Uitspraak Euthanasiezaak

Hoge Raad: arts mag euthanasiewens patiënt met dementie interpreteren

Een arts mag een patiënt met vergevorderde dementie euthanasie verlenen op basis van een wilsverklaring op papier. Daarbij telt niet alleen de letter, maar ook de geest van wat is opgeschreven.

De Hoge Raad oordeelt dat een arts de wilsverklaring op papier mag interpreteren, en daarbij ook andere dingen mee laten wegen dan de precieze bewoordingen. Dat blijkt uit het arrest van de Hoge Raad dinsdag naar aanleiding van de euthanasie op een vrouw van 74 met vergevorderde dementie in 2016.

Het is voor het eerst sinds de euthanasiewet van kracht werd in 2002, dat de hoogste rechter zich over euthanasie uitspreekt. Het oordeel is richtinggevend voor toekomstige gevallen.

De medische tuchtrechter vond eerder de wilsverklaring van de  vrouw niet duidelijk genoeg. Enerzijds bleek eruit dat de vrouw bij ernstige dementie euthanasie wilde, en niet in een verpleeghuis wilde belanden, aan de andere kant  leek het erop dat de vrouw op een later tijdstip zelf het moment van haar euthanasie wilde bepalen. Daar was zij op het eind niet meer toe in staat. Zeven weken na haar opname in het verpleeghuis vond de euthanasie plaats. 

Hoogste rechter fluit de medische tuchtrechter terug

De Hoge Raad fluit de medische tuchtrechter op dat punt terug, en vernietigt daarmee de waarschuwing die de tuchtrechter aan de arts oplegde.

Ook de rechtbank boog zich afgelopen najaar over de zaak. Die ontsloeg de arts van alle rechtsvervolging, omdat ze zorgvuldig had gehandeld. Dat oordeel was terecht, stelt de Hoge Raad nu.

De Hoge Raad tekent aan dat een euthanasiewens op papier niet kan worden uitgevoerd als de patiënt signalen afgeeft dat hij of zij geen euthanasie wil. Maar in dat geval was dat niet zo. De Raad volgt daarbij het oordeel van de rechtbank. 

De vrouw kreeg slaapmiddel in haar koffie

De vrouw kwam tijdens de euthanasie overeind,  maar daarbij ging het om reflexen, stelt de rechtbank, op basis van een verklaring van een deskundige. Ook dat de vrouw slaapmiddel in haar koffie kreeg, kan de rechtbank en Hoge Raad betreft door de beugel. Een groep artsen verzette zich daartegen, omdat de arts zo ‘stiekem’ euthanasie zou hebben verleend aan de vrouw. 

Opvallend is dat de Hoge Raad stelt dat ‘strafvervolging niet steeds de meest aangewezen reactie is op een mogelijk geval van onzorgvuldig medisch handelen'. Dat is te lezen als een standje aan het adres van het Openbaar Ministerie, dat deze arts voor de rechter bracht. 

De strafrechter moet zich terughoudend opstellen, vindt de Hoge Raad: het oordeel over dit soort zaken hoort thuis bij de tuchtrechter en de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie.

Voor de inmiddels gepensioneerde verpleeghuisarts heeft dit arrest geen gevolgen. Zij was door de rechtbank ontslagen van rechtsvervolging. Het OM ging niet in hoger beroep. Wel volgde ‘cassatie in het belang der wet’: het OM wilde een principiële uitspraak van de hoogste rechter, zonder dat daarbij de arts nog in het beklaagdenbankje zou staan. Dat arrest kan nu de boeken in.

Lees ook:

Euthanasie bij dementie: wat zijn de principiële vragen?

Welk antwoord gaven de rechtbank, de tuchtrechter en de Regionale Toetsingcommissies Euthanasie eerder op de principiële vragen over euthanasie bij dementie? Lees dat hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden