Hoge werkloosheid splijt Duitse bonden

BERLIJN - Elke maand haalt het Duitse Instituut voor werkgelegenheid dezelfde zin uit de kast: de werkloosheid is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, sinds de Tweede Wereldoorlog nog nooit zo hoog geweest. De maand september, waarover gisteren de cijfers bekend werden, is geen uitzondering.

CO WELGRAVEN

Er zijn, vergeleken met augustus, weliswaar 64 000 werklozen minder, maar afgezet tegen september vorig jaar zijn er juist een klein half miljoen mensen zonder werk bijgekomen.

Ruim 4,3 miljoen Duitsers zijn op zoek naar een baan. Volgens directeur Jagoda van het Instituut voor werkgelegenheid is er geen enkel teken dat er op korte termijn een trendbreuk komt. Ook deze zin klinkt de Duitsers zo langzamerhand zeer vertrouwd in de oren.

Vakbondsbonzen grijpen de sombere werkgelegenheidscijfers aan om hun eigen gelijk te bewijzen. De loonmatiging van de afgelopen jaren heeft niets geholpen, aldus voorzitter Klaus Zwickel van IG Metall. Er zijn, anders dan de werkgevers hadden beloofd, nauwelijks nieuwe arbeidsplaatsen geschapen. Het moet afgelopen zijn met de bescheidenheid. Wij eisen een loonsverhoging van vijf procent.

Dat is veel meer dan de inflatie, die in Duitsland rond de twee procent schommelt. Er is ook nog een lichte productiviteitsstijging, maar die is een stuk minder dan de resterende drie procent. De metaalvakbond wil gewoon poen. Een eis die bij de achterban goed valt.

Levensgevaarlijk, zo'n eis, vindt Hubertus Schmoldt, voorzitter van een nieuwe vakbond (IG BCE) waarin de oude bonden in de chemie, energiesector en de mijnbouw zijn opgegaan. Hoge looneisen leiden tot verlies van arbeidsplaatsen, zo eenvoudig is dat. En dat mogen we als vakbond niet voor onze verantwoordelijkheid nemen. We moeten doorgaan met loonmatiging.

De voorzitter van de vakcentrale DGB, Dieter Schulte, (de Duitse Lodewijk de Waal) neemt een tussenpositie in. Noodgedwongen, want hij moet zien te bemiddelen tussen de aangesloten vakbonden. De loonmatiging van de afgelopen jaren is juist geweest, en ze blijft voorlopig noodzakelijk. Maar 'de pijngrens' is zo langzamerhand wel bereikt, dat moeten de werkgevers goed beseffen. Als er niet snel concrete tegenprestaties komen (meer ruimte voor deeltijdwerk met name), gaan we hoge looneisen stellen.

Nog voordat Schmoldt afstand had genomen van de dreigende taal van zijn college Zwickel, was SPD-voorzitter Oskar Lafontaine er al als de kippen bij om de voorzitter van de metaalvakbond bij te vallen. Loonmatiging kan zinvol zijn, daar niet van, maar ze mag niet permanent voortduren. Bovendien heeft een forse loonsverhoging ook grote voordelen: de koopkracht gaat omhoog, de bestedingen nemen dus toe, en per saldo stijgt de werkgelegenheid.

De SPD'er, die het in september volgend jaar graag wil opnemen tegen bondskanselier Helmut Kohl, is voor z'n steun aan de metaalvakbond inmiddels hard aangepakt. Vooral door politici van CDU en FDP, de regeringspartijen. “Wat de man doet, is onverantwoordelijk”, aldus een minister uit het kabinet-Kohl. Ook vakbonden die geen hoge looneisen gaan stellen, hebben zich van Lafontaine gedistantieerd. Volgens commentatoren laat Lafontaine zich leiden door puur eigenbelang. De SPD-voorzitter wil zich graag profileren jegens zijn grote concurrent in eigen gelederen, minister-president Gerhard Schröder van Nedersaksen, die veel gematigder is. Terwijl Lafontaine kilo's boter op z'n hoofd heeft. Door zijn ingreep is een omvangrijke belastinghervorming voor enkele jaren van de baan. Hij had weliswaar goede motieven, want de belastingplannen van het kabinet-Kohl zouden de inkomensverschillen in Duitsland vergroten, en daar wilde de SPD niet aan meewerken.

Maar het resultaat van het optreden van Lafontaine is wél dat de belastingverlichting, die voor iedere Duitser in het verschiet lag, achter de horizon is verdwenen.

Dat is ook de voornaamste reden waarom nu enkele vakbonden met hoge looneisen dreigen. Als de koopkracht niet via een belastingdouceurtje omhoog gaat, moet het maar via het loonzakje.

De belastingoperatie was ook bedoeld om de loonkosten voor werkgevers te verlagen. Die liggen in Duitsland over het algemeen hoger dan in andere West-Europese landen. Tot schrik van buitenlandse investeerders die om die reden het land mijden en in bijvoorbeeld Nederland, Tsjechië of Polen neerstrijken.

Als de looneis van vijf procent ook nog eens gehonoreerd moet worden (bijvoorbeeld om stakingen af te wenden), dan kunnen we Duitsland als vestigingsland voor investeerders wel helemaal afschrijven, vrezen werkgevers, politici van regeringspartijen (maar ook sommige SPD'ers) en enkele gematigde bonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden