Hoezo vrijheid en democratie?

Indringende noodkreet van Mauretaniër die al jaren vastzit in Guantánamo

In zijn beklemmende dagboek over zijn gevangenschap in Guantánamo vertelt de Mauretaniër Mohamedou Ould Slahi een sage uit zijn land, over iemand met een hanenfobie die bijna gek werd als hij een haan zag. Hij was ervan overtuigd dat die haan hem voor mais zou aanzien en hem zou opeten. Zijn psychiater probeerde de man van zijn waan te genezen: "U bent uit de kluiten gewassen. Niemand ziet u aan voor een maïskolf", zei hij geruststellend. "Nou, hanen wel, hoor, dokter. En u moet de hanen ervan overtuigen dat ik geen mais ben."

De inmiddels 44-jarige Mohamedou Ould Slahi (in het boek aangeduid met de afkorting 'MOS') zet al zo'n vijftien jaar alles in het werk om de Amerikaanse overheid - de haan - ervan te overtuigen dat hij geen mais is. Tevergeefs. Sinds de zomer van 2002 zit hij vast op de beruchte marinebasis Guantánamo Bay op het eiland Cuba. De Verenigde Staten verdenken hem ervan steun te hebben gegeven aan de kapers die op 11 september 2001 met vliegtuigen de Twin Towers in New York verwoestten en het Pentagon in Washington beschadigden. Daarvoor zat MOS op andere plekken vast, onder andere in Jordanië, op verdenking van betrokkenheid bij het zogeheten millenniumcomplot: geplande aanvallen op strategische doelen in het Westen (onder andere de luchthaven van Los Angeles) tijdens de overgang van de twintigste naar de 21ste eeuw.

Het zijn verdenkingen, MOS is nooit in staat van beschuldiging gesteld, maar hij zit dus wel al jaren gevangen, zonder enig uitzicht op vrijlating. Hij ontkent de aantijgingen met kracht. Wel geeft hij toe dat hij in de jaren negentig van de vorige eeuw lid was van Al-Qaida en dat hij zelfs in een trainingskamp van deze terreurorganisatie heeft gezeten. Maar dat was in de tijd dat Al-Qaida niet tegen de Amerikanen streed, maar tegen de communisten in Afghanistan, mét financiële en logistieke steun van Washington. Vanaf midden jaren negentig heeft MOS alle banden met de organisatie verbroken. Hij ging naar Duitsland om te studeren en te werken (later verhuisde hij naar Canada) en was vanaf dat moment naar eigen zeggen een keurige burger.

Maar de Amerikanen denken daar dus anders over. Wat volgens hen tegen MOS pleit, en op z'n minst verdacht is, is dat hij een neef en zelfs zwager is van Mahfouz Ould al-Walid, een adviseur van Osama bin Laden en hoog in de hiërarchie van Al-Qaida - overigens tot de aanslagen van 9/11, want daar keerde deze Al-Walid zich tegen.

Tot in huiveringwekkende details beschrijft Mohamedou in zijn dagboek de vernederingen en mishandelingen die hij in Guantánamo moest ondergaan. Het is volgens mensenrechtenorganisaties het eerste verslag uit de eerste hand van de behandeling die terreurverdachten op Cuba krijgen. MOS moet een 'speciaal ondervragingsplan' doorlopen, persoonlijk goedgekeurd door minister van defensie Donald Rumsfeld. Hij wordt voortdurend uit zijn slaap gehouden, krijgt amper te eten, wordt dag in, dag uit bedreigd en uitgescholden door bewakers die ook klappen en schoppen uitdelen - talloze keren krijgt hij te horen dat hij een klootzak is en dat hij de dood van drieduizend mensen op zijn geweten heeft, het aantal slachtoffers dat op 9/11 viel.

De gelovige moslim mag niet bidden of uit de Koran citeren en hoort hoe de spot met zijn geloof wordt gedreven, en moet in zijn cel tot gek wordens toe naar keiharde muziek luisteren: 'Let the Bodies Hit the Floor'. Vrouwelijke ondervragers vernederen hem seksueel. Op een gegeven moment denkt hij, als hij geblinddoekt een boottochtje moet maken, dat hij op het punt staat geëxecuteerd te worden.

Amerikaanse censors hebben talloze woorden, zinnen en zelfs hele bladzijden zwart gekleurd in het dagboek teneinde bewakers en andere gevangenen onherkenbaar te maken. Sommige ingrepen zijn bespottelijk. Zo mag de lezer kennelijk niet weten dat de man die in de jaren vijftig en zestig president van Egypte was Nasser heette. De mensen die het dagboek geschikt hebben gemaakt voor publicatie (onder wie zijn advocaat Nancy Hollander en de mensenrechtenactivist Larry Siems) geven in zo'n tweehonderd voetnoten aan wat er waarschijnlijk is weggestreept en leveren ook voortdurend nuttige context bij het verhaal van de Mauretaniër - het is al met al uitstekend gedocumenteerd.

MOS schreef in het Engels, de taal die hij pas tijdens zijn gevangenschap leerde. Hij putte uit een woordenschat van niet meer dan zevenduizend woorden. In de vertaling in het Nederlands komt zijn schrijfwijze, met veelal korte zinnen, als zeer direct over. Regelmatig is hij de wanhoop nabij, maar wat de lezer vooral bijblijft is zijn ongelooflijke veerkracht.

Indringend zijn de passages waarin MOS in contact probeert te komen met zijn bewakers en hun de vraag voorlegt hoe het toch kan dat hun land dat altijd opkomt voor vrijheid en democratie zijn gevangenen zo behandelt. Dat is ook een rechtstreeks verwijt aan president Obama die bij zijn aantreden in 2009 beloofde Guantánamo te zullen sluiten; zes jaar later is het daar nog steeds niet van gekomen, al is de populatie wel uitgedund doordat de laatste jaren enkele gevangenen naar het buitenland zijn overgebracht.

Een Amerikaanse rechter beval een kleine vijf jaar geleden de vrijlating van MOS omdat er geen enkel bewijs tegen hem voorhanden was. Die uitspraak leidde tot grote woede in de rechtse media in de VS. Daar dreigde zomaar 'één van de hoofdrekruteerders van de aanslagen van 11 september' op vrije voeten te komen, schreef New York Daily News, 'een man die ooit werd beschouwd als de grootste schurk die op Guantánamo gevangenzat'. De regering-Obama ging tegen het vonnis van de rechter in beroep, met succes. De zaak is nog steeds in behandeling.

Er zitten nu nog ruim honderd gevangenen op de marinebasis, onder wie Mohamedou die in een isoleercel verblijft. Hij wil met dit boek de publieke opinie bewerken en hoopt uiteindelijk de Amerikanen tot de conclusie te brengen dat hij geen mais is.

Mohamedou Ould Slahi, met Larry Siems: Guantánamo Dagboek. (Guantánamo Diary) vertaald uit het Engels door Richard Kruis. Uitgeverij Boekerij, Amsterdam; 384 blz. euro 19,95

In de orginele tekst van het dagboek van Mohamedou Ould Slahi is flink gestreept om bewakers en andere gevangenen onherkenbaar te maken.

Boven: Op foto's moeten bewakers onherkenbaar blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden