Hollanders lang zelf harddrugsproducent

Afghaanse boeren blijven, met Nederlandse gedoogsteun, papaver verbouwen. Niet voor het eerst is Nederland betrokken bij de productie van harddrugs. Lang verdiende de schatkist veel aan de opiumhandel.

Sinds de zeventiende de eeuw vervoerde Nederland legaal opium vanuit Turkije en het toenmalige Bengalen naar Nederlands-Indië, waar vooral Chinese maar ook inheemse bewoners het spul rookten. In 1878 brachten handelaren coca-struiken vanuit Zuid-Amerika naar Java, waar steeds groter wordende plantages werden aangelegd. Deze Java-coca zou tot de beste van de wereld gaan behoren en de staatskas flink spekken.

Historicus Marcel de Kort promoveerde in 1994 aan de Erasmusuniversiteit op de geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid. Hij becijferde dat de coca- en opiumhandel de staat tussen 1876 en 1915 meer dan 700 miljoen gulden opleverde.

Steeds meer Indiërs raakten verslaafd in opiumkitten, die in vrijwel elk dorp te vinden waren. In 1923 kende Nederlands-Indië maar liefst 172.703 geregistreerde opiumgebruikers. Nederland had het monopolie, van import tot verkoop in staatsopiumwinkels. Cocaïne werd in Nederland zelf verwerkt in allerlei semi-medische middeltjes.

In 1900 werd de Nederlandse Cocaïnefabriek (NCF) opgericht, die begon aan de Schinkelkade in Amsterdam. „Het was de grootste en beste cocaïnefabriek ter wereld, aldus de eigen trotse reclame”, zei De Kort daarover. Nederland groeide uit tot de grootste cocaïneproducent ter wereld. Tussen 1907 en 1914 groeide de export van Java-coca van 200 naar 1300 ton. „Door de Eerste Wereldoorlog steeg de vraag naar verdovende middelen nog verder.”

Toch was rond de eeuwwisseling wel het besef aan het ontstaan dat harddrugs geen medicijn zijn. De Kort: „Ons land had destijds waarschijnlijk meer druggebruikers dan tegenwoordig”. In 1927 stierven twee baby’s aan een overdosis omdat ze te veel opiumstroop dronken.

De VS voerden destijds al een oorlog tegen drugs. Nederlands grote opium- en cocaïnehandel was hen een doorn in het oog. „Maar Nederland wilde geen internationale regels, die de handel zouden belemmeren”, wist De Kort uit de archieven naar boven te halen.

De winst nam alleen maar toe en in 1914 was Nederland de grootste drugsdealer van Europa geworden. „Daarom heeft de overheid de internationale verdragen jarenlang weten te vertragen.” In de jaren twintig leverde de Cocaïnefabriek in Amsterdam 20 procent van de wereldproductie.

Amerika en de Volkenbond, de voorloper van de VN, ergerden zich groen en geel. In 1940 veroordeelde de Volkenbond Nederland als een van de belangrijkste producerende en exporterende landen.

In 1943 dreigden de VS Indië niet te bevrijden als Nederland daar de opium niet zou verbieden. Pas onder deze zware druk ging de regering overstag en kwam er een eind aan de officiële handel. De NCF bleef nog met licentie cocaïne produceren voor de geneeskunde, en ging in 1975 op in Akzo.

Tegenwoordig is Nederland berucht vanwege de grote xtc-productie en de gedoogstatus van hasj. En dan is er nog de ’vergeten’ handel in harddrugs. Is de cirkel rond als een Nederlandse minister de Afghaanse overheid opdraagt de papaverteelt te beschermen? Voor de kwade Amerikanen vast wel. Misschien is voor Nederland de cirkel pas rond, als heroïne van die Afghaanse papaverteelt straks de Rotterdamse haven binnenvaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden