Opinie

Hoger onderwijs kijkt te veel naar Engelse wereld

Jongeren- en studentenorganisaties voerden afgelopen juni bij de Tweede Kamer actie tegen de ongelijkheid in kansen die is ontstaan door het leenstelsel. Beeld ANP

Overheden investeren minder in hoger onderwijs. Een spekgladde helling van privatisering en tweedeling doemt op, waarschuwt Bert van der Zwaan, rector magnificus Universiteit Utrecht.

Er is in Amerika veel te doen over het hoger onderwijs: kranten wijden lange stukken aan de stijgende kosten, de stijgende studieschulden, en vooral de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Het brengt de New York Times zelfs tot de verzuchting dat in Amerika maatschappelijke afkomst het wint van talent: de combinatie van arm en talentvol is kansloos.

Hoewel de programma's van de politieke partijen anders doen vermoeden, is er in delen van West-Europa, ook Nederland, net als in Amerika, een diepliggende trend te bespeuren naar afnemende bereidheid van de overheid om te investeren in hoger onderwijs. Grotendeels wordt dit ingegeven door budgettaire factoren, vooral de steeds duurder wordende gezondheidszorg van een vergrijzende bevolking.

Maar er is ook een groeiende groep politici die op principiële gronden een terugtrekking van de staat wenselijk vindt. Wat de achtergrond ook is, het is een feit dat de overheid in vrijwel al deze landen - financieel - terugtreedt, in Nederland over de afgelopen tien jaar met een tot twee procent per jaar.

De dalende overheidsfinanciering heeft in de Angelsaksische landen geleid tot massieve verhoging van de collegegelden. Alleen op die manier konden instellingen het hoofd boven water houden. Er ontstond ook meer ruimte voor private initiatieven. De private universiteiten floreerden, omdat zij 'the best and brightest' mochten selecteren, maar vaak ook 'the richest'.

Want om topkwaliteit te kunnen bieden zijn hoge collegegelden nodig, en om hoge collegegelden te kunnen vragen is kwaliteit vereist. En zo is een niet te stuiten vliegwiel ontstaan van stijgende collegegelden, voortgaande privatisering en selectie.

Crisis bij universiteiten

In de VS wordt ronduit gesproken van 'the crisis of the university'. Het teruglopen van het staatsaandeel in financiering beneden een bepaalde drempel heeft geleid tot vermindering van de toegankelijkheid, uitmondend in een scherp verdeeld landschap van een klein aantal private topuniversiteiten en een breed stelsel van gemiddeld matige publieke universiteiten.

In Nederland hebben we veel debat gehad over de herziening van de relatief ruime studiefinanciering. Hierin opereren de studentenvakbonden vanuit het beginsel dat studenten geld wordt ontnomen dat hen rechtens toekomt. De overheid, aan de andere kant, wijst op de budgettaire krapte die noopt tot herziening van de op termijn onhoudbaar hoge financiering.

De universiteiten hopen dat het geld dat onttrokken werd aan de studiefinanciering weer voor hen beschikbaar komt. Alle partijen onderkennen echter te weinig dat met de veranderde financiering het principiële vraagstuk van privatisering van het onderwijs steeds meer in zicht komt.

Daarmee staan we voor een gigantisch dilemma. Enerzijds is er simpelweg steeds minder geld voor hoger onderwijs. Anderzijds betekent daling van de financiering automatisch dat we de spekgladde helling betreden van toenemende privatisering en dus selectie.

Wantrouwen

Een simpel antwoord volstaat hier niet. De oplossing vergt voortdurend debat tussen de overheid, universiteiten en hogescholen. Dat brede debat wordt te weinig gevoerd, ook omdat in de politiek of aan de bestuurstafel wederzijds wantrouwen te vaak overheerst.

Het zou daar moeten gaan over de manier waarop op lange termijn een kwalitatief sterk stelsel ontstaat. Een stelsel dat mee blijft doen met de wereldtop, waarin studenten optimaal naar een plek geleid worden die past bij hun talent, en sociale tweedeling voorkomen wordt. Om daaraan te voldoen is sterke differentiatie van het stelsel onontkoombaar, maar waarschijnlijk ook juist heel goed.

Het is namelijk maar de vraag of alle studenten in Nederland wel op de plek zitten waar ze qua talent horen. Nu verkiezen velen de universiteit boven het hbo op grond van status en vooruitzichten op arbeidsmarkt, meer dan dat ze een echt academische opleiding willen hebben.

De oplossing is meer differentiatie aan te brengen. Dit door het imago en de kwaliteit van het hbo, en daarmee van de sector waar studenten goedkoper worden opgeleid, sterk te verbeteren door er meer geld in te steken. Beperk tegelijkertijd de toegang tot de universiteit tot de studenten die een werkelijk academische interesse hebben. Netto kan dan meer met minder geld, want de universitaire sector wordt kleiner en beter, de hbo- sector gedifferentieerder en beter. Maar bovenal: de maatregel versterkt het hele hoger onderwijs omdat er meer voor de studenten te kiezen is.

Wereldspelers

In dit land wordt graag met rankings geschermd en met woorden als excellent. Maar niet alle universiteiten kunnen wereldspelers zijn: daar is het geld simpelweg niet voor. Maar het is ook niet gewenst: differentieer, want een beperkt aantal topinstellingen is voldoende voor een land om de uiterst noodzakelijke connectie met de wereldtop te waarborgen. Daar hoort dan ook topfinanciering bij en selectie van de allerbesten op hun terrein.

Dan moet wel ook elders in het stelsel brede toegang geborgd zijn, studenten moeten op de plek kunnen komen waar ze qua talent en ambities passen; dat laatste vereist verscheidenheid van instellingen maar ook beloning van voortreffelijk onderwijs.

We kunnen veel van de Angelsaksische landen leren, maar ook dat we hen op de weg van de torenhoge collegegelden en sociale tweedeling niet moeten volgen.

Bert van der Zwaan is rector magnificus van de Universiteit Utrecht

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden