Hoezo was Jozef 'maar' een timmerman?

Wim Bor 1942-2014

FRANS DIJKSTRA

Na een val van de ladder was hij volledig arbeidsongeschikt. Maar hij moest en zou weer timmeren, dat was zijn leven.

Het was een kille, bewolkte dag met regen en windstoten toen zijn lichaam naar een hoekje van de begraafplaats werd gedragen. Zelfs de dominee mopperde over het weer. Maar Wim Bor zelf zou ervan genoten hebben. Hij was dol op spektakel uit de hemel. Als zijn weerinstrumenten thuis bevestigden wat de wolken hem vertelden, en er was zwaar weer op komst, dan ging hij graag op pad. Zo stond hij eens in Scheveningen in zo'n zware storm dat hij zijn vrouw Dora moest vasthouden, anders was ze omgeblazen, net als de lantaarnpalen.

Op een mooie zomerdag heeft hij eens een hele camping behoed voor een plotseling noodweer. Hij zag de voortekenen en riep iedereen uit het water. Een kwartier later brak de storm los.

Als kind al keek hij altijd naar de wolken. Zijn leven lang spelde hij de weersverwachtingen en las hij alles wat hij te pakken kon krijgen over meteorologie. Nauwgezet verwerkte hij op zondagmiddag de metingen van zijn instrumenten op het dak tot grafieken. Een bezoek aan het KNMI was voor hem het hoogtepunt van het jaar. Het bleef een hobby, want hij had niet de opleiding om er serieus werk van te maken.

Wim Bor heeft altijd met zijn handen willen werken. Zijn vader had in het dorp Leerbroek bij Leerdam een appelboomgaard en wat varkens en kippen, maar dat was armoe. Wim zag meer toekomst als timmerman. Na de lagere technische school, deed hij nog een avondschool om timmerman-gezel te worden. Hij ging werken bij een trappenfabriek in Ameide. Dat duurde niet lang, want op z'n 19de werd hij opgeroepen voor militaire dienst in Nieuw-Guinea. Drie maanden lang kreeg hij bij het Korps Mariniers een opleiding in Doorn, daarna vocht hij negen maanden lang om de laatste Nederlandse kolonie uit handen van Indonesië te houden. Daar beleefde hij een spannende strijd die hij alleen kon overleven dankzij de hulp van Papoea's die een uitweg boden in gevaarlijke situaties.

Toen Nederland onder zware internationale druk in 1962 de strijd opgaf, kwam er een einde aan Wims militaire leven. In een kazernebestaan in Nederland had hij geen trek.

Trotse veteraan
Pas later in zijn leven is hij over Nieuw-Guinea gaan praten, zonder wrok, zonder spijt. Hij bleef een trotse veteraan, die zijn maten bleef ontmoeten op reünies en parades. Trouw bezocht hij de graven van gesneuvelde maten. Op zijn colberts en blazers droeg hij altijd een veteranenspeld en het mariniersinsigne.

Toen hij terugkwam in Nederland was hij een stoere man met een motor. Met z'n vrienden liep hij blokjes om in Leerdam, terwijl een groep meisjes in tegenovergestelde richting hetzelfde rondje maakte. Zo ontmoette hij de vier jaar jongere Dora van de Weteringh, winkelmeisje in de eerste supermarkt van Leerdam. Hij bracht haar op de motor naar huis en ze kregen verkering. Zijn strenge, vrijgemaakt-gereformeerde ouders maakten zich wat zorgen of hun wereldwijze zoon zich naar behoren gedroeg. Toen ze bioscoopkaartjes in zijn zak vonden, waren ze bang dat hij met Dora in het donker had gezeten. Maar hij hield vol dat hij met een neef naar de film was geweest.

Hun huwelijk in 1966 was toch een 'moetje', zoals hij met plezier vertelde. Om in aanmerking te komen voor een van de vier huizen die in Leerbroek werden gebouwd, moesten ze getrouwd zijn. Bovendien moest hij op herhaling van de dienstplicht en als getrouwde man zou hij daarvoor meer soldij krijgen. Vier dagen na hun huwelijk ging hij voor enkele maanden naar de marinebasis in Den Helder.

Hij werd timmerman bij het restauratiebedrijf Woudenberg in Ameide. Het herstel van kastelen, kerken en andere monumenten werd zijn stiel. Het waren soms langdurige projecten. Zo werkte hij dertien jaar aan de restauratie van het middeleeuwse kasteel Ammersoyen bij Zaltbommel. Daar verloor hij het topje van zijn wijsvinger toen een zware balk tegen zijn linkerhand knalde. Hij stond erop dat hij naar een ziekenhuis in Leerdam werd gebracht, want dan zou Dora niet zo lang hoeven te reizen om op bezoek te komen. Maar van bezoek was geen sprake. Diezelfde dag nog kwam hij op de gewone tijd thuis.

Het paar bleef zeven jaar in Leerbroek wonen, waar ze een zoon en een dochter kregen. Toen het meisje difterie had opgelopen, kregen ze het advies om van de kleigrond naar zandgrond te verhuizen. Via woningruil kregen ze een krappe benedenwoning in Zeist. Hij forensde altijd op de motor.

Hij was actief in de bouw- en houtbond van het CNV en zat in de ondernemingsraad. Ook nam hij het initiatief voor een bedrijfsschool. Als leermeester restaureerde hij met negen jongens drie panden in Vianen. Omdat hij de jongens met een personeelsbusje moest transporteren, was hij genoodzaakt te leren autorijden, niet eens zo makkelijk voor een motorrijder; pas na drie examens slaagde hij.

Een tweede bedrijfsongeluk werd hem bijna fataal. Toen hij hoog op een ladder stond, werd er geroepen dat het schafttijd was. De jongen die de ladder moest vasthouden, liep weg en Wim viel plat achterover op de grond. Met een gebroken ruggewervel belandde hij in het ziekenhuis. Na zes weken mocht hij thuis verder herstellen. De jongen die de ladder had losgelaten, kwam vol schuldbesef op bezoek. Wim wilde hem geruststellen. Met grote moeite ging hij op een rechte stoel zitten en hield zich groot voor de jongen, die met een minder bezwaard gemoed naar huis ging. Maar het ging helemaal niet goed met Wim. Na twee jaar werd hij voor honderd procent afgekeurd.

Het vooruitzicht dat hij nooit meer zou kunnen werken, zinde hem niet, want hij was nog maar 42 jaar. Inmiddels werd het familiebedrijf Woudenberg overgenomen door Strukton, het bouwbedrijf van de NS. De nieuwe bazen wilden hem niet, maar ze konden hem, als lid van de ondernemingsraad, ook niet ontslaan. Een jaar lang vocht hij voor zijn terugkeer. Uiteindelijk won hij die strijd, maar hij werd aangesteld als een gewone timmerman in de nieuwbouw. Dat nam hij voor lief. Ook al verdiende hij minder dan zijn wao-uitkering, zo graag wilde hij weer aan het werk.

Hij was trots op zijn vak. Toen de dominee in een preek zei dat Jozef 'maar een timmerman was', voelde hij zich beledigd. Toch hield hij het werk voor gezien toen hij met z'n 59ste met vut kon. Maar hij bleef timmeren, voor iedereen die zijn hulp nodig had.

Houtsnijwerk
Ook was hij bedreven in houtsnijwerk. Voor de christelijk-gereformeerde kerk in Zeist had hij acht ornamenten met trompetten en bloemen voor het orgel gemaakt. Voor een restauratie had hij engelenkoppen uitgesneden, die aanvankelijk door monumentenzorg werden geweigerd omdat hij geen echte kunstenaar was. Een van die kopjes hing hij op naast zijn voordeur. Als ze tijdens vakanties een kerk bezochten, dan keek hij niet naar de schilderingen, maar naar de houtverbindingen. Tijdens een kerstconcert zat hij steentjes te tellen om te berekenen hoe hoog de ramen zaten.

Als gepensioneerde bleef hij voor de vakbond bouwplaatsen bezoeken om te zien of er problemen waren. Voor de kerk deden hij en Dora pastoraal werk voor de kerkleden in de 55plus-flat in Soesterberg, waar ze de laatste jaren woonden. Verder wandelden ze veel, graag op Waddeneilanden in voor- en najaar als de kans op storm het grootst was. Toen ze eind januari een rondje liepen om de vliegbasis Soesterberg, streken ze zoals gewoonlijk neer op een bankje om een appeltje te eten. Ineens lag hij op de grond. Zijn hart stond stil. Hij heeft nog dertien dagen in een Utrechts ziekenhuis gelegen, buiten bewustzijn.

Willem Cornelis Bor werd geboren op 7 februari 1942 in Leerbroek, Zuid-Holland. Hij stierf op 3 februari 2014 in Utrecht.

Als zijn weer-instrumenten thuis bevestigden wat de wolken hem vertelden, en er was zwaar weer op komst, dan ging hij graag op pad

Altijd heeft hij met zijn handen willen werken.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden