Hofleverancier Iversen

Geregeld pakt hij zelf naald en draad om een couturejurk af te maken. Zoals die voor Máxima. 'Rustgevend', zegt de succesvolle Nederlands/Deense modeontwerper Claes Iversen.

Als je sommige deskundigen mag geloven is de mode morsdood; iedereen gaat z'n eigen gang, het modebeeld wordt bepaald door goedkope kledingketens en bloggers, de macht van de ontwerpers is definitief gebroken. Maar daar merk je niets van in het atelier van Claes Iversen. Het is er overzichtelijk traditioneel. In de lichte ruimte - met een weids uitzicht op de Amsterdamse haven - maakt de ontwerper met een klein team twee keer per jaar een nieuwe collectie. Een voor de lente en zomer, een voor de herfst en winter. Kunstzinnige haute couture voor de catwalkshow en chique klanten en daarnaast de betaalbaarder prêt-à-porter-collectie voor in de winkel. Precies zoals de grote modehuizen het al decennia doen.

Er liggen talloze rollen stof netjes gerangschikt onder de grote werktafels. Op schappen langs de muren staan archiefdozen vol materialen in het gelid. Hier zwaait het hoofd atelier de scepter. De ontwerper zelf pakt, als hij maar even tijd heeft, ook graag naald en draad om te werken aan de bewerkelijke couturestukken. Aan een rek hangen tientallen prachtige creaties, ingewikkelde modellen van kostbare stoffen, vol borduursels en opgestikte kralen. "Ze worden vaak maar een keer gedragen, tijdens de modeshow. De maatvoering is voor bijna niemand geschikt", zegt de ontwerper. "Ja, dat is eigenlijk best jammer. Er gaat ontzettend veel tijd in zitten. Ik heb altijd een paar stagiairs die hieraan werken. Maar ik vind het zelf ook ontzettend leuk om te doen. Rustgevend." Met een gestaag groeiend bedrijf komt hij daar steeds minder aan toe. Hij mag koningin Máxima tot zijn klantenkring rekenen, kleedt veel bruiden in het topsegment en heel Nederland kent in elk geval een creatie van zijn hand: de witte jurk die Ilse DeLange droeg toen ze bijna het Eurovisie Songfestival won.

"Ik snap die sombere verhalen over de mode niet zo goed", zegt de 38-jarige ontwerper. "Het is een business die gewoon doorgaat. "Hij is er al zijn hele leven door gefascineerd. "Mijn oma was hoedenmaakster. Ze had een kelder vol materiaal. Bij haar ging ik vaak knutselen." Claes (spreek uit: Klees) groeide op in Denemarken. Na zijn eindexamen gymnasium vertrok hij naar Nederland. Het was de bedoeling dat hij een jaartje zou blijven, maar hij ging nooit meer terug. Aanvankelijk vond hij werk in de financiële sector. "Ik sprak toen nog geen Nederlands, dus solliciteerde ik op een functie waarvoor je Deens moest kunnen spreken. Ik had geen idee of ik geschikt was, maar ik kreeg de baan."

Na vijf jaar in de zakenwereld, besloot hij toch zijn droom te volgen. Hij was inmiddels helemaal ingeburgerd, dus meldde zich aan bij de kunstacademie in Den Haag. Al tijdens zijn studie won hij een belangrijke modeprijs. Hij kon stage lopen bij Viktor&Rolf en toen hij afstudeerde, werd hij gevraagd een post-doctoraal te doen aan Mode Instituut Artez in Arnhem. In 2008 begon hij zijn bedrijf. "Eerst met haute couture. Twee jaar geleden hebben we de prêt-à- porter-lijn opgezet: II (spreek uit als two, red.) by Claes Iversen." Ook al heeft hij duidelijk enig zakelijk instinct, hij wordt geholpen door mensen die de confectiebranche door en door kennen. "Ik heb nu eigenlijk twee bedrijven in één."

Iversen omschrijft zijn stijl als Scandinavisch met een Zuid-Europees tintje. "Denmark meets Italy." Zijn klanten zijn geen trendsetters, zegt hij. "Maar ze willen niet iets dragen wat de buurvrouw ook heeft." Modieus, maar origineel. "Het is heel belangrijk om een eigen beeld neer te zetten, in de beginfase van een eigen label. Er is veel concurrentie, je moet je ervan bewust zijn wat in je omgeving gebeurt." Juist om niet dezelfde dingen te doen: "De eerste keer wilde ik in mijn collectie iets met flamingo's. Opeens zag ik ze overal. In een heel laat stadium heb ik de keuze gemaakt: dit gaan we toch niet doen, dit zie ik te veel."

Hoe kan dat eigenlijk, dat zoveel ontwerpers in eenzelfde richting denken? "Het is iets wat in de lucht hangt, maar nog niet zichtbaar is. Dat klinkt magisch, maar dat valt wel mee. Het zijn impulsen van de wereld om mode heen: muziek, straatbeeld, kunst, films, noem maar op. Als je

werkt in een vak dat heel erg visueel is, creatief, dan sta je daarvoor open."

In een ruimte grenzend aan het atelier hangt de prêt-à-porter-collectie. Veel blauwtinten heeft hij erin gestopt. Dit is alweer de collectie voor komende winter, terwijl de lente nog moet beginnen. Dat hoge productietempo zit hem weleens dwars. "Wat niet klopt in de modewereld is de uitverkoop", zegt hij. "We hebben net de zomercollectie uitgeleverd. Het is nog veel te koud, maar die moet nu al hangen, omdat de uitverkoop zo vroeg begint. Daar hebben wij niets over te zeggen. De wintercollectie die je hier nu ziet, moet hoogzomer de winkel in. De uitverkoop begint ver voor Kerst. Je moet voor die tijd nog genoeg zien te verkopen."

Mensen willen de nieuwste kleding steeds eerder hebben, zegt de ontwerper. "Een merk als Burberry biedt al de mogelijkheid om direct na de modeshow de kleding te verkopen. Dat betekent dat hun klanten in de herfst kleren kopen voor het komende voorjaar. Dit soort luxe merken, denk ook aan Gucci, Prada, Louis Vuitton, bepalen het tempo. "Die merken verdienen vooral heel veel geld met parfums, tassen en andere accessoires", legt Claes uit. "Ze adverteren in de toonaangevende modemagazines. En omdat die bladen steeds minder goed verkopen, bepalen de grote adverteerders de inhoud. Het topsegment bepaalt wat er op de cover staat." Dat modebeeld wordt meteen goedkoop nagemaakt door grote winkelketens als Zara, H&M en Primark. Zij jagen elkaar op en dat is wat de massa draagt.

Dat de mode in deze titanenstrijd ten onder zou gaan, geloof hij niet. "Volgens mij zijn er juist veel mensen die hier niet aan mee willen doen. Ze willen iets unieks en daar willen ze best iets voor betalen. Ik denk dat er juist plaats is voor kleinere labels, zoals dat van mij. Je ziet dat de bestaande merken in het middensegment het moeilijk hebben: Mexx, Benetton, Esprit. Zij kunnen niet voldoen aan de snelheid van de goedkope ketens, dat werkt niet meer. Maar er is wel behoefte aan creativiteit. Bij mijn kleding ligt de nadruk op vakmanschap, een goed ontwerp, mooie afwerking, een origineel kleurbeeld."

Het is hoog tijd dat de consument zich bewust wordt van de waarde van kledingstukken, vindt hij. "De macht van het lage segment is volgens mij te groot aan het worden. Als ik kijk naar mijn nichtjes, die tiener zijn: mode is een wegwerpartikel geworden. Jeans voor een tientje bij de Primark: dat kan gewoon niet, er zit veel te veel werk in. Het ontwikkelen, het maken, het transport, de grondstoffen. Een broek kan geen 10 euro kosten. Schandalig. Vreselijk vind ik dat." En dan, lachend: "Ik heb mijn nichtjes verboden ooit iets bij Primark te kopen."

Overigens wordt zijn prêt-à-porter-collectie ook gemaakt in Azië. "Maar ik werk met fabrieken waar de omstandigheden wel in orde zijn. Dat weet ik, omdat ik er zelf ben geweest. De grote ketens kunnen met hun enorme orders afdwingen dat het heel goedkoop gemaakt wordt. Voor mij is het belangrijker dat mijn kleding een goede kwaliteit heeft. Ik wil een eerlijk product aanbieden voor een prijs die daarbij hoort."

Over publiciteit heeft hij ook zo zijn eigen, traditionele ideeën. "Modebloggers? Dat verhaal snap ik geloof ik niet. Ze komen alleen opdagen als er geld wordt neergelegd. Bij de modebladen zit tenminste nog een redactie met enige kennis. Zo'n blogger is gewoon je buurmeisje van 16 dat allemaal foto's maakt van zichzelf. Heeft ze opeens zoveel miljoen volgers op internet en krijgt ze allemaal gratis kleding van grote merken. Dan mis ik visie. Mooi hoor dat iedereen een stem krijgt. Maar dit is kapitalistische democratisering."

Nee, dan zo'n opdracht als voor Máxima, die zich voor haar staatsbezoek aan Denemarken liet kleden door de ontwerper. Zit er nog een koninklijke opdracht in? Claes lacht en zwijgt. Een goede couturier bewaakt de privacy van zijn klanten met zijn leven. "Ik heb niet te klagen over belangstelling van bekende vrouwen", zegt hij.

Er gaat geen rodeloper-evenement voorbij zonder dat er een creatie van hem te zien is, gedragen door vrouwen als Carice van Houten, Anna Drijver of Wendy van Dijk. "Ik heb het geluk dat ik kan samenwerken met vrouwen die ik bewonder", zegt hij. Om eraan toe te voegen: "Je moet wel een beetje selectief zijn. We zijn geen kostuumverhuur. Couture is uiteindelijk magie, een droomwereld."

Zomercollectie

Voor de prêt-à-porter-collectie die nu te koop is, (zie de foto's links) heeft Claes Iversen zich laten inspireren door de eenvoud en grafische kwaliteit van de Japanse kunst. Denk aan strepen, koikarpers, kimono's en de fantasievolle subcultuur Harajuku.

De kleding is te koop in de Bijenkorf en Azzuro in Amsterdam, bij Daan's in Utrecht en via de website Orangebag.nl.

Een jurk of blazer is er vanaf 349 euro, een jas vanaf 599 euro.

Meer informatie: claesiversen.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden