Hoge ambtenaren namen nazi-jargon gemakkelijk over

AMSTERDAM - Opmerkelijke berichten van Berlin Alexanderplatz. Niet uit de tv-productie van Reiner Werner Fassbinder, waarin Franz Bieberkopf in de jaren dertig door de bruinen ten onder gaat. Maar uit onlangs door professor Ger van Roon gevonden dossiers met ambtsberichten over reisjes van Nederlandse ambtenaren naar de Gestapo aan de Prinz Albrechtstrasse en de Kriminalpolizei aan het eens beruchte Berlijnse plein.

Een 'Bericht' van 'Berlin Alexanderplatz' gedateerd 9 maart 1939. Een jaar voordat Nederland door Duitsland wordt bezet. Bij de Duitse geheime politie, de Gestapo, verschijnt een commissaris van de rijkspolitie uit Enschede met de naam Tj. van der Wal. Hij verschaft gegevens die zullen leiden tot tal van arrestaties van Joodse vluchtelingen in Nederland en België. Zijn specialiteit is, naar Duitse formulering: 'misbruik van Nederlandse passen door Joodse elementen'.

In 1939 is volgens het rapport in Arnhem 'een Jood Wenger gearresteerd, omdat hij een waarschijnlijk volledig vervalste Nederlandse pas heeft en wel op naam van Kalisch'. De politieman Van der Wal overhandigt de Kriminalpolizei gegevens over de valse-passenorganisatie en namen van Joodse vluchtelingen.

Een ander 'Bericht', gedateerd 15 februari 1935: de Nederlandse 'Ministerialrat' J. F. Boer zegt in Berlijn dat hij het zou verwelkomen als de Nederlandse regering 'ongewenste politieke elementen uit het buitenland in een interneringskamp zou opsluiten'. Hij benadrukt volgens de Duitse notulist dat de Nederlandse regering op dit punt niet veel van Duitsland wil afwijken ('mit Deutschland konform zu gehen').

Boer, juridisch adviseur van het Nederlandse ministerie buitenlandse zaken, is in Berlijn voor overleg met het ministerie van werkgelegenheid. De Duitsers zijn gebrand op samenwerking met Nederland voor aanhouding van naar Nederland gevluchte 'marxistische en Joodse elementen'. Ze kunnen worden teruggestuurd of opgesloten in kampen.

Boer legt uit dat 'Abschub' naar Duitsland, het uitzetten van politieke vluchtelingen naar de Hitler-staat, juridisch op bezwaren stuit. Maar eventuele opsluiting van de illegalen in 'derartigen Lager' in Nederland is ook problematisch. Hoe lang gaat dat duren? Bovendien, zo citeert de Duitse notulist Boer: “Afgezien van de buitenlandse communisten waren er ook buitenlandse marxistische en Joodse elementen in het land die moeilijk met communisten tezamen konden worden gebracht.”

De achtergrond van de nogal close overkomende relatie tussen Nederland en nazi-Duitsland van begin 1935 is dat de regering in Den Haag, onder invloed van de Gestapo, een vluchtelingenstroom uit het Saargebied vreest. De bevolking van 'de Saar' heeft zich op 13 januari van dat jaar uitgesproken voor aansluiting bij het Reich. Ook daar is nu geen plaats meer voor links georiënteerde en Joodse Duitsers, die zich sinds de Machtsübernahme van Hitler in 1933 in heel Duitsland bedreigd voelen.

Uit een 'geheim' memo van 16 januari 1935 - drie dagen na de stemming in het Saargebied - blijkt hoezeer de paniek in Nederland heeft toegeslagen. De Amsterdamse procureur-generaal mr. A. baron van Harinxma thoe Slooten is zo beducht voor illegalen dat hij draconische maatregelen voorstelt. In een brief aan minister van justitie mr. J. R. H. van Schaik schrijft hij: “Naar mijn oordeel zal aan het oprichten van concentratiekampen waarin alle ongewenschte communistische elementen, die niettegenstaande de bereids door Uwe Excellentie genomen maatregelen toch uit het Saargebied Nederland zullen binnenkomen, en die in hooge mate gevaarlijk zijn, niet alleen voor de binnenlandsche rust, doch ook wegens minder aangename complicaties met het buitenland, zouden kunnen worden ondergebracht, niet meer zijn te ontkomen.”

In Amsterdam is, zo blijkt uit een ander Berlijnse rapport, al een week eerder op de procureur-generaal ingepraat door Duitsers, medewerkers van de Duitse ambassade, die aandringen op internering van Duitse vluchtelingen in Nederland. Bij het gesprek is ook de Amsterdamse politiecommissaris K. H. Broekhoff present. Dezelfde Broekhoff die al op 4 en 5 januari 1935 in Berlijn was en de Gestapo meedeelde dat de Nederlandse minister van justitie geen bezwaar had tegen een gezamenlijke bestrijding van 'kommunistischer und marxistischer Umtriebe'. Volgens de Duitse notulen is de Amsterdamse politie de Berlijnse collega's dankbaar voor tips over emigranten. De illegale immigranten in Nederland kunnen bij politieke activiteiten - 'ook als ze sociaal-democraat zijn' (sic) - in de regel naar Duitsland worden 'abgeschoben' zegt Broekhoff. Maar, zo erkent de notulist, dat ligt voor Nederland niet zo simpel indien een illegaal erop wijst dat hij in Duitsland de doodstraf kan krijgen.

Toch maakt Broekhoff, werkzaam bij de Nederlandsche centrale inzake falsificaten en internationale misdadigers in Amsterdam, zich kennelijk geen zorgen over het lot van opnieuw in Duitse handen gevallen vluchtelingen. Want begin januari 1935 komt, naast een al bestaande officiële Nederlands-Duitse uitwisseling van informatie, een 'vertrouwelijk' akkoord met Broekhoff tot stand. Onder de schuilnaam 'David' zal hij de Duitsers nuttige informatie geven.

Vijf jaar later, bij de Duitse inval in Nederland in 1940, blijkt waarvoor dat dient. Via namen en adressen van de in Nederland levende Duitse vluchtelingen, worden 250 van hen in juni 1940 door de SD (Sicherheitspolizei) gearresteerd.

De historicus professor dr. G. Van Roon signaleerde al eerder (Trouw, 14-5-1994) dat Nederlandse politiefunctionarissen in de jaren dertig bedenkelijk nauw samenwerkten met de Duitse geheime politie, de Gestapo. Door deze zogeheten 'pro-collaboratie' had de Duitse bezetter in 1940 een beeld van naar Nederland gevluchte Duitsers en anti-fascistische Nederlandse groepen.

Ger van Roon, oud-hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is nu gestuit op nieuw materiaal. “Ik ben geschrokken van de inhoud van archiefstukken die ik vond in het nieuw opgezette Bundesarchiv in Berlijn, waar veel materiaal ligt uit de voormalige DDR.” Van Roon constateert dat Nederlandse ambtenaren al vanaf 1935 openstonden voor het nationaal-socialistisch gedachtegoed en jargon. Hij noemt het 'voorgeschiedenis van de bezettingstijd die nog nauwelijks aandacht kreeg'.

Uit de archiefstukken blijkt dat Justitie in 1935 het aan de Lek gelegen Fort Honswijk als interneringskamp ging gebruiken. Daar werden eerst zeven 'illegalen' in het geheim op 9 april 1935 - dus kort na het overleg hierover met nazi-Duitsland - ondergebracht. Uit briefwisseling van de minister van justitie met de commandant van Fort Honswijk blijkt dat de geïnterneerden omstreeks 12 april vrijwillig - één voor één - over de grens werden gezet. Onder de grootste geheimhouding, 'zonder dat bericht aan eenige instantie van de aangrenzende landen plaatsvindt'. Op grond van een artikel van de Vreemdelingenwet was 'clandestien over de grens geleiden' legitiem. Waar dit gebeurde, is onduidelijk, maar het ligt voor de hand dat ze de Belgische grens over gingen.

Van Roon keek vooral op van een lijstje Nederlandse namen bij de Gestapo in de herfst van 1939. “Dit bevond zich tussen archiefstukken over de voorbereiding van de eerste (niet doorgegane) aanval op Nederland van november 1939. Op het lijstje staan namen van Nederlandse politieofficieren op wie de Duitse bezettingstroepen een beroep konden doen.” Namen van de genoemde Broekhoff uit Amsterdam en Van der Wal uit Enschede, maar ook van zestien andere politieofficieren.

Het verbazingwekkendst is de naam van Einthoven, toen hoofdcommissaris van politie in Rotterdam. Mr. L. Einthoven werd na de oorlog, in 1946, directeur van de BNV, het Bureau Nationale Veiligheid, voorloper van de BVD.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden