HOLLANDERS

Nu Nederland voorzitter is van de Europese Unie, komt in deze serie de vraag aan de orde wat het Nederlanderschap nog bij mensen losmaakt. Vandaag Paul Crutzen (63), een van de grondleggers van het vakgebied 'chemie van de atmosfeer', ontdekker van de problemen met de ozonlaag, de Nobelprijswinnaar waar Nederland, Zweden èn Duitsland trots op zijn.

“Nederland betekent voor mij het land waar ik ben opgegroeid, gevormd. Mijn mentaliteit is heel sterk Nederlands, ook al ben ik dan sinds 1958 weg. Ik merk dat vooral als ik enige tijd in Nederland ben: dan onderhoud ik me toch iets natuurlijker met de mensen. Het zijn kleinigheden, bijvoorbeeld grapjes die je maakt. Je kunt in Nederland bijvoorbeeld zeggen dat je ergens heel goed in bent; in het buitenland zouden ze je een opschepper vinden, in Nederland begrijpen ze de ironie erachter.

Een ander onderdeel van die mentaliteit is, dat we ons er als Nederlanders bewust van zijn dat ons land geen al te grote rol meer speelt, dat het geen wereldmacht meer is. Je kunt je nooit te belangrijk voelen. We zijn wel sterk internationaal geïnteresseerd, maar we hebben niet het gevoel dat we veel kunnen beïnvloeden.

Ik kan niet zeggen dat het een voordeel is geweest dat ik Nederlander ben. Maar ik heb ook weer nooit iets slechts over Nederland gehoord, we hebben een goeie naam in het buitenland.

Ik heb eerst lang in Zweden gewoond, daarna twee jaar in Engeland, toen weer in Zweden, toen in Amerika en nu dus in Duitsland. Al heb ik altijd wel mijn voeten ook in de Amerikaanse wereld gehad. Ik ben hoogleraar geweest in Chicago en nu aan de universiteit van Californië. Vanaf 1 juli trouwens aan de Universiteit Utrecht.

Al die landen hebben wel iets van een tweede thuis. Ik heb heel goede herinneringen aan Zweden. Mijn kinderen zijn daar geboren. Mijn vrouw is Finse, onze familietaal was Zweeds en is dat ook gebleven, als onze kinderen thuiskomen spreken we Zweeds. En Amerika was goed voor me: daar leer je echt om voor je toekomst een beetje te vechten, daar krijg je niet alles op je bord gelegd. Wat Duitsland betreft: je krijgt in hoofdzaak natuurlijk contacten via collega's en via de school van de kinderen en dat is hier iets minder. Maar het werken hier bij de Max-Planckgesellschaft, dat is fantastisch. De organisatie heeft veel vertrouwen in mij en in de andere wetenschappers hier, je hebt een grote vrijheid om te onderzoeken wat je wilt, de administratieve rompslomp wordt je uit handen genomen: ik heb hier niks te klagen.

Sinds ik de Nobelprijs heb gekregen, wordt er van alle kanten aan me getrokken, ik word voor allerlei bijeenkomsten gevraagd. Mijn nationaliteit is daarbij niet zo van belang, al vinden de Duitsers wel dat ik Duitser ben en vinden de Zweden het mooi dat ik daar gestudeerd heb. En de collega's in Amerika hoeven helemaal niet te klagen, die hadden mij al vóór de uitreiking van de Nobelprijs geëerd: toen ik zestig werd, hebben ze een workshop gehouden in Boulder in Colorado. Dat was eigenlijk een veel mooiere belevenis: er waren speciaal jonge onderzoekers uit mijn vakgebied voor uitgenodigd.

Dat ik nu in Utrecht hoogleraar word, is eigenlijk voorafgegaan door een geleidelijke terugkeer, de laatste zeven jaar. Nederlandse studenten kwamen bij mij in Duitsland als promovendus of post-doctoraal onderzoeker en zijn nu actief in Nederland. Professor J. Lelieveld in Utrecht is daar een voorbeeld van. Ik vond dat al mooi, maar nu wordt dat nog wat vaster verankerd.

Ik ben erg benieuwd hoe deze tak van wetenschap zich in Nederland zal ontwikkelen. De werkmoraal is er in ieder geval goed. Je hoort er vanuit Nederland wel eens geluiden dat de mensen meer bezig zijn met hun rechten dan met zich inzetten, maar in mijn ervaring kun je Nederlandse studenten heel goed enthousiasmeren en ze werken oerhard.

De veranderingen in het universitaire onderwijs in Nederland heb ik tot nu toe nog niet gevolgd. Dat was een beetje te veel voor me. Ik hoop dat in de toekomst dat soort dingen in Europa wat meer gelijkgeschakeld wordt. Al moet het niet helemaal hetzelfde worden in alle landen. Dan gaat iedereen op hetzelfde moment dezelfde fout maken en op hetzelfde tijdstip weer verbeteren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden