Hoger minimumloon in kledingfabrieken helpt armen in Cambodja niet

Cambodjaanse arbeiders op weg naar hun werk in de kledingfabriek.Beeld Getty Images

Lonen in de textielindustrie van Cambodja stijgen hard, maar de inflatie stijgt nog harder. De textielarbeider schiet weinig op met de loonsverhogingen. De armoede blijft.

De kamer van Phon Chane is sober ingericht. Een kast, een tafeltje, en een matras. In de hoek staat een eenvoudig gasstel met wat kookgerei. Aan de muur hangen foto's en posters. Een tafel, bed en stoel ontbreken. Geld daarvoor heeft ze niet. "Sinds begin dit jaar verdien ik een hoger salaris", vertelt Phon, "maar omdat alles duurder is geworden maakt dat voor mij geen verschil."

Net als in Bangladesh ligt de textielindustrie in Cambodja onder vuur. Er is gedwongen overwerk, de arbeidsomstandigheden zijn slecht en onderzoek toont aan dat de salarissen van de grofweg 700.000 arbeiders structureel te laag liggen. Begin dit jaar steeg het minimumsalaris van (omgerekend) 130 euro per maand naar 142 euro.

Die 9 procent extra maakt voor de arbeiders echter nauwelijks een verschil. Voor veel arbeiders stijgen de kosten van het levensonderhoud net zo hard als de salarissen. Huren en elektriciteitsprijzen gaan omhoog, voedsel en transport worden duurder.

Met ingang van januari zijn arbeiders bovendien verplicht een zorgverzekering te hebben. "Die verzekering kost mij 3,5 dollar per maand", vertelt Phon in haar kleine kamer, "en toen ik dit weekend naar de markt ging moest ik plotseling 1000 riel (23 cent) voor groente betalen die een week eerder nog 500 riel kostte."

Stijgende huren

De klacht van Phon is niet nieuw. De afgelopen vier jaar steeg het minimumsalaris van 75 euro naar 145 euro. Maar met iedere stijging verhoogden huisbazen de huren en gingen de prijzen van voedsel en transport omhoog. Het minimum ligt ver beneden de 270 euro per maand die de Asia Floor Wage Alliance, een samenwerkingsverband van vakbonden en arbeidsactivisten, vaststelde als leefbaar loon voor Cambodja. In het Zuidoost-Aziatische land geldt de kledingindustrie als de grootste informele werkgever.

Phon Chane.Beeld RV

Pang Sineng werkt al tien jaar in de fabriek. Ook zij kreeg in januari salarisverhoging, maar steeg haar huur met bijna 3 euro per maand. Met het hogere salaris neemt bovendien de werkdruk toe, zegt ze. "In mijn sectie werkten we eerst met vijf mensen. Nu moeten we dezelfde hoeveelheid werk met zijn drieën doen. Lukt dat niet, dan krijg ik problemen met mijn manager".

Ramp

De ongeveer zeshonderd fabrieken in Cambodja produceren kleding en schoenen voor onder meer C&A, H&M en Adidas. Na de ramp in Bangladesh vier jaar geleden, waarbij een fabrieksgebouw instortte en meer dan 1100 arbeiders om het leven kwamen, beloofden de kledingmerken verbeteringen in de textielindustrie. In Cambodja merken de arbeiders daar vooralsnog weinig van. Zij blijven steken in armoede.

C&A, een van Cambodja's grootste inkopers, erkent dat er nog veel moet gebeuren om de lonen te verbeteren. Het kledingmerk gelooft dat collectieve onderhandelingen de zaken zullen verbeteren, zegt woordvoerder Thorsten Rolfes. "Wij zijn ervan overtuigd dat een leefbaar loon haalbaar moet zijn voor iedereen in de industrie."

Niet bij merken

Adidas zegt in een reactie dat de vaststelling van een minimumloon niet bij de merken ligt, maar bij een Cambodjaans arbeidscomité. "Als er een nieuw minimum wordt vastgelegd, eisen wij van onze leveranciers dat ze daaraan voldoen. Wij zullen de leverancier daarin tegemoetkomen", aldus woordvoerder Andre Mendes.

H&M wilde niet reageren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden