Holland Acht sluit gouden eeuw in roeien af

LAKE LANIER - Leve de koning, de koning is dood. Met deze variant op een welbekend spreekwoord, kan het succes van een groots sportproject worden omschreven. De Holland Acht won het koningsnummer in het roeien. Achterna gezeten door wanhopige officials in motorbootjes doken ze het water van Lake Lanier in.

Op het erepodium stonden ze glunderen. Maar terwijl ze de gouden medaille om hun nek kregen gehangen, wisten Henk Jan Zwolle, Diederik Simon, Michiel Bartman, Koos Maasdijk, Niels van der Zwan, Niels van Steenis, Ronald Florijn, Nico Rienks en stuurman Jeroen Duyster, dat een soort gouden eeuw in de vaderlandse roeigeschiedenis werd afgesloten. Alles was gefixeerd op Atlanta, daarna gaapt de grote leegte van niet meer dan een tastbare herinnering. De boot wordt verkocht, de coach (Rene Mijnders) stopt en vier roeiers houden het eveneens voor gezien. Initiator Rienks, Florijn (beiden wonnen in 1988 veel verrassender dan nu in Seoul goud, maar dan in de dubbel twee), Van der Zwan en Zwolle hebben in ieder geval hun laatste Olympische Spelen erop zitten.

“Het verschil met het goud van 1988,” vertelt Rienks, “is dat niemand er toen op had gerekend. Nu hebben we de bevestiging gekregen van het feit dat we het hele seizoen de sterkste waren.” Bijna hautain domineerde de Holland Acht de 2000 meter lange finale. Alles verliep volgens scenario: relatief rustig beginnen, halverwege praktisch op kop liggen en in de laatste kilometer fors doortrekken. “Na 500 meter wist ik al zeker dat de buit binnen was,” vertelde coach Mijnders. “Voor de duizend meter waren we al aan het inlopen,” stelde Rienks glunderend vast. Er was niet eens een eindsprint nodig om de Duitsers voor te blijven. De Holland Acht had, als de nood aan de man was gekomen, nog drie tempo's hoger kunnen roeien. Het was een gelikte race, steriel bijna door de overmacht. De heren hadden gisterochtend wel de spanning in de maag gevoeld, Niels van Steenis had geheel volgens traditie de avond ervoor het bad volgespuwd, maar eigenlijk vonden ze het geen probleem om zichzelf een loodzware druk op te leggen. “Dat is het mooiste dat er is,” vindt Mijnders. “Dat betekent dat de anderen tegen je op kijken.”

'Projectmatig'

Het verhaal van de Holland Acht begint eigenlijk in 1990, op de Goodwill Games in Seattle. Omdat de organisatie het voorschrijft, glijden acht Nederlandse roeiers in één boot door het water. Het gaat, ofschoon ongetraind, redelijk goed. De ploeg wordt vierde. Bij Rienks groeit al snel het besef dat er met een 'projectmatige' benadering veel meer te halen is. Het plan blijft desondanks tot na de Olympische Spelen van 1992 in de la liggen. Omdat in Barcelona ondermaats wordt gepresteerd (alleen de dubbel twee Rienks-Zwolle haalt brons - red), wordt het oude idee nieuw leven in geblazen. Het keerpunt is de overwinning in de Rotsee-regatta in Luzern (1993). In de maanden erna gaat het weliswaar met horten en stoten - het WK werd teleurstellend als vijfde beëindigd - maar allengs groeit het team in een aan het volleybal verwant Bankras-model; een vriendengriep die slechts één doel voor ogen krijgt: goud in Atlanta. Sneller dan de volleyballers slaagden de mannen van Mijnders in hun opzet. Met een groep waarvan in vergelijking met 1990 alleen Rienks, Florijn en Van der Zwan nog over zijn.

Rienks weet nog met hoeveel scepsis het hele project indertijd werd gevolgd. Dat de roeibond er geen geld in wilde steken en dat er zeker geen coach kon worden aangesteld. “Het is een beetje mijn karakter om dan tegen de stroom te gaan inroeien. Er wordt altijd gezegd dat Nederland een land vol individualisten is. Ook roeiers denken dat. Toen we in 1993 na een jaar echt goed roeien in Luzern wonnen, kwam er een omslagpunt. We kregen een bondscoach (Mijnders - red) die één keer per week met ons mocht opfietsen. En we slaagden er in de mensen bij elkaar te houden.”

Er hebben zich in de loop der jaren uiteraard wel wat personele wisselingen voorgedaan. Zwolle stopte en kwam weer terug, een enkeling kampte met motivatieproblemen en Mijnders bedankte Kai Compagner en Jaap Krijtenburg voor de eer, omdat hij meer kracht nodig had in de boot. Op de eerste 500 meter werd zijns inziens te veel terrein prijs gegeven. Om die reden traden Simon en Maasdijk toe tot de elite-acht. Dit jaar bleek de groep onverslaanbaar. Daardoor nam ook de publicitaire aandacht met sprongen toe. Rienks: “Dat is onze mazzel geweest. Voor iedereen geldt, dat wanneer hij sterk genoeg zou zijn om in de skif te roeien, hij geen ambities koestert voor de Holland Acht. De acht wordt het koningsnummer in het roeien genoemd, maar voor mij als roeier is dat toch de dubbel twee. Door al die successen en de aandacht is het project nooit op losse schroeven komen te staan.”

Goede groep

Leven en laten leven was intern zo'n beetje de overlevingsstrategie. “We moeten met zijn allen plezier hebben,” zegt Rienks. “Dat klinkt misschien oubollig, maar dit is echt een goede groep. De één loopt de hele dag in een mall (groot winkelcentrum - red) allerlei rotzooi te kopen, de ander ligt het liefst op bed. Beide moet kunnen. In wezen is ieder voor zichzelf verantwoordelijk. Bij ons werkt dat prima.” Maar het verhaal is uit. Het boek kan dicht. Het plot in de laatste hoofdstuk is niet verrassend, maar wel mooi. Nico Rienks: “Ik denk niet dat de acht blijft bestaan. Er is geen boot. Althans, de boot is van mij; hij wordt verkocht en zal toch zeker 40 000 gulden opleveren. Verder is er geen coach meer en stopt de helft.”

De Holland Acht was het onbetwiste paradepaardje in het finale-weekeinde van het roeien. In totaal veroverde de Nederlandse equipe drie medailles, van elke kleur één. De dubbel twee Irene Eijs en Eeke van Nes, die zich naar hun zeggen de “pleuris” hadden getraind voor Atlanta, miste zaterdag op nog geen vier-tiende seconde het zilver. Gisteren gingen hun mannelijke collega's Pepijn Aardewijn en Maarten van der Linden wel met die kleur aan de haal. De tweede plaats kwam onverwacht voor de routinier Aardewijn, die met zijn voormalige huisgenoot Van der Linden wel een vriend in de boot haalde die hij al zes jaar kende, maar daarmee geen garantie op succes. Power was er genoeg, mentaal schortte er een en ander aan het duo. Trainer Jan Klerks bracht hen in contact met sportpsycholoog Jan Huibers, die hen wat 'handvesten' meegaf. “Zoals,” zegt Van der Linden, “niet denken aan een medaille als je zelf aan het varen bent.” Klerks: “Zilver was geen verrassing als je in ogenschouw neemt wie er in de finale zaten (Zwitserland was daarin te sterk - red). Vorig jaar werden ze zevende op het WK, maar wonnen wel de kleine finale met de tweede tijd van het toernooi. Dat sterkte mij in het idee dat hun progressie goed is, maar dat ze mentaal stabieler moesten worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden