Hoge rente moet slecht bedrijf de nek omdraaien

Waarom lukt het maar niet de economie definitief uit het slop te trekken? Waarom nemen de zorgen over een nieuwe crisis zelfs weer toe? Misschien wel omdat de gebruikte financiële aanjagers - renteverlagingen in combinatie met bakken gratis geld - averechts uitpakken, zegt topeconoom Lex Hoogduin.

Mario Draghi en de Europese Centrale Bank, ze lijken zo ver weg te staan van de gemiddelde burger. Toch merkt iedereen het als ECB-voorzitter Draghi aan de knoppen draait. Welke gevolgen heeft zijn beleid voor Nederlandse huizenbezitters, werknemers, ondernemers en ouderen? En wat nu als hij de verkeerde kant op draait?

Draghi heeft een probleem met de inflatie. Die is te laag. Hij wil naar 2 procent, het ideale percentage voor een goed draaiende economie, terwijl de inflatie nu enkele tienden van een procent is. Om de inflatie te verhogen, heeft Draghi twee opties. Hij kan de rentestand aanpassen, wat hij deed door de rente te verlagen, en de geldpers aanzetten. Het laatste heet kwantitatieve (geld)verruiming. Elke maand koopt de ECB voor 60 miljard euro aan staatsobligaties op, zie het kader hiernaast. Op die manier komt er extra geld in omloop.

Althans, in theorie. De vraag is hoeveel geld er echt in de reële economie terecht komt. Volgens econoom en oud-bestuurslid van De Nederlandsche Bank Lex Hoogduin circuleert het geld vooral in de financiële sector en is lastig vast te stellen hoeveel er bij de consument terecht komt. "Wat je wel kunt zeggen, is dat het niet tot een spectaculaire economische groei leidt. Kijk naar de Verenigde Staten en Japan. Ook daar heeft kwantitatieve verruiming niet geleid tot hogere inflatie."

Wie wel iets merken van het ECB-beleid, zijn de gepensioneerden. Vorige week maakten de pensioenfondsen bekend hoe hoog hun dekkingsgraden in januari waren. Die bleken gevaarlijk dicht langs de kritische grens van 90 procent te scheren. De financiële gezondheid van de pensioenfondsen is daarmee zo zorgelijk geworden, dat kortingen op de pensioenen onvermijdelijk lijken.

Dat pensioenfondsen in de problemen zitten, ligt deels aan het rentebeleid van de ECB. Het toekomstige rendement op beleggingen berekenen pensioenfondsen met de rentestand. Een lage rente betekent een laag rendement. "Een Nederlands pensioenfonds dat onder de minimale dekkingsgraad zit, raakt moeilijk uit de problemen met een rente die zo laag is als de huidige", zegt Hoogduin. "Het enige dat je dan nog kunt doen, is de premie verhogen. Maar als je dat doet, daalt het beschikbaar inkomen van mensen, zodat zij meer gaan sparen en minder gaan uitgeven. In Nederland werkt renteverlaging dus contraproductief."

Hoogduin wil er wel bij zeggen dat het niet terecht is dat pensioenfondsen de ECB als zondebok voor hun slechte positie aanwijzen. "Ik geef toe, de ECB helpt niet, maar het zijn de pensioenfondsen zelf die hebben gespeculeerd op stijgende rentes. Zij hebben telkens geroepen: het komt wel goed met de rentes. Ooit stijgen ze wel weer. Maar we hebben al een dalende rentetrend sinds 1989."

Dat heeft een reden. Beleidsmakers en bankiers zijn gebiologeerd door de relatie aandelenbeurs en reële economie. In de jaren dertig van de vorige eeuw sleurde een beurskrach de gehele wereldeconomie mee. Dat nooit meer, denken centrale bankiers. Vooral niet omdat de financiële sector de afgelopen decennia sterk is gegroeid. "En daarmee ook de verwachte invloed van de financiële sector op de reële economie. Ooit waren beide konijnen. Nu is een van de twee een olifant geworden. Gevolg is dat sinds midden jaren 80 het monetaire beleid zich steeds meer op de financiële sector richt, uit angst voor een krach die de gehele economie meeneemt."

Eind jaren tachtig was het zo ver. Een aandelencrash op de beurzen van Wall Street in de VS. De centrale bank greep naar het enige middel dat zij had: verlaging van de rente. Bij lage rente loont sparen nauwelijks en leveren obligaties weinig op. Dus baant het geld zich een weg naar de aandelen, waardoor de koersen weer klimmen. Sinds die crash eind jaren tachtig verlagen centrale banken de rentes als het tegenzit op de beurs, terwijl ze de verlaging niet terugdraaien als het weer goed gaat. Gevolg: een rente die al tientallen jaren daalt.

Dat is een heerlijk klimaat voor de beleggingsindustrie, die jarenlang met flinke koerswinsten kon pronken. De keerzijde is dat de systematisch dalende rente veel verdoezelt.

De inkomsten en uitgaven van de overheidsfinanciën, bijvoorbeeld. "Als Jeroen Dijsselbloem minder rente over de overheidsschuld moet betalen, daalt het begrotingstekort. Dijsselbloem heeft de renteverlaging dus gebruikt om uitgaven te financieren waar hij anders geen dekking voor had."

Dijsselbloem is met zijn schatkist niet de enige die profiteert van de lage rente. Hetzelfde geldt voor de huizenbezitter. "Op de huizenmarkt heeft het ECB-beleid het herstel bespoedigd," zegt Hoogduin. Door lage rentes zijn hypotheken goedkoop, wat potentiële kopers een zetje geeft om toch maar een bod uit te brengen op die nieuwe woning. Toch denkt Hoogduin niet dat herstel van de woningmarkt voldoende is om de economie ook op langere termijn te laten groeien. Daar is meer voor nodig. De productie moet omhoog. En dat kan alleen met voldoende investeringen in mensen, machines en innovaties.

Hoogduin: "Het lijkt er op dat lage rente en kwantitatieve verruiming nauwelijks investeringen uitlokken om de economische groei te bevorderen, terwijl de economie juist daar behoefte aan heeft."

Volgens sommige economen moet de ECB veel agressiever de rente verlagen dan het nu doet. Zakenbank JPMorgan gaf vorige week al een voorzetje met de opmerking dat de rente in Europa kan dalen tot min vier procent. Met zo'n grote boete op geld parkeren, zou er geen andere optie meer zijn dan investeren.

Hoogduin moet er niet aan denken dat de rentes zo ver dalen. De topeconoom denkt juist dat de rente omhoog moet. Te lage en negatieve rentes zijn gevaarlijk omdat zij ongezonde bedrijven overeind houden. Bedrijven die onder normale omstandigheden hun schulden niet kunnen betalen en geen geld kunnen lenen voor nieuwe investeringen. "Als deze onrendabele bedrijven failliet zouden gaan, creëren ze ruimte voor nieuwe bedrijven met meer potentie."

Gevaarlijk is het ook vanwege de leningen bij Zuid-Europese banken. "Daar staat voor 350 miljard euro aan slechte leningen uit. Stel je voor wat er gebeurt als de rente stijgt. Dat gaat ook het bedrag aan slechte leningen omhoog."

De zeepbellen blijven niet beperkt tot de balansen van Zuid-Europese banken en bedrijven die eigenlijk niet kunnen overleven. Ook op de beurs schieten aandelen verder omhoog dan hun eigenlijke waarde rechtvaardigt. Dat heeft te maken met de grote hoeveelheid geld dat naar hoge rendementen zoekt. Sparen en staatsobligaties voldoen niet aan deze eis.

Het meest zorgelijk vindt Hoogduin dat het ECB-beleid leidt tot uitstel van noodzakelijke maatregelen, die beleidsmakers eigenlijk al in 2008 moesten nemen. "Ik vrees dat we nu het systeem de vernieling in draaien. Wat je zou moeten doen, is stoppen met de kwantitatieve verruiming en de rentes in stappen omhoog brengen. In de richting van 4 procent voor tien jaar staatsobligaties voor Nederland."

Dat moet volgens Hoogduin het dode hout uit de economie kappen. Dat gaat niet zonder slag of stoot, waarschuwt hij. Overheden zullen moeten bezuinigen, want de rente op de staatsschuld loopt op en daarmee het begrotingstekort. Ook zullen meer bedrijven die nu nog net hun schulden kunnen betalen failliet gaan en zal op korte en middellange termijn de werkloosheid oplopen. "Kortom: meer narigheid voordat je weer omhoog kunt. En die wordt steeds groter naarmate we langer wachten met ingrijpen. Wie heeft de moed om dat te doen?"

Volgens Hoogduin is een nieuwe klap onvermijdelijk. Sommigen spreken over een termijn van twee jaar. Hoogduin zelf wil geen voorspelling doen. "Maar het is moeilijk voor te stellen dat je op evenwichtige manier hier weer uit komt en terugkeert naar normale renteniveaus."

Pensioenfondsen op de rand van kortingen

Vorige week kondigde het eerste pensioenfonds in 2016 aan te moeten korten. Het is een klein fonds voor ongeveer 3500 vroedvrouwen. De kans is groot dat volgend jaar de echt grote fondsen als ABP en PFZW volgen. De dekkingsgraad van het pensioenfonds voor ambtenaren ABP zakte in januari naar 91,2 procent. Dat betekent dat voor elke 100 euro die het fonds nu en in de toekomst moet uitgeven aan pensioenen, slechts 91,20 euro kan uitkeren. Bij een dekkingsgraad van 90 procent moet ABP korten. Zorgfonds PFZW hoeft pas te snijden in de uitkeringen bij 87 procent. Dat is maar goed ook, want vorige maand daalde PFZW naar 90 procent.

Wat is kwantitatieve verruiming?

De ECB koopt elke maand voor 60 miljard euro staatsobligaties op. Dat kunnen veilige Nederlandse obligaties zijn, maar ook Griekse, die risicovoller zijn. Deze obligaties koopt de ECB van banken en pensioenfondsen. In ruil daarvoor krijgen de banken en pensioenfondsen geld. De bedoeling is dat dit geld zijn weg vindt naar de reële Europese economie. In hoeverre dat gebeurt, is maar de vraag. Banken kunnen ook nieuwe obligaties of aandelen kopen, het geld in kas houden of investeren in een bedrijf buiten Europa.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden