Hofnar gevraagd

Mathijs Bouman, een econoom die ik vrij hoog heb zitten vanwege zijn analyses bij RTL Z, vond het flauw van het Nibud, ons Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, dat ze hadden uitgerekend dat een schrikkeldag ons dertien euro extra kostte, voordelen van een extra dag verzekerd zijn, doorlopende abonnementen en zo minus extra kosten voor een hele dag leven, zoiets. Ik vond het weer flauw van Bouman dat hij dat flauw vond. Want het ging natuurlijk nergens over, die dertien euro van het Nibud, geen Nederlander die kwaad was of zich bestolen voelde. Gewoon een grapje. Geen vreselijk leuk grapje, maar daar mag je bij dit soort instituten ook niet op rekenen, maar 'een aardigheidje meneer Sonneberg'.

Moeten we dan alleen nog maar met lange gezichten rondlopen? Onlangs leverden sommigen ook al commentaar op het 'Correspondents' Dinner' waarin premier Rutte zijn komische talenten liet zien. Hij deed het goed, daar was iedereen het wel over eens, maar moest dat nou, had hij niet iets beters te doen? Ook de discussie rond Zwarte Piet laat zien dat Nederland onderhand naar lucht snakt, alles lijkt zwaar en verantwoordelijk te moeten zijn.

Ik geloof niet dat wij Nederlanders een uitzonderlijk groot gevoel voor humor hebben; scherts in de Tweede Kamer, onze volksvertegenwoordiging, is meestal te nikserig om te herhalen; elders in de publieke sector is het al niet veel beter, Jan Slagter die er niet tegen kan dat de premier een bedekt grapje over een al dan niet vermeende affaire van 'm maakt. Het is allemaal alsof we net als die ouwe blinde monnik Jorge uit Umberto Eco's 'De naam van de roos' het heidense 'Boek van de lach' op de bovenste plank hebben gezet, onbereikbaar ver weg.

Nederlandse humor was nooit erg fijnzinnig, krijg ik de indruk: boerten, Jan Steen, woordgrapjes, een oranje klomp of kaas op het hoofd als hoofddeksel, een schertsende opmerking van een nieuwslezer, daar moeten we het mee doen. Wordt ons dat nu ook nog afgenomen? Lachen, ook al slaat het nergens op, is niet alleen gezond maar ook verbroederend; de Duitse etnoloog Hans Fischer beschrijft in een van zijn boeken hoe hij voor het eerst bij de Papoeas op Nieuw-Guinea aankomt: 'Ik schudde handen, lachte zoveel ik kon en verstond geen woord van wat ze zeiden.' Het lachen was wederkerig want de fysieke verschijning van de etnoloog werkte op de lachspieren van de inboorlingen (of mag dat woord ook niet meer?).

Prima, zou ik zeggen. Grinniken ook goed. Gieren, schuddebuiken, dijenkletsen. Misschien slaat het nergens op, maar als introductie kan het geen kwaad. Het enige wat ik Mathijs Bouman na moet geven is dat hij tijdens zijn afkeurend gemompel op RTL Z een klein lachje om de mond had, alsof hij zijn eigen zure woorden ook niet helemaal serieus nam. Misschien is er hoop. Onlangs schreef ik zelf een zurig stukje over al die schaterende BN'ers op tv, daar heb ik spijt van. Ik denk dat ze het goede voorbeeld willen geven: Heel Nederland lacht. Maar niet heus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden