Opinie

Hofmans’ mooiste doorgeving was voor Bernhards paard

Juliana en Bernhard zijn dood en wij mogen ons nu in hun persoonlijke bestaan verdiepen. Een merkwaardige bezigheid die tussen roddel en geschiedvorsing in hangt. Ze zijn nog niet lang genoeg overleden.

Cees Fasseur mocht voor ons allemaal gaan bladeren in het archief. Als het om een dijkgraaf gaat weet ik niet wie te kiezen, maar voor deze missie zou ik Fasseur graag mijn stem geven. Zijn Wilhelmina-biografie had mij net door een ontwrichtende verhuizing heen geholpen tijdens welke ik ’s avonds snakte naar een paar dingen die nog gewoon op hun plaats stonden.

In Fasseurs daarop volgende relaas over de koninklijke verwikkelingen rond Greet Hofmans gaat de boel op onhoudbare wijze aan het schuiven. In het godsgeloof van Wilhelmina, haar majesteitelijke ongeduld met de parlementaire democratie, haar oecumenische kruistocht na de troonsafstand, beluister je een ondertoon van ernst. Iets dergelijks valt moeilijk te ontdekken in het gelazer rond Juliana, Bernhard en Hofmans.

Op 28 april 1948 schreef Hofmans aan de koningin: „Sinds maart 1946 is mij op een gebed, waarin ik mijzelf aan den Vader aanbood voor eventuele mogelijkheid op aarde, van Zijn Heilige wedervertrouwen in de mensen, als dienares, en zeker als de nederigste, te mogen deelachtig worden Zijn heilige genade en wel voor het genezen van alle ziekten. Ook die ziekten die reeds als hopeloos zijn gevestigd in de analen der wetenschap.”

Le style c’est l’homme même, zei de Buffon, en Fasseur handhaafde de ontbrekende ’n’ in de ’analen’ met malicieus respect voor zijn bron. Hij schetst een vernietigend portret van Hofmans en haar kring, en dat zonder een spier te vertrekken, al zie ik soms een lichte trilling rond de mondhoeken van de schrijver bij het opdissen van de uitzinnige verhalen rond dit groepje mensen.

Hofmans kende een zekere Kaiser, die een zekere Exler kende ’bij leven theosoof, astroloog en nog het een en ander’ waaronder succesvol pluimveehouder op de Veluwe waar hij van elke kip een horoscoop trok. Hij stierf plotseling en Hofmans begon contact met hem te krijgen. Na zijn dood dus, ik zeg het maar even.

In 1948 schonk Kaiser Hofmans namens Exler of ’Ex’ iets heel bijzonders: „Namens Ex heeft de heer K. mij een ring gegeven voor de linkerpink en deze ring is geheel geladen met een zeer hoog afgestemd trilingsgehalte voor het genezen van zieken.” Ex verdwijnt vrij snel van het toneel als Bron van Doorgevingen en voortaan wordt Hofmans ingeseind door X oftewel Christus zelf.

Op papier is Hofmans een weergaloze mistmachine. Ze schrijft over de (niet-genezende) Marijke (nu: Christina) in 1949: „Marijke is geheel in de sfeer der algehele vereffening opgenomen en ondergaat dit met de algehele overgave van het formaat van haar wezen.”

Even hoor ik Elsschots Boorman aan het woord in het Federatietijdschrift voor Algehele Overgave, maar het sardonische ontbreekt bij Hofmans, want ik geloof niet dat zij wist dat ze niet deugde.

De mooiste doorgeving kwam overigens op verzoek van Bernhard zelf, die haar vroeg aan gene zijde te checken wat er moest worden ondernomen om met zijn dressuurpaard No No Nanette tot Olympische hoogte te kunnen doorstoten. Hofmans kreeg ’bijvoeding met vlees en room’ door. Lekker, voor een paard.

Hofmans deed trouwens ook aan voedingsleer voor mensen, zodat de prinsesjes geen kip meer mochten: „Daar gevogelte niet volkomen beantwoordt aan de trillingsfactor van verteren dan door een hogere trillingsopwekking die dan ’t hart te veel moet laten werken.” Het loont de moeite in een korte meditatie het feit rustig te laten bezinken dat deze vrouw volstrekt ernstig werd genomen door Juliana.

Fasseur gaat enigszins voorbij aan de vraag of Juliana ook in Hofmans’ armen terecht zou zijn gekomen als Bernhard een lieve, eerlijke en trouwe vent was geweest in plaats van een geniale opportunist die een leven lang ter land, ter zee en in de lucht met grote snelheid achter zijn geslachtsdeel aan vloog waarbij hij af en toe een blik over zijn schouder wierp naar zijn gezin. Want ook voor Juliana gold de omstandigheid dat een vrouw of een man zich hondsberoerd voelt als haar man of zijn vrouw zich graag en vaak op niet mis te verstane wijze met andere vrouwen of mannen vermaakt.

Als aspirant leerling-amateur-theoloog ben ik overigens wel enigszins ongerust over het gemak waarmee de doorgevingen van Hofmans terzijde worden geschoven.

Ik lees ook liever het Hooglied of Gezelle’s ’Schrijverke’ als ’doorgegeven’, maar ik weet niet goed op welke grond mevrouw Hofmans’ boodschappen worden gediskwalificeerd, want we kunnen niet aan de andere kant van het luik gaan kijken bij de Influisteraar om zodoende op goede grond te kunnen stellen dat Hofmans niks doorkreeg, of de zaak verdraaide, of niet goed luisterde.

Want ’doorgeving’ is geen gering concept. Wie het belachelijk vindt bij Hofmans die moet zich afvragen waarom hij het bij, zeg, Paulus zo waardeert. De reden kan niet zijn dat Paulus zoveel wijzer klinkt. Want dan wordt het een kwestie van smaak. Misschien iets voor het Theologisch Elftal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden