Hogere Citoscore betekent niet per se slimmere kinderen

Staatssecretaris Dekker wil betere cijfers, maar is dat realistisch?

De gemiddelde score voor de Cito-eindtoets moet in 2015 met twee punten omhoog en examenleerlingen moeten betere cijfers halen voor hun eindexamen. Over dit kabinetsstreven sprak de Tweede Kamer gisteren tijdens het debat over de onderwijsbegroting. Zijn deze onderwijsambities van het kabinet realistisch en leiden ze tot beter onderwijs? Vier vragen.

Wat wil het kabinet?

De afgelopen tien jaar scoorden leerlingen in het basisonderwijs gemiddeld iets meer dan 535 punten voor de Citotoets, dat staat gelijk aan een advies voor de vmbo-theoretische leerweg. Staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs wil graag in 2015 een score van 537 zien, een havo-score. Bovendien moet één op de vijf leerlingen vwo-niveau halen, nu is dat minder. Ook de eindexamencijfers voor Nederlands, Engels en wiskunde moeten omhoog, ten opzichte van 2010 met 0,2 punt.

Streven naar hogere toetsscores: is dat een goed idee?

Het Cito, dat verantwoordelijk is voor de eindtoets basisonderwijs, vindt van niet. Net als de PO-raad, de vereniging van basisscholen. De eindtoets is bedoeld om leerkrachten en leerlingen een extra advies te geven in de keuze voor het juiste vervolgonderwijs, niet om scores te vergelijken, vinden ze. Bovendien, als leerlingen meer gaan oefenen en daardoor hoger zouden gaan scoren, zou dat er ook toe leiden dat meer leerlingen naar een hoger schoolniveau gaan. "De vraag is of het wenselijk is dat we straks nog minder vmbo'ers hebben", zegt een Cito-woordvoerster.

Wil een hogere Cito-score ook daadwerkelijk zeggen dat leerlingen slimmer zijn geworden?

Dat is zeer de vraag, zegt onderwijsonderzoeker Paul Jungbluth van de Universiteit Maastricht. "Je moet je afvragen hoe zo'n streven door scholen wordt opgepakt: leert zo'n leerling ook meer, of heeft hij beter leren scoren op de toets?" Volgens Jungbluth is 'teaching to the test' een reëel gevaar van dergelijke streefcijfers. "Je kunt de Citoscores op allerlei rare manieren ophogen. Je kunt de topscoorders extra laten oefenen, of je laat zwakke leerlingen niet meedoen."

Maar hoogleraar onderwijskunde Roel Bosker van de Rijksuniversiteit Groningen betwijfelt of een stijging met twee punten überhaupt te realiseren valt. "Zo'n verbetering bereiken, dat is geen kattepis. Wij hebben wel eens met gerichte experimenten geprobeerd om een schoolklas beter te laten scoren: dan kom je uit op een stijging van het gemiddelde met 0,3 punten. Twee punten is echt heel veel, dan moet het onderwijs zich opeens wel heel erg verbeteren."

Maar deze week bleek dat de eindexamencijfers van havo en vwo omhoog zijn gegaan, ondanks de strengere slaag- en zakregeling. Hogere eisen stellen werkt dus wel?

"Ja, eisen stellen aan leerlingen helpt, en dat is goed nieuws", zegt Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, vereniging van scholen voor voortgezet onderwijs. De extra aandacht om meer te presteren heeft volgens hem geleid tot een stevige verhoging van de examencijfers.

"Maar wij zien ook dat er de afgelopen twee jaar meer zittenblijvers zijn en dat leerlingen vaker naar een lager niveau overstappen. Het is dus de vraag of deze cijfers niet vertekend worden doordat alleen de wat betere leerlingen examen hebben gedaan." Bovendien is er op heel veel scholen examentraining gegeven, signaleert hij. "Dat neigt wel naar het fenomeen van teaching to the test."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden