Hogere eis aan school verkleint kans leerlingen

Leerlingen in het voortgezet onderwijs halen vaker een diploma op de hogere niveaus. Maar minister Van Bijsterveldt en de inspectie werpen nu nieuwe drempels op. "Dat gaat ten koste van kansen van leerlingen."

'Kansen bieden, dáár gaat het om in het onderwijs." Aan het eind van een gesprek van bijna een uur vat Sjoerd Slagter het nog eens samen. Het voortgezet onderwijs doet het goed: steeds meer leerlingen halen een diploma op de hogere niveaus. Maar dat streven naar het hoogst haalbare voor elke scholier staat onder druk. Dat komt door het beleid van minister Van Bijsterveldt en door de werkwijze van de onderwijsinspectie. "Leerlingen worden teruggeduwd."

Slagter, voorzitter van de VO-raad (de verenigde schoolbesturen), heeft zich opgewonden over de boodschap die de onderwijsinspectie twee weken geleden bracht in haar jaarverslag. Over de hele linie dalen de examencijfers, stelde de inspectie vast, vooral in de vakken die er het meest toe doen: wiskunde, Nederlands en Engels. En in het vwo stijgt het aantal zwakke scholen. "Het voortgezet onderwijs zit in zwaar weer", concludeerde inspecteur-generaal Annette Roeters.

De cijfers kloppen, de conclusie niet, vindt Slagter. Binnen het voortgezet onderwijs gaan leerlingen vaker naar havo en vwo en minder vaak naar de laagste niveaus in het vmbo. Leerlingen die vroeger naar het vmbo zouden gaan, krijgen nu een kans op de havo en wie vroeger op de havo bleef steken, belandt nu vaker op het vwo. "Daardoor dalen de examencijfers inderdaad licht, dat is logisch. Maar we slagen er steeds beter in talenten te benutten. Dat is een topprestatie."

Als de examencijfers op peil waren gebleven, zou er pas echt iets aan de hand zijn, vervolgt Slagter. "Uit het feit dat die cijfers dalen, maak ik op dat scholen niet sjoemelen met het niveau."

Slagter zou zich er niet zo druk om maken als het alleen om het imago van het voortgezet onderwijs ging. Maar er staat meer op spel. De werkwijze van de inspectie dwingt scholen terughoudend te zijn met het bieden van kansen. Wie te veel leerlingen toelaat op bijvoorbeeld het vwo, ook als ze een beetje tussen havo en vwo in hangen, loopt risico's. Zulke leerlingen halen misschien wel hun vwo-diploma, maar ze blijven vaker eerst een keer zitten of halen lagere examencijfers. En daarmee haalt een school zich kritiek van de inspectie op de hals.

"Het hele inspectiesysteem is erop gericht dat scholen leerlingen in het goede hokje stoppen, van vmbo-basis tot vwo", zegt Slagter. "Het systeem is heilig, en dat gaat ten koste van de kansen van leerlingen."

Het Citycollege Sint Franciscus in Rotterdam, een havo-vwo-school met vooral allochtone leerlingen, weet daar alles van. Dit was zo'n school die leerlingen kansen bood. Iedereen van wie de school maar enigszins vermoedde dat 'ie een havo- of vwo-diploma kon halen, werd toegelaten. "Een doelbewuste keuze", vertelt rector Willem Vonk. "We zagen het als onze missie iets voor deze leerlingen te betekenen, ook op het gebied van integratie."

Dat liep niet altijd goed af. Op de vwo-afdeling slaagde een paar jaar geleden slechts 50 procent van de leerlingen, en dat vond ook de school zelf te gortig. Maar ook voor de afvallers zette de school zich in, vertelt Vonk. Voor hen werd een plek gezocht op de mavo of het mbo. "Dat ging uitstekend."

De inspectie dacht daar anders over; die oordeelde dat de vwo-afdeling van het Citycollege 'zeer zwak' was en droeg de school op om het niveau snel op te krikken. En dus heeft de school het roer omgegooid. Ze houdt zich nu bij het toelaten van nieuwe brugklassers strikt aan de minimale citoscores die ook elders worden aangehouden. Na de zomer telt de school daardoor maar veertig brugklassers, tegen honderd in voorgaande jaren.

Het Citycollege moet nu snel op zoek naar een nieuwe doelgroep, want op veertig leerlingen per jaar kan een school niet draaien. Maar zeker zo teleurstellend is de nieuwe koers voor kinderen die vroeger nog een kans zouden hebben gekregen, en nu geweigerd worden. "We krijgen nu van kinderen te horen: ja, maar m'n broertje mocht vorig jaar wel bij jullie beginnen", vertelt Vonk. "Het is wrang dat we kinderen die een kans verdienen niet langer kunnen toelaten."

De aanpak van het Citycollege is niet boven kritiek verheven, geeft Vonk toe. "Maar nu gooien we het kind met het badwater weg, gedwongen door de inspectie. Die stelt kwaliteit gelijk aan rendement, aan slagingspercentages en examencijfers. Wat ons is overkomen, kan daarom elke school gebeuren die kinderen ruim kansen biedt. Wij zijn een superexponent van wat de inspectie teweegbrengt."

Sjoerd Slagter deelt die vrees, en die wordt óók ingegeven door het beleid van minister Van Bijsterveldt. Zij heeft onder meer de exameneisen verscherpt, met als gevolg dat waarschijnlijk meer scholieren zullen zakken voor hun eindexamen. Veel scholen sturen leerlingen daarom al vaker bijvoorbeeld naar de havo die ze vroeger een kans in het vwo hadden gegeven.

"De lat moet omhoog, vindt Van Bijsterveldt", zegt Slagter. "Er is niets mis met dat streven. Maar dan moet je ook de aanloop langer maken. Anders komen veel leerlingen niet meer over die lat heen. Dan komen diploma's op hogere niveaus buiten het bereik van leerlingen die ze tot nu toe wel konden halen."

Hoe die aanloop langer gemaakt kan worden? Volgens Slagter moet vooral de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs flexibeler. Nu moeten kinderen al op hun twaalfde een schoolniveau kiezen, en die keus is vaak onomkeerbaar. Dat moet anders. "Geef leerlingen twee jaar tijd om de overgang naar het voortgezet onderwijs te maken. Waarom moet de Citotoets op één vast tijdstip? Sommige kinderen zijn er aan het begin van groep 8 al aan toe. Laat die alvast die toets doen. En zet ze daarna in een tussenklasje, waarin ze bijvoorbeeld alvast twee dagen per week naar het gymnasium gaan. Anderen hebben misschien een jaar extra ondersteuning bij taal nodig. Jaag niet elke leerling tegelijk onder hetzelfde juk door."

Scholen moeten beter maatwerk bieden, vervolgt Slagter. "Nog te vaak worden de lessen afgestemd op de gemiddelde leerling. Daarmee doe je de begaafden én de mindere leerlingen tekort. Een derde van de klas zit uit het raam te kijken omdat ze de les te makkelijk vindt. Een derde kijkt naar buiten omdat het te moeilijk is. En de rest gaat dan ook maar uit het raam kijken - want iederéén doet het."

Net vorige week waarschuwde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling voor een nieuwe scheidslijn in de samenleving, die tussen hoger en lager opgeleiden. "Niet langer afkomst, maar opleiding bepaalt je kansen", zegt Slagter. "Ouders weten dat, die willen dat hun kind een goed diploma haalt. De opdracht van het onderwijs is kinderen die kans te bieden, niet om ze terug te duwen in een hokje."

Vwo en havo groeien
Hoe hoger de schoolsoort, hoe sterker de groei. Het leerlingen-aantal in het vwo is sinds 2004 met 14 procent gegroeid, het aantal havisten met 9 procent. Ook het aantal leerlingen in de gemengde of theoretische leerweg van het vmbo is nog gestegen. Het 'laagste' vmbo-niveau is daarentegen met een derde gekrompen.

Deze trend is slechts deels te verklaren door de prestaties op basisscholen. Die adviseren hun leerlingen iets vaker om naar havo of vwo te gaan en iets minder vaak om te kiezen voor vmbo-kader of -basis. Maar dat gaat om verschuivingen van slechts 1 à 2 procent in de afgelopen vijf jaar.

Het voortgezet onderwijs slaagt er dus in ook leerlingen met iets minder aanleg aan een hoger diploma te helpen. Dat gaat ten koste van de gemiddeld examencijfers; die zijn in vijf jaar gedaald van 6,4 naar 6,3.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden