Hogere rechter staat lokaal blowverbod toe

(TROUW)

Als er problemen zijn met de openbare orde mag een gemeente op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) blowen op straat verbieden.

Het gerechtshof in Den Haag bepaalde dit gisteren in een proefproces van het Openbaar Ministerie in Rotterdam tegen achttien overtreders van het blowverbod. 'Door het roken van een joint op de openbare weg ontstaan gevoelens van onveiligheid en onbehagen bij het publiek en wordt overlast ervaren, hetgeen moet worden tegengegaan', oordeelt het hof.

Een jaar geleden bepaalde de kantonrechter dat de politie in Rotterdam de APV juist niet mag gebruiken om mensen te verbieden een joint op straat op te steken. De verdachten werden hierom ontslagen van rechtsvervolging. De rechter wees er destijds op dat bezit van softdrugs, en dus ook het gebruik ervan, in de Opiumwet al uitputtend strafbaar is gesteld. Een verbod, via de APV, op een al bestaand verbod was domweg niet mogelijk.

Het gerechtshof zegt nu dat de Opiumwet het belang van de volksgezondheid beschermt, terwijl de tekst in de APV betrekking heeft op de openbare orde. Dit betekent dat zestien verdachten alsnog strafbaar zijn en een (voorwaardelijke) boete van 105 euro moeten betalen. Twee verdachten zijn wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. De kans bestaat dat enkele gestraften in cassatie gaan bij de Hoge Raad.

Behalve Rotterdam voerde ook Amsterdam al een proefproces over het blowverbod via de APV. Dat verbod in de hoofdstad geldt onder meer voor speelplaatsen en, sinds september, ook voor schoolpleinen. In Rotterdam gaat het om gebieden met een veiligheidsrisico, zoals markten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden