Holland Festival

AMSTERDAM - Het eerste Holland Festival onder artistieke leiding van Ivo van Hove zit erop. Het is in veel opzichten een gedenkwaardig festival geworden. Het heeft gebroken met tradities en andere in gang gezet. Met toeters, flessen wodka en wijn is het beschaafde vernis wat afgekrabd.

HANNY ALKEMA

Een pizzakoerier als boodschapper van de opening zou onder voorganger Jan van Vlijmen ondenkbaar zijn geweest. En zou deze zelf op de trap zijn gaan zitten, als een onverwacht stoelentekort moest worden opgelost? Geen serieuze moderne muziek en dans. Wel pop en tap. En toneel. Lange lange jaren het stiefkind, is dat tenslotte dè blikvanger geworden, al leek het op papier aanvankelijk niet ècht opwindend.

Driemaal een Tsjechov, waarvan twee geregisseerd door arrivés als Peter Zadek en Christoph Marthaler. Twee keer een Shakespeare, één in de regie van de festivalleider himself en een Italiaanse versie, wat hinderlijke lapmiddelen als simultaanvertaling of boventiteling zou vereisen. Twee producties van The Wooster Group, de al aan de slapen grijzende avantgarde. Een soapstory van een, eveneens New Yorkse, dochtergroep. En een nieuw stuk van Gerardjan Rijnders, die in het reguliere theaterseizoen zijn pen ook al nooit lang uit de inkt hield.

Was dat de programmering waar de toneelliefhebber zich anderhalf jaar op had verheugd sinds de verrassende benoeming, begin 1997, van de dwarse en bevlogen theatermaker Ivo van Hove tot artistiek leider van het Holland Festival?

Veel was het beslist - negen producties, waar op de valreep zelfs nog een tiende aan toegevoegd werd - maar opzienbarend? Twijfel knaagde zachtjes aan de op hoop gestoelde nieuwsgierigheid. Tot de persconferentie in mei. Het enthousiasme waarmee Van Hove de verschillende onderdelen toelichtte was zo aanstekelijk, dat ik alvast de sensatie van een beginnend festivalgevoel proefde. Toch begon bij de eerste voorstellingen het geknaag opnieuw.

Natuurlijk mocht het best bijzonder heten dat The Wooster Group voor het eerst een integrale tekst speelde, maar dat unicum verloor wat van zijn glans doordat 'The Hairy Ape' van O'Neill welhaast verdronk in technische overdaad. Kon je de aanpak van het jonge acteurscollectief 't Barre Land, dat Tsjechovs eersteling 'Langs de grote weg' met veel wodka besproeide, ongedwongen noemen, de meest interessante prestatie in hun korte bestaan was het zeker niet. Het onbetwistbare vakmanschap van het Weense Burgtheater in Tsjechovs 'Der Kirschgarten', met Zadek als regisseur, zorgde daarop voor superieur, maar naar mijn smaak al te voorspelbaar toptoneel.

Bij 'Rotjoch', het nieuwe stuk van Rijnders, kwam de ommekeer. Een vergelijking drong zich op. Ook hier speelde de techniek een hoofdrol maar, anders dan bij The Wooster Group, ging het niet om de trucage. De techniek was de directe tegenspeler van het titelpersonage en maakte diens isolement zicht- en voelbaar. Een technisch experiment van regisseur Guy Cassiers, die in beginsel is geïnspireerd door het vernuft van de Amerikaanse groep, maar die zich daar inhoudelijk een forse stap van heeft verwijderd. Vanaf dat moment rijpte het besef, dat Van Hove een heel bijzonder festival had samengesteld. Niet ging het hem om die ene (of twee) spraakmakende productie, waar nog jaren over zou worden nagepraat. Het ging hem erom de vitaliteit van theater te tonen.

Met zijn keuze legde hij dwarsverbindingen die een verfrissend inzicht gaven in universele waarden en hedendaagse vertalingen. Mochten wij al van mening en smaak verschillen over de afzonderlijke voorstellingen, kwaliteit en artistieke belang van de producties stonden terecht en onmiskenbaar voorop. Het risico schuwde Van Hove daarbij niet. Los van het stijlvolle acteurstheater in Zadeks 'Der Kirschgarten' en de verfijnde muzikaliteit van Marthalers 'Drei Schwestern' zou het optreden van 't Barre Land op zo'n prestigieus festival hebben misstaan. In samenhang gaf hun schijnbaar nonchalante versie een verdieping aan de betekenis van het wereldrepertoire, in casu Tsjechov, voor gerenommeerde èn nog ongevormde theatermakers. Zulke koppelingen in Van Hoves toneelprogrammering blijken een verrijking en deden me met terugwerkende kracht sommige voorstellingen zelfs anders bekijken.

Een vooraanstaande plek op het Holland Festival voor het destijds al vaker in Mickerytheater gepresenteerde werk van Liz LeCompte, artistiek leidster van The Wooster Group? In samenhang met 'Rotjoch' werd juist iets van de kruisbestuiving met Rijnders en Cassiers aan de oppervlakte gebracht. En mocht het vernieuwende elan voor mij wat achterhaald lijken, uit de mond van een jeugdige generatie theaterliefhebbers, niet met Mickery opgevoede twintigers, hoorde ik tal van keren de uitspraak: “Zoiets heb ik nog nooit gezien.” Zonder een knieval te doen, maar door zijn eigen fascinatie en artistieke intuïtie te volgen heeft Van Hove kennelijk de belangstelling van een tot dusver niet meer naar een Holland Festival te branden jong publiek weten te wekken. Dat geldt ook voor zijn pikzwarte, naar het eigentijdse groepsgeweld verwijzende 'Romeo en Julia'-enscenering. Al had ik liever gezien dat hij voor een radicale bewerking (of het origineel) had gekozen in plaats van de bloemige, ik-kan-het-mooier-zeggen-dan-Shakespeare-hertaling van dichter Verhelst.

Legden verschillende producties, zoals 'Romeo en Julia', 'Rotjoch' en 'The Hairy Ape', verband met het dagelijkse geweld (een persoonlijke fascinatie van Van Hove), in de Italiaanse 'Giulio Cesare' was het geweld weliswaar in tekstflarden aanwezig, maar werd vooral op een volstrekt afwijkende wijze de vinger gelegd op een ander actueel thema. Met patiënten op het toneel zonder dat hun ziekte aan de orde kwam, was die aanwezigheid een intrigerende invulling, of wellicht afwijzing van het begrip slachtofferkunst.

Ook in 'Shoppen und Ficken', een op de valreep geprogrammeerde Duitse versie van Ravenhill's stuk, was het geweld prominent aanwezig. En passant had daarmee het recente fenomeen van de zogenoemde Britse wave een plekje gekregen, al had Van Hove de voorstelling hier niet gehaald om het belang van de tekst, maar vanwege de naar zijn mening 'onduitse' regie.

Met zijn eerste aflevering heeft Ivo van Hove het Holland Festival een nieuwe kleur gegeven. Hij heeft het geactualiseerd, maar de traditionele normen niet veronachtzaamd. Een dwarsdoorsnede van klassiek en modern, van gevestigde namen en jong talent, van universele thema's en actuele verschijnselen.

Dat de belangrijkste theaterontwikkelingen allang niet meer uitsluitend ginder plaatsvinden, is een binnen de context opgenomen gegeven. De eigenheimers onder de theatermakers hier krijgen van Van Hove nadrukkelijk kansen. Daarmee doet hij ook het eerste gedeelte van de naam Holland Festival eer aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden