holland festival

AMSTERDAM - Romeo heeft nou niet bepaald slaapkamerogen, zoals scholieren dat typeren, en je moet er niet aan denken om zo'n stampvoetende driftkikker als Julia tot ver na het pensioen 24 uur per etmaal over de vloer te hebben. In de 'Romeo en Julia' die regisseur en artistiek leider van het Holland Festival Ivo van Hove met zijn eigen gezelschap Het Zuidelijk Toneel in zijn eigen festival presenteert, is Romeo geen Veronees macho-ventje, maar veel eerder een peinzende en weifelende Hamlet, die van de ene gebeurtenis naar de andere zwalkt.

Geweld speelt in Van Hove's enscenering de hoofdrol; seksuele turbulentie de bijrol. Zelfs expliciet geduid vingerwerk verwijst eerder naar een neuroot die op het punt staat een pistooltrekker over te halen, dan naar lustige streling van een mensenlichaam. Van Hove pepert in dat de plaats van handeling en haar inwoners door en door rot zijn: onafgebroken weerklinkt een dreunende hartslag als kanonnenvuur van het slagveld ginds. Onbewolkte luchten kennen de inwoners van Verona niet: hun hemel bestaat uit hermetisch hekwerk, hun kleren zijn net zo collectief zwart als hun stadsmuren.

Voor wie dan nog steeds niet begrijpt dat het niet pluis is in Verona, gaf Van Hove al zijn spelers - de goedmoedige Broeder Lorenzo inbegrepen - een dolk in handen. Ook de vrouwelijke spelers gebruiken hun dolk als wapperende fallus, als groteske tandenstoker, als lolly of als diadeem pront in het haar gestoken. En niet van het onschuldige padvinderswerk, maar dolken van blikkerend blank staal, formaat broodmes. Zelfs in een messenwinkel zag ik nog nooit zoveel geheven messen bijeen. (Allegro ma non troppo.)

Tederheid is zoek in dit Verona. Vooruit, er is een moment van onversneden kalverliefde: als de jonge geliefden, secondenlang stilstaand, met opengesperde ogen en opengezakte mond het publiek in gapen. Maar dat is toch eerder een proeve van wie-kan-de-onderkaak-het-laagst-laten-bungelen dan diep doorleefde hitsigheid en verzengende aantrekkingskracht.

Ramsey Nasr is een consequent dromerige Romeo. Camilla Siegertsz, soms wulpser dan de krolste kat, maakt van haar Julia een beminnelijke puber die als bij blikseminslag in een tollende handgranaat transformeert. Beide eigenschappen heeft ze niet van een vreemde, want haar moeder (Oda Spelbos) is de kunst van snauw, grauw & stampvoet in verrukkelijke zin meester.

Elke moordaanslag weerklinkt oorverdovend, elk slachtoffer stort pas na een secondenlange stuiptrekkingsdans ter aarde. (Hysterisch wapperende polsen verraden nog steeds de oervervelende Bhagwan-kunstjes van Dora van der Groen.)

Ivo van Hove zette geen twee rivaliserende families tegenover elkaar (zoals in het vingerknippend getreiter van Bernsteins 'West Side Story' of in Dirk Tanghe's zwembad-gejen), maar toont wraak en wederwraak als collectief. Er is zelfs maar één rol voor beide maffiose familiehoofden: Steven van Watermeulen is zowel als vader van Julia én die van Romeo een duo-klootzak. Ook de bijfiguren zijn inwisselbaar, en als anonieme massa des te dreigender. Een vondst, die Van Hove doortrekt door de slotwoorden van de vorst collectief eenstemmig als vox populi - zij het wel erg amechtig sacraal - te laten uitspreken.

In de bewerking van de Vlaamse dichter Peter Verhelst (elders in deze kunstbijlage geïnterviewd) weerklinkt poëzie waar Shakespeare goedkeurend om zou knipogen. Op zijn beurt knipoogt Romeo naar Neeltje Maria Min ('Ik had een naam / maar die heb ik afgelegd. Zoals wie ik liefheb, wil ik heten.') en Julia naar Jeanette Winterson ('Als ik aan hem denk, groeien zijn vingers / uit mijn handen. Mijn kippenvel als brailleschrift / voor zijn vingertoppen.')

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden