regisseur moet optimaal ontwikkeld worden in nauwe samenwerking met een vakbekwame ouwe rot. Op dat punt heeft dit eerste jaar nog niet aan de doelstelling beantwoord, en Simons hoopt dat de headmaster van het volgend jaar, Theu Boermans van De Trust, daar zijn voordeel mee zal doen.

Naast de wekenlange besprekingen over het regie-concept met de betrokkenen (onder wie Mark Timmer, Jolien Wanninkhof, Piet Artefeuille, Mechtild Prins) wilde Simons hen elk een scène van de voorstelling laten regisseren. Dat lukte van beide kanten niet, en ook niet van de kant van de acteurs. Simons is een regisseur die 'lang aan tafel leest': het stuk moet wat de stemmen en de emoties betreft er zijn, voordat hij het moment gekomen vindt naar de vloer te gaan - “voor mij altijd het moeilijkste moment”. Ook nu de voorstelling gespeeld wordt, is hij nog onzeker of iedere keer zal lukken wat hij wil: “Korbes is het kwaad. Tot het einde toe mag hij de toeschouwer niet voor zich innemen. Als hij een lach aan je ontlokt, als je hem toch een beetje aardig gaat vinden, mislukt de voorstelling”.

Als ik later op de avond de voorstelling zie, blijkt dat allemaal inderdaad bijzonder moeilijk. Want Luppes is dan wel een afstotende mens op het dieptepunt van de zondeval, maar er is ook niemand aan wie je je kunt vastklampen. Elsie de Brauw, zijn buurvrouw, Jacqueline Blom, zijn dochter, en Debbie Korper en Benjamin Verdonck in vele kleine rollen omringen hem als de honende toeschouwers van een weerzinwekkende Job. Als toeschouwer word je in een onmogelijke driehoek gevangen: een lijdende Christus met de dweperig-zoete teksten van de Brockes Passion, de rechtvaardige Job op de mestvaalt, en de beestachtige Korbes in zijn eigen vuil.

'Korbes' is wellicht het laatste 'boerendrama' dat Hollandia een paar seizoenen lang als rode draad in zijn repertoire had. Na de 'geschiedenis van de boeren' wil Simons nu naar een 'geschiedenis van de arbeid'. In beide gaat het om het mengen van de dagelijkse werkelijkheid en de toneelwerkelijkheid. Een voorbeeld daarvan is trouwens ook de Griekse tragedie 'De Perzen', vorige winter in de autosloperij in Westzaan gespeeld. Het koor van oude raadsheren werd daar gevormd door drie bejaarde mannen uit Roelofarendsveen, die zelf de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt. Een ander voorbeeld haalt Simons uit de voorstelling 'Gust' die jaren geleden werd gespeeld in een Aalsmeerse bloemenkas. “In de scène van de stervende vrouw krijgt ze, vlak voordat ze de laatste adem uitblaast, haar kunstgebit in de mond geduwd. De stadse bezoekers vonden dat schokkend. De mensen uit de streek hadden daar geen enkele moeite mee: dat hoor je te doen. Als de dood intreedt en haar kaken verstijven, krijg je dat gebit er niet meer fatsoenlijk in.”

Voor het eerste project over 'arbeid' is Hollandia in bespreking met de KLM. Op de afdeling aankomst goederen wil hij een tribune bouwen en een voorstelling spelen die zich vermengt met het continue bedrijf van de afhandeling van goederen. Ook op de Hoogovens heeft Hollandia het oog al laten vallen. Een tweede lijn wordt het bouwen van eigen lokaties. Tot nu toe zoekt Hollandia een plek: een fabriek, kerk of weiland, dat de toeschouwer kan verbinden met het stuk. Bij het bouwen van een eigen lokatie moet de buitenkant iets van de voorstelling vertellen. Zo wordt gedacht aan het slaan van heipalen in het desolate gebied boven Amsterdam bij het Noordzee-kanaal, langs de weg naar IJmuiden. Heipalen tot verschillende diepten in de grond geslagen, en die verbinden met klei en leem tot een tempel. En een glazen koepel. Misschien iets voor 'Woyzeck' van Georg Büchner, want de voorstelling uit 1992 wil Simons nog eens overdoen, beter. Beloofd is beloofd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden