Hoeveel kan een foto ons werkelijk tonen?

Acht maanden duurde het voordat Adam Broomberg en Oliver Chanarin toestemming kregen om te fotograferen in Chicago, een door de oorlog verwoeste Palestijnse nederzetting in de Negev-woestijn. Ze hadden anderhalf uur de tijd en fotografeerden alles wat ze tegenkwamen: uitgebrande autowrakken, naargeestige lege straten, kogelgaten in de huizen en Arabische graffiti op de muren: ’Rode as, heet als Bloed’ en ’Ruby, ik hou van je’. In het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn nu de beelden te zien uit Chicago, dat wel een spookstad lijkt waaruit alle menselijke activiteiten zijn verdwenen.

En dat is het ook in de meest letterlijke zin, want Chicago is een kunstmatige stad. Het is een Israëlisch trainingskamp waar vrijwel alle grote militaire acties in het Midden-Oosten van te voren zijn geoefend: de invasie van Beiroet, de terugtrekking uit Gaza en de slag om Falloedja. In deze fake Arabische nederzetting worden Israëlische militairen op realistische wijze getraind en geconfronteerd met de dagelijkse praktijk van het Palestijnse conflict. Er liepen ook genoeg militairen rond toen Broomberg en Chanarin daar waren met hun camera. Maar die hebben ze niet gefotografeerd, omdat de beelden dan te veel zouden lijken op de foto’s die we al zo vaak in de media zien.

Wat is werkelijkheid, wat is fictie? Hoeveel kan een foto ons werkelijk tonen? Pasklare antwoorden willen Broomberg en Chanarin niet geven met hun werk. „Maar onze foto’s moeten wel prikkelen om over dergelijke vragen na te denken”, zeggen ze tijdens de presentatie van hun eerste solotentoonstelling in Nederland. Daarom zijn hun foto’s ook zo zakelijk en niet zozeer artistiek. Broomberg en Chanarin, die beiden een joodse achtergrond hebben, zetten je ook even op het verkeerde been met foto’s van alledaagse voorwerpen als een pot verf en een gitaar, waarin een Palestijnse precisiebom verborgen zit. Ook bezochten ze Mini Israël, een reusachtig schaalmodel van de belangrijkste plaatsen in Israël, gemaakt als toeristische attractie. De beelden van dit Madurodam hangen naast foto’s van echte landschappen. Wat is werkelijkheid, wat is fantasie? De fraaie landschappen die we zien, zijn aangelegd op verwoeste Palestijnse nederzettingen. Het Israël zonder opgeblazen bussen blijkt een schaalmodel.

Adam Broomberg (Zuid-Afrika, 1970) en Oliver Chanarin (Groot-Brittannië, 1971) werken al jaren samen en dat is te merken. Als de één even zwijgt, gaat de ander naadloos verder. Ze leerden elkaar kennen in de jaren negentig, bij het magazine Colors van Benetton. Als redacteuren onder reclamegoeroe Oliviero Toscani zagen ze elke dag honderden foto’s voorbijkomen van vaak schrijnende situaties, die ze konden gebruiken in combinatie met een opvallend citaat of een statistiek, zonder vermelding van de oorspronkelijke context. Broomberg: „We vonden het frustrerend dat we de gefotografeerde mensen niet kenden en dat hun foto’s werden gemanipuleerd. Dat riep bij ons vragen op. Mag een fotograaf alles vastleggen wat hij ziet en mogen foto’s zonder vermelding van de oorspronkelijke context worden getoond?”

Broomberg en Chanarin besloten dit thema verder te onderzoeken en zelf met de camera op pad te gaan. Dat resulteerde in hun eerste boek Trust (2000), waarvoor ze mensen portretteerden die geen controle hebben over hun situatie, bijvoorbeeld patiënten onder narcose. Die hadden vooraf wel toestemming gegeven om hen te fotograferen, maar lieten het uiteindelijke resultaat volledig aan de twee fotografen over. Daarna reisden ze de hele wereld rond om twaalf hedendaagse getto’s te fotograferen, van een strengbeveiligde gevangenis in Zuid-Afrika tot een zwaarbewaakte villawijk in Californië. De rijken die daar wonen hebben zich overal tegen gewapend, hun enige angst is nog een aardbeving. Eén bejaard stel heeft daarom een grote verstevigde piano laten bouwen waaronder ze kunnen schuilen als de aarde gaat beven. Ze fotografeerden ook in een psychiatrische inrichting, waar ze te maken kregen met een patiënt die zich spiernaakt voor de camera opstelde. Omdat duidelijk was dat de man niet wist wat hij deed, wat voor meer patiënten gold, gaven Broomberg en Chanarin de mensen een camera met zelfontspanner om een zelfportret te maken en zo zelf de regie te houden.

Vaak combineren ze hun foto’s met pakkende citaten, een erfenis uit de tijd dat ze meewerkten aan de omstreden reclamecampagnes van Benetton, die niet alleen opvielen door het beeld maar ook door de prikkelende teksten. De foto’s van Broomberg en Chanarin kun je ook heel goed bekijken zonder die teksten, maar ze winnen daardoor wel aan zeggingskracht. Dat geldt in ieder geval voor de in Zuid-Afrika gemaakte fotoserie Mr. Mkhize’s Portrait (2004), waarbij ze wilden vastleggen hoe het leven er voor de verschillende bevolkingsgroepen uitziet, tien jaar na het afschaffen van de apartheid. „Mr. Mkhize is twee keer eerder in zijn leven gefotografeerd. De eerste keer was voor zijn ’Pass Book’, waarmee de regering van de apartheid zijn reizen kon controleren. De tweede keer was voor zijn ’Identity Book’, dat nodig was om te kunnen stemmen tijdens de eerste democratische verkiezingen in 1994. Tien jaar later namen we zijn foto zonder enige officiële reden.” In vier zinnen slagen Broomberg en Chanarin erin om aan de hand van dit persoonlijke levensverhaal van een zwarte Zuid-Afrikaan ook de historische gebeurtenissen van de afgelopen decennia in dit land (waar ze beiden hun jeugd doorbrachten) te schetsen.

Hun Benetton-verleden is ook zichtbaar in het portret dat ze maakten van een zwart Zuid-Afrikaans meisje dat fotomodel wil worden met daarbij de tekst: „Apartheid was niet alleen maar slecht. Zonder apartheid zou Mandela nooit geworden zijn wie hij is. Ik wil laten zien wie ik ben.” Deze foto had zo kunnen meedraaien in de reclamecampagnes van Benetton. Maar er is één belangrijk verschil: Broomberg en Chanarin hebben de foto zelf gemaakt en ook gesproken met dit meisje dat bij schoonheidsverkiezingen uitgeroepen werd tot mooiste teenager van Zuid-Afrika. Ze heet Mathaba Mayla en barst van ambitie. Ze wil logistiek manager bij BMW worden, want is ze gek op auto’s. „Ze zeggen ’the sky is the limit’. Maar niet voor mij.”

Opvallend aan het werk van Broomberg en Chanarin is dat ze zelf geen positie kiezen, maar met hun beelden en prikkelende teksten wel duidelijk maken hoe complex het leven is voor gewone mensen op plaatsen met een grote politieke of sociale onrust. Naast alle hoopvolle beelden die ze laten zien van Zuid-Afrika, tonen ze ook de uitzichtloosheid van het bestaan van mensen als Pinni en Oom, die ze in Nugget Street in Johannesburg fotografeerden. Samen met hun half jaar oude baby Sonnyboy leven ze op straat, tussen het afval. „De regering vindt dat wij de openbare orde verstoren en wil ons verwijderen. Maar hoe kan een zes maanden oude baby nou de openbare orde verstoren?” Ook al zo’n tekst die je bijblijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden