'Hoezo moet leren leuk zijn?'

Het vonkt en het knettert als ze samen een interview geven: Volkskrant-columnist Aleid Truijens en haar echtgenoot, docent Nederlands Rik Planting. Over wat iemand tot een goede leraar maakt. Maar ook over hoe de docent zijn autonomie kwijtraakte.

Wat leuk, een echtpaarlijk interview, had Aleid Truijens aan de telefoon gezegd. Zij auteur, biograaf en gewaardeerd columnist van de Volkskrant. Hij docent Nederlands op het Fons Vitae Lyceum, een school voor havo en vwo in Amsterdam Oud-Zuid. 60 en 61 zijn ze, een stel sinds hun studie Nederlands, en de ouders van een dochter en een zoon van 28 en 25.

Een dubbelinterview met Aleid en Rik ís leuk. Best enerverend ook. Want zo helder, fel en uitgesproken als Aleid in de krant schrijft over het belang van goed onderwijs, zo gaat het thuis aan de eettafel ook. Die felheid hebben ze allebei en die zit 'm in hun gedrevenheid. Over onderwijs mag in het land een hoop worden gebakkeleid en

geruzied - Aleid en Rik zijn het samen

meestal roerend eens. Dat de meeste radicale onderwijsvernieuwingen van de afgelopen decennia op z'n minst niet het gewenste effect hebben gehad, bijvoorbeeld. Hoe onbegrijpelijk het is dat het onderwijs van nu vooral is: achter elke hype aanhollen. Dat het op school om die reden steeds minder draait om kennis en steeds meer om vaardigheden zoals empathie, goed kunnen communiceren en samenwerken - 21st century skills in modieus jargon. Dat het onderwijs zo therapeutisch is geworden, en school een plek waar kinderen vooral als een te repareren object worden behandeld.

Ze hebben ook dezelfde visie op wat de belangrijkste taak is van het onderwijs: kinderen leren nadenken over de wereld waarin zij leven, maar hen daarin wel zelf hun weg laten vinden. En ze delen hun belangrijkste overtuiging: dat de kwaliteit van de leraar doorslaggevend is voor de kwaliteit van het onderwijs.

De kwaliteit van de leraar, waar zit die in?

Aleid: "Dat is een combinatie van persoonlijkheid en bagage. Het klinkt tegenwoordig ouwezakkerig, maar een docent moet echt een stevige basis van kennis hebben. Het punt is alleen: veel weten wordt niet meer zo gewaardeerd. In de jaren zeventig al is een raar soort anti-kennisstroming op gang gekomen. De studies zijn met twee jaar ingekort. Bovendien is bij de lerarenopleidingen de inhoud verdwenen ten gunste van allerlei didactische rimram: werkvormen, reflectie, attitude, lesplan. Kijk naar Nederlands, Riks vak. Literatuurkennis is voor leraren niet vanzelfsprekend meer, want het zat bij een deel van hen gewoon niet meer in de studie."

Rik: "Ik had een stagiaire, ze bleek anderhalf jaar louter debilitas te hebben geleerd. Op het evaluatieformulier stond een hele rits vaardigheden op metaniveau, terwijl de punten kennis en inhoud volledig ontbraken. Dat meisje moest ik vertellen wie Lucebert was. Tja, daar kan zij ook niets aan doen. Maar dan denk ik: die is dus wél bijna klaar om voor de klas te gaan staan."

In het onderwijs wordt veel geklaagd. Over overvolle klassen, ongeïnteresseerde leerlingen, moeten doorwerken tijdens vakanties, veel meer uren maken dan waarvoor je wordt betaald. Is dat waarom de belangstelling voor het vak tanende is, en waarom zo veel docenten, vooral de jonge, afhaken?

Aleid: "Achter die klaagcultuur gaan dieperliggende oorzaken schuil. Het respect voor de leraar en het aanzien van het vak dalen al jaren. Docenten zelf voelen zich ook niet serieus genomen. Ik snap dat best, want ze worden voortdurend met allerlei idiote vernieuwingen geconfronteerd. Dat werkt niet, zeker als je er ook nog bij zegt dat ze het tot dan toe fout hebben gedaan."

Rik: "Onzekerheid vanwege die gebrekkige kennis speelt ook mee, denk ik. En dan zijn er ook nog de vaak tegenstrijdige eisen die een leraar voor zijn kiezen krijgt. Het slagingspercentage moet omhoog, maar het onderwijs moet ook léuker. Nou, dat is lastig, hoor."

Aleid: "Het schoolbestuur, met daaromheen een kliek aan al dan niet commerciële adviseurs, heeft het voor het zeggen gekregen. Er zijn verstandige bestuurders, maar op heel wat scholen is de leraar gereduceerd tot uitvoerder. En tussen het schoolbestuur en de docent zit dus nu, gekneveld en gesandwicht, de schoolleiding. Dat is een wezenlijke omslag, die het onderwijs en vooral de leraar geen goed heeft gedaan."

Hoe pakt dat uit, noem eens een voorbeeld.

Rik: "Bij ons op school besloten ze ongeveer zes jaar geleden tot een experiment met de iPad. Tegen mijn zin kreeg ik zo'n experimenteerklas toegewezen. Ik ben helemaal niet tegen iPads of computers..."

Aleid: "Je zit er zelf de hele dag op."

Rik: "...maar eigenlijk kon je na drie weken al zien: dit is leuk, en toch moeten we dit echt niet willen. Het lesmateriaal is niet geschikt, en nog veel erger."

Aleid: "Je leerlingen spelen de hele dag spelletjes op dat ding."

Rik: "Natuurlijk doen ze dat! Ik werk met de ouderwetse busopstelling, dus ik kijk steeds tegen de achterkant van die iPads aan. Ik wéét gewoon dat de helft iets anders zit te doen. Over hun telefoon kan ik nog zeggen: mag niet, weg dat ding. Maar school zélf verstrekt die iPads. De proef is overigens niet geëvalueerd. Die iPad is gewoon ingevoerd."

Aleid: "Riks lessen zijn heel levendig en interactief, hij richt zich echt op de leerlingen. Zonder met hem te overleggen is zijn manier van lesgeven hem onmogelijk gemaakt, op een impliciete, vage manier."

En de leerlingen, zijn die veranderd?

Rik: "Ik wil ze iets bijbrengen, maar dat is soms wel lastig. Hun concentratiespanne is heel kort. Deze generatie wordt vooral zappend bediend."

Aleid: "Dat komt door één ding: internet. Internet is hun wereld."

Rik: "Gaan we vandaag iets leuks doen? vragen mijn leerlingen vaak. Waarop ik steevast antwoord: ja, Nederlands. Maar ja, naamwoordelijk gezegde? Saai. Spelling? Saai. Lezen? Ook sáái. Mijn grootste concurrent heet inderdaad internet. Die slag ga ik niet meer winnen."

Aleid: "Juist daarom zouden scholen iets anders moeten bieden dan wat kinderen thuis en bij hun vrienden al doen. Dat het tegenovergestelde steeds meer gebeurt, heeft natuurlijk ook met geld te maken. Digitaal is goedkoop. Echte grasvelden, echte muziekinstrumenten en echte toneelvoorstellingen zijn veel duurder dan tweederangs ervaringen op een schermpje. Maar een docent is een van de weinigen die kinderen echt iets anders kunnen aanreiken dan ze al kennen via internet."

Rik: "In 3 en 4 vwo vind ik Kluun prima, daarna niet meer. Dan leg ik mijn leerlingen het fenomeen schrijver uit, die iets wil vertellen over de wereld waarin hij leeft. Ik kan best opschieten met leerlingen. Dat komt ook doordat ik ze ken en ze volstrekt serieus neem."

Aleid: "Jij onderschat je leerlingen niet."

Rik: "Ik zeg: dat boek kun jij wel aan. En soms valt het kwartje. Ik vind het prachtig om mee te maken dat ik bij een mondeling een half uur met een leerling over literatuur praat en dat die dan zegt: ik heb om dit boek moeten huilen, of: het heeft me inzicht gegeven. Yes, denk ik dan, hij heeft het! Ik hoop dan natuurlijk dat ik een lezer heb gebaard."

Aleid: "Kluun zei laatst: áls kinderen maar lezen. Dan doe je niet alleen kinderen tekort, maar ook mijn vak en de literatuur. School is nou juist de plek waar je kinderen een duw moet geven, ze in aanraking brengt met andere dingen dan thuis, waar een docent zegt: hier heb ik een boek van Hermans of Grunberg, dit bestaat ook nog. Waarom zou je die 21ste-eeuwse skills als burgerschap en empathie in een aparte les aanbieden? Wat is een betere leerschool in empathie dan een roman lezen?"

Wat moet er anders in het onderwijs?

Aleid: "Ik ben helemaal niet tegen onderwijsvernieuwing, maar ik vind wel dat het langs de weg van de geleidelijkheid moet gaan. Docenten zouden zich ook niet langer tegenstrijdige eisen moeten laten opdringen, want daar raken ze overspannen van. Leid docenten beter op en selecteer leraren op hun inhoud, kennis. Dan krijg je vanzelf beter onderwijs."

Rik: "Ik zou graag zien dat de schoolleiding en de werkvloer weer samen bepalen hoe ze het onderwijs aanpakken. Dat kunnen ze prima."

Aleid: "Rik moet het soms uit zijn tenen halen. Maar deze week kwam hij thuis met een enthousiast verhaal over een vwo-leerling die op zijn aanraden 'Moeder en Zoon' van Gerard Reve had gelezen, over Reve's toetreding tot de katholieke kerk."

Rik: "Je gelooft het niet. Een moslimmeisje, hè? Hoofddoek, alles. Weet je wat ze zei bij het mondeling? Dat ze het boek af en toe had moeten wegleggen omdat ze er zo hard om moest lachen. Toen was ik eigenlijk al tevreden."

Gelukkig, er zijn nog steeds mannen en vrouwen die voor de klas willen staan. Leraren voor wie leerlingen hun best willen doen, die ook wel eens uit hun rol vallen, gekke verhalen vertellen of juist iets heel persoonlijks dat je een leven lang bijblijft. Net als vroeger. U stuurde veel verhalen toen wij vroegen naar uw favoriete man of vrouw voor de klas.

Zijn leraren helden? Zelf zien ze dat anders, leest u maar hoe Jacob Eikelboom (15 jaar voor de klas), Gerwin van der Werf (20 jaar leraar) en Rik Planting (40 jaar) tegen hun eigen rol aankijken.

Van fotograaf Carel van Hees mag je leraren heus helden noemen. Hij fotografeerde in opdracht van het Rijksmuseum een jaar lang bij 24 onderwijs-instellingen in Rotterdam leerlingen én leraren, zag de hoge werkdruk, maar ook de grote inzet en ambitie. Zijn foto's illustreren de verhalen op deze en de volgende pagina's.

Ode aan de leraar

Erasmiaans Gymnasium 7 oktober 2015, 11.07 uur

Zuiderpark vmbo 6 maart 2015, 14.50 uur

Zuiderpark vmbo 6 maart 2015, 12.07 uur

OSG Hugo de Groot 22 mei 2015, 15.25 uur

Erasmus University College

5 maart 2015, 22.25 uur

Erasmiaans Gymnasium 4 november 2015, 11.26 uur

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden